J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 60 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State

Titel
12 APRIL 1894. - Kieswetboek. -
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-01-2003 en tekstbijwerking tot 07-03-2007)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 15-04-1894
Inwerkingtreding : 16-04-1894
Dossiernummer : 1894-04-12/30

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. M
TITEL I. - KIEZERS.
Art. 1-7, 7bis, 8-9, 9bis
TITEL II. - (KIEZERSLIJST, BEZWAAR EN BEROEP.) <W 05-07-1976, art. 8> <W 30-07-1991, art. 5>
HOOFDSTUK I. - (KIEZERSLIJST.) <W 30-07-1991, art. 6>
Art. 10-15, 15bis, 16-17
HOOFDSTUK II. - (BEZWAREN BIJ HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN.) <W 30-07-1991, art. 13>
Art. 18-26
HOOFDSTUK III. - (BEROEP BIJ HET HOF VAN BEROEP.) <W 30-07-1991, art. 13>
Art. 27-34
HOOFDSTUK IV. - (ALGEMENE BEPALINGEN.) <W 30-07-1991, art. 13>
Art. 35-86
TITEL III. - INDELING VAN DE KIEZERS EN VAN DE STEMBUREAUS. <W 05-07-1976, art. 11>
HOOFDSTUK I. - STEMBUREAUS.
Art. 87, 87bis, 88-89, 89bis, 90-92, 92bis, 93, 93bis, 94, 94bis, 94ter, 95, 95bis, 96-104
HOOFDSTUK II. - OPROEPING VAN DE KIEZERS.
Art. 105-107, 107bis, 107ter
HOOFDSTUK III. - (...) <Opgeheven bij W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>
Art. 107quater, 107quinquies, 107sexies, 107septies, 107octies
TITEL IV. - KIESVERRICHTINGEN.
HOOFDSTUK I. - HANDHAVING VAN DE ORDE.
Art. 108-114
HOOFDSTUK II. - KANDIDAATSTELLING EN STEMBILJETTEN.
Art. 115, 115bis, 115ter, 116-117, 117bis, 118, 118bis, 119, 119bis, 119ter, 119quater, 119quinquies, 119sexies, 120-123, 123bis, 124-125, 125bis, 125ter, 125quater, 125quinquies, 126-128, 128bis, 128ter, 129-137
HOOFDSTUK III. - INRICHTING VAN DE STEMLOKALEN EN STEMMING.
Art. 138-142, 142bis, 143-146, 146bis, 147
HOOFDSTUK IIIbis. - STEMMING BIJ VOLMACHT. <W 05-07-1976, art. 49>
Art. 147bis, 147ter, 147quater, 147quinquies, 147sexies, 147septies
HOOFDSTUK IIIter. - (...) <W 05-07-1976, art. 51, 2°>
Art. 147octies, 147nonies
HOOFDSTUK IV. - STEMOPNEMING.
Art. 148-161, 161bis, 162-165
HOOFDSTUK IVbis. - Gemeenschappelijke bepaling voor de zetelverdeling voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, ongeacht of er lijstenverbinding is, en van de Senaat. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/41, art. 16; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
Art. 165bis
HOOFDSTUK V. - ZETELVERDELING VOOR DE VERKIEZING VAN DE SENAAT EN, BIJ AFWEZIGHEID VAN LIJSTENVERBINDING, VOOR DE VERKIEZING VOOR DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. <W 1993-07-16/31, art. 80>
Art. 166-168
HOOFDSTUK Vbis. - Zetelverdeling voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde, Leuven en Waals-Brabant. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/40, art. 11; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
(NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 11 van de W 2002-12-13/40
Art. 168bis, 168ter, 168quater
HOOFDSTUK VI. - ZETELVERDELING VOOR DE VERKIEZING VOOR DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS IN GEVAL VAN LIJSTENVERBINDING. <W 1993-07-16/31, art. 80>
Art. 169-171
HOOFDSTUK VII. - AANWIJZING VAN DE VERKOZENEN. <W 1993-07-16/31, art. 80>
Art. 172, 172bis, 173, 173bis, 174-176
HOOFDSTUK VIII. - BIJZONDERE EN DIVERSE BEPALINGEN. <W 1993-07-16/31, art. 80>
Art. 177-179
TITEL IVBIS. - Stemming van de Belgen, die in buitenland verblijven. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Afdeling 1. - Principes. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180
Afdeling 2. - Formulier voor aanvraag tot inschrijving als kiezer Vaststelling en mededeling van de kiezerslijst. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180bis
HOOFDSTUK II. - De verschillende wijzen van stemmen. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Afdeling 1. - De persoonlijke stemming in een Belgische gemeente. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180ter
Afdeling 2. - De stemming bij volmacht in een Belgische gemeente. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180quater
Afdeling 3. - De persoonlijke stemming in de diplomatieke of consulaire beroepsposten. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180quinquies
Afdeling 4. - De stemming bij volmacht in de diplomatieke of consulaire beroepsposten. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180sexies
Afdeling 5. - De stemming per briefwisseling. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>
Art. 180septies
TITEL V. - STRAFFEN.
Art. 181-197, 197bis, 198-206
TITEL VI. - SANCTIE OP DE STEMPLICHT.
Art. 207-210
TITEL VII. - VERKIEZING VAN DE GEMEENSCHAPSSENATOREN EN VAN DE SENATOREN DOOR DE SENAAT. <W 1993-07-16/31, art. 81>
HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALING. <W 1993-07-16/31, art. 82>
Art. 210bis
HOOFDSTUK II. - VERKIEZING VAN DE GEMEENSCHAPSSENATOREN. <W 1993-07-16/31, art. 83>
Art. 211-217
HOOFDSTUK III. - VERKIEZING VAN SENATOREN DOOR DE SENAAT. <W 1993-07-16/31, art. 87>
Art. 218-222
TITEL VIII. - VERKIESBAARHEID (...) <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 44>
Art. 223-229
TITEL IX. - DIVERSE BEPALINGEN.
Art. 230-241
BIJLAGEN.
Art. N, N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel M. De Titels I en II (art. 1 tot en met 86) werden bij Wet van 11 augustus 1928 herzien, en bij het Koninklijk besluit van 12 augustus 1928 gecoördineerd (BS : 19-08-1928).
  De Titels III tot IX (art. 87 tot en met 241) werden bij Wet van 26 april 1929 hergezien (BS : 28-04-1929).
  De Nederlandse tekst van het Kieswetboek was bij Wet van 26 juni 1970 vastgesteld (BS : 17-07-1970).

  TITEL I. - KIEZERS.

  Art. 1. § 1. <W 30-07-1991, art. 1> Om parlementskiezer te zijn, moet men :
  1° Belg zijn;
  2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3° in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn;
  3° in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn (of ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters die bijgehouden worden in de diplomatieke of consulaire beroepsposten); <W 2002-03-07/49, art. 2>
  4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald bij dit Wetboek.
  § 2. De voorwaarden vermeld in § 1, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing; die vermeld in § 1, 1° en 3°, moeten dat zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten.
  § 3. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing, ophouden te voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, 1° of 3°, worden van de kiezerslijst geschrapt.
  De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.

  Art. 2. (opgeheven) <W 2002-03-07/49, art. 6>

  Art. 3. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 2, 2°>

  Art. 4. <W 30-07-1991, art. 2> Onverminderd artikel 89bis vindt de stemming plaats in de gemeente waar de kiezer op de kiezerslijst is ingeschreven.

  Art. 5. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 2, 3°>

  Art. 6. <W 05-07-1976, art. 3> Van het kiesrecht zijn voorgoed uitgesloten en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zij die tot een criminele straf zijn veroordeeld.

  Art. 7. <W 05-07-1976, art. 4> In de uitoefening van kiesrecht worden geschorst en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt :
  1° De gerechtelijk onbekwaamverklaarden, (...), de personen onder statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van de wet van 29 juni 1973, en zij die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken I tot VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. <W 1990-06-26/32, art. 38, § 13, b>
  De kiesonbekwaamheid houdt op terzelfder tijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, (...), de verlengde minderjarigheid of met de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde. <W 30-07-1991, art. 3, 1°>
  2° (Zij die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden zijn veroordeeld, met uitsluiting van degenen die veroordeeld zijn op grond van de artikelen 419 en 420 van het Strafwetboek.
  De onbekwaamheid duurt zes jaar wanneer de straf meer dan vier maanden tot minder dan drie jaar bedraagt en twaalf jaar wanneer de straf ten minste drie jaar bedraagt.) <W 1994-12-21/31, art. 149>
  3° Zij die ter beschikking van de regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van de artikelen 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.
  De kiesonbekwaamheid van de onder 3° bedoelde personen houdt op wanneer de terbeschikkingstelling van de regering een einde neemt.
  (...) <Lid opgeheven bij W 30-07-1991, art. 3, 2°>

  Art. 7bis. <W 30-07-1991, art. 4> De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of wier kiesrecht geschorst is, worden naar rata van één steekkaart per betrokken persoon alfabetisch in een kaartenbestand ingeschreven. Het wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Dit bestand bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen bepaald in artikel 13, tweede lid. De steekkaarten die zijn opgemaakt op naam van de personen wier kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. Dat bestand mag niet worden samengesteld noch bijgehouden met behulp van geautomatiseerde middelen. De inhoud ervan mag niet aan derden worden meegedeeld.

  Art. 8. <W 05-07-1976, art. 5> Artikel 87 van het Strafwetboek is niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid die in de artikelen 6 en 7 zijn opgesomd.

  Art. 9. <W 05-07-1976, art. 6> Is de veroordeling uitgesproken met uitstel dan wordt de in artikel 7, 2°, bedoelde onbekwaamheid opgeschorst tijdens de duur van het uitstel.
  Is de veroordeling gedeeltelijk met uitstel uitgesproken dan wordt voor de toepassing van de bepalingen van artikel 7, 2°, alleen rekening gehouden met het gedeelte zonder uitstel uitgesproken.
  Wordt de veroordeling uitvoerbaar dan begint de schorsing van het kiesrecht die er uit voortvloeit, op de dag van de nieuwe veroordeling of van de beslissing tot intrekking van het uitstel.

  Art. 9bis. <W 05-07-1976, art. 7> Bij veroordeling tot verschillende straffen bedoeld in artikel 7, 2°, worden de daaruit voortvloeiende onbekwaamheden gecumuleerd zonder dat evenwel de totale duur twaalf jaar mag overschrijden.
  Hetzelfde geldt bij nieuwe veroordeling tot één of meer straffen bedoeld in artikel 7, 2°, uitgesproken tijdens de duur van de onbekwaamheid die volgt uit een voorgaande veroordeling, zonder dat nochtans de onbekwaamheid minder dan zes jaar na de laatste veroordeling kan ophouden.

  TITEL II. - (KIEZERSLIJST, BEZWAAR EN BEROEP.) <W 05-07-1976, art. 8> <W 30-07-1991, art. 5>

  HOOFDSTUK I. - (KIEZERSLIJST.) <W 30-07-1991, art. 6>

  Art. 10. § 1. (In het geval bedoeld bij artikel 105, stelt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst vast op de tachtigste dag die voorafgaat aan de dag van de verkiezing.
  In het geval bepaald in artikel 106, wordt de kiezerslijst vastgesteld op de datum van het koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van de verkiezing. Die kiezers worden evenwel tot de stemming opgeroepen op basis van de lijst die opgemaakt werd met het oog op de gewone vergadering van de kiescolleges, wanneer de kamers of een ervan ontbonden worden na de tachtigste dag die voorafgaat aan de datum van de gewone vergadering van de kiescolleges, wat tot gevolg heeft dat er een verkiezing moet plaatsvinden vóór de gestelde datum.
  § 2. (Voor elke persoon die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermeldt de kiezerslijst de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht (, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.) ) De lijst wordt, volgens een doorlopende nummering, per gemeente of, in voorkomend geval, per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten). <W 30-07-1991, art. 7> <W 1994-04-11/53, art. 1, § 1> <W 2007-02-13/37, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 3. (Wanneer de verkiezingen voor de vernieuwing van de federale Wetgevende Kamers op dezelfde datum plaatsvinden als de datum die vastgesteld is voor de vernieuwing van het Europees Parlement, vervangt de lijst van de Belgische kiezers die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, die opgemaakt is voor de verkiezing van het Europees Parlement, de kiezerslijst voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers.) <W 1998-12-18/39 (I), art. 6>

  Art. 11. (opgeheven) <W 2002-03-07/49, art. 6>

  Art. 12. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 1°>

  Art. 13. (De parketten van de hoven en rechtbanken zijn gehouden aan de burgemeesters van de gemeenten, waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, evenals aan de belanghebbenden zelf kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen met geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dit recht ten gevolge hebben.
  De kennisgeving vermeldt :
  1. de naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;
  2. het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;
  3. de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dit recht ophoudt.
  De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen. <W 05-07-1976, art. 9>
  (De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van de onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring). <W 30-07-1991, art. 8, 1°>
  (...) <Lid opgeheven bij W 30-07-1991, art. 8, 2°>
  (De Minister van Justitie bepaalt de wijze van opmaking van die berichten en de Minister van Binnenlandse Zaken de manier waarop ze door de gemeentebesturen moeten behandeld, bewaard, en in geval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden worden.) <W 05-07-1976, art. 9>

  Art. 14. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 2°>

  Art. 15. <W 30-07-1991, art. 9> Uiterlijk de vijfentwintigste dag vóór die van de verkiezing in het geval bedoeld in artikel 105 of onmiddellijk nadat de in artikel 10 vermelde kiezerslijst is opgemaakt in het geval bedoeld in artikel 106, zendt het gemeentebestuur twee exemplaren van de lijst aan de gouverneur of aan de door hem aangewezen ambtenaar.
  Wat echter de gemeenten Komen-Waasten en Voeren betreft, worden de in het eerste lid bedoelde exemplaren respectievelijk aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren gezonden.

  Art. 15bis. <W 1988-08-09/30, art. 22> Wat de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft, worden twee bijkomende exemplaren van de lijst van de alfabetisch gerangschikte kiezers overgezonden (aan de respectieve gouverneurs van de provincies Luik en West-Vlaanderen of aan de door hen aangewezen ambtenaren), volgens dezelfde procedure en binnen dezelfde termijn als die voorgeschreven in artikel 15. <W 30-07-1991, art. 10>

  Art. 16. <W 30-07-1991, art. 11> Op de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, brengt het college van burgemeesters en schepenen ter algemene kennis, door een bericht in de gebruikelijke vorm gesteld, dat eenieder zich tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing tijdens de diensturen tot de gemeentesecretarie kan wenden om na te gaan of hijzelf of een ander op de lijst staat dan wel met een juiste vermelding erop staat. Dit bericht maakt melding van de bij de artikelen 18 en volgende voorgeschreven procedure van bezwaar en beroep.

  Art. 17. § 1. <W 30-07-1991, art. 12> Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden, daartoe uiterlijk de drieëndertigste dag vóór die van de verkiezing bij aangetekend schrijven een aanvraag richten aan de burgemeester en die er zich schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor de Kamer of voor de Senaat voor te dragen.
  Elke politieke partij kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van deze lijst (, op papier en op een gestandaardiseerde elektronische drager,) krijgen, voor zover ze een kandidatenlijst, voor de Kamer of voor de Senaat, indient (in de kieskring) waar de gemeente ligt bij welke de aanvraag om afgifte van de lijst is ingediend overeenkomstig het eerste lid. <KB 05-04-1994, art. 1> <W 2004-12-27/30, art. 449, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  De afgifte aan de in het eerste lid vermelde personen van bijkomende exemplaren of afschriften geschiedt tegen betaling van de kostprijs, die door het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald.
  Indien een politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis vastgestelde strafsancties.
  § 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de nadere regelen bepaald in § 1, eerste lid.
  Het gemeentebestuur onderzoekt, op het ogenblik van de afgifte, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis vastgestelde strafsancties.
  § 3. Het gemeentebestuur mag geen exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.
  De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met toepassing van de §§ 1 en 2, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt.

  HOOFDSTUK II. - (BEZWAREN BIJ HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN.) <W 30-07-1991, art. 13>

  Art. 18. <W 30-07-1991, art. 13> Vanaf de datum waarop de kiezerslijst moet vastgesteld zijn, kan ieder die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op deze lijst de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10, § 2, onjuist zijn, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

  Art. 19. <W 30-07-1991, art. 13> Vanaf de datum waarop de kiezerslijst moet vastgesteld zijn, kan ieder die de kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervult, (in de kieskring) waarin de gemeente ligt waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van deze lijst, of tegen enige onjuistheid in de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10, § 2. <KB 05-04-1994, art. 2>

  Art. 20. <W 30-07-1991, art. 13> Het in artikel 18 of in artikel 19 bedoelde bezwaar wordt ingediend bij verzoekschrift en moet, samen met de bewijsstukken waarvan de verzoeker gebruik wenst te maken, tegen ontvangstbewijs neergelegd worden op de gemeentesecretarie of onder een ter post aangetekende omslag worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
  De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, is verplicht het op de datum van ontvangst in te schrijven in een bijzonder register, een ontvangstbewijs van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken af te geven, voor ieder bezwaar een dossier aan te leggen, de overgelegde stukken te nummeren en te paraferen en ze met hun volgnummer in te schrijven op de bij ieder dossier gevoegde inventaris.

  Art. 21. <W 30-07-1991, art. 13> Wanneer de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingebracht. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen.
  De ambtenaar die het ontvangt, maakt daarvan dadelijk proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene hem verklaart niet in staat te zijn te schrijven.
  Het proces-verbaal neemt de door betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een duplicaat aan de verschijnende persoon na het hem te hebben voorgelezen.
  De ambtenaar handelt vervolgens zoals in artikel 20, tweede lid, is voorgeschreven.

  Art. 22. <W 30-07-1991, art. 13> Het gemeentebestuur voegt kosteloos aan het dossier een afschrift of uittreksel toe van alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden.
  Het gemeentebestuur voegt ambtshalve bij het dossier alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de door de betrokkene ingeroepen middelen welke opgenomen zijn in het overeenkomstig artikel 21 opgestelde proces-verbaal, kracht kunnen bijzetten.

  Art. 23. <W 30-07-1991, art. 13> De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of de zaken zal of zullen worden behandeld.
  Deze rol wordt ten minste vierentwintig uur vóór de vergadering aangeplakt op de gemeentesecretarie, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen.
  Het gemeentebestuur geeft onverwijld en met alle middelen kennis aan de verzoeker alsook, in voorkomend geval, aan de betrokken partijen, van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden.
  Deze kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat, zoals bepaald in artikel 26, tweede tot vierde lid, het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend.

  Art. 24. <W 30-07-1991, art. 13> Gedurende de termijn bepaald in artikel 23 worden het dossier van de bezwaren en het in artikel 25, tweede lid, bedoelde verslag op de secretarie ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden.

  Art. 25. <W 30-07-1991, art. 13> Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of van het in artikel 21 vermeld proces-verbaal, en in elk geval voor de zevende dag voor die van de verkiezing.
  Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, indien zij verschijnen.

  Art. 26. <W 30-07-1991, art. 13> Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke en met redenen omklede beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven.
  De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het in het vorige lid vermelde register een verklaring van beroep te ondertekenen.
  De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden.
  Wanneer de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gelegd.
  De beslissing van het college wordt neergelegd op de gemeentesecretarie, waar eenieder er kosteloos inzage van kan nemen.
  Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst.

  HOOFDSTUK III. - (BEROEP BIJ HET HOF VAN BEROEP.) <W 30-07-1991, art. 13>

  Art. 27. <W 30-07-1991, art. 13> De burgemeester zendt onverwijld aan het hof van beroep, met alle middelen, een expeditie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld alsook alle documenten die de gedingen betreffen.
  De partijen worden verzocht voor het hof te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en in elk geval vóór de dag die de verkiezing voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken.

  Art. 28. <W 30-07-1991, art. 13> Indien het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het dit aan een vrederechter opdragen.

  Art. 29. <W 30-07-1991, art. 13> Indien het getuigenverhoor plaats heeft voor het hof, geeft de griffier aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten.

  Art. 30. <W 30-07-1991, art. 13> De getuigen mogen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken.
  In geval van niet-verschijning of van valse getuigenis worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken.
  De straffen bepaald tegen niet verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt.

  Art. 31. <W 30-07-1991, art. 13> In getuigenverhoren betreffende kiesrechtszaken kan een getuige niet worden ondervraagd met toepassing van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek.
  Bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van één der partijen mogen evenwel niet als getuige worden gehoord.

  Art. 32. <W 30-07-1991, art. 13> De debatten voor het hof zijn openbaar.

  Art. 33. <W 30-07-1991, art. 13> Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer het woord aan de partijen; die mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat.
  Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen; dit arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er kosteloos inzage van kunnen nemen.
  Het beschikkend gedeelte van het arrest wordt door toedoen van het openbaar ministerie met alle middelen onverwijld ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen en van de andere partijen.
  Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd, wanneer het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt.

  Art. 34. <W 30-07-1991, art. 13> Over het beroep wordt zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen; ze zijn niet vatbaar voor beroep.

  HOOFDSTUK IV. - (ALGEMENE BEPALINGEN.) <W 30-07-1991, art. 13>

  Art. 35. <W 30-07-1991, art. 13> In het door meer dan één verzoeker ingediende verzoekschrift wordt één enkele woonplaats gekozen; bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen.

  Art. 36. <W 30-07-1991, art. 13> Het getuigengeld wordt geregeld zoals in strafzaken.

  Art. 37. <W 30-07-1991, art. 13> De partijen schieten de kosten voor.
  Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding.

  Art. 38. <W 30-07-1991, art. 13> De kosten zijn ten laste van de verliezende partij. Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten worden gecompenseerd.
  Indien de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zullen komen.

  Art. 39. <W 30-07-1991, art. 13> De griffiers van de Hoven van beroep zenden aan de gemeentebesturen afschrift van de arresten.

  Art. 40. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 41. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 42. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 43. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 44. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 45. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 46. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 47. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 48. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 49. (opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 3°>

  Art. 50. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 51. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 52. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 53. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 54. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 55. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 56. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 57. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 58. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 59. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 60. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 61. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 62. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 63. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 64. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 65. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 66. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 67. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 68. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 69. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 70. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 71. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 72. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 73. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 74. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 75. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 76. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 77. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 78. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 79. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 80. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 81. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 82. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 83. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 84. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 85. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  Art. 86. (opgeheven) <W 05-07-1976, art. 10>

  TITEL III. - INDELING VAN DE KIEZERS EN VAN DE STEMBUREAUS. <W 05-07-1976, art. 11>

  HOOFDSTUK I. - STEMBUREAUS.

  Art. 87. <W 1993-07-16/31, art. 42> De verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden gehouden per kieskring bestaande uit één of meer administratieve arrondissementen overeenkomstig de tabel gevoegd bij dit Wetboek.

  Art. 87bis. <W 1993-07-16/31, art. 43> De verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren gebeurt op basis van de drie volgende kieskringen :
  1° de Vlaamse kieskring, die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren, met uitzondering van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde;
  2° de Waalse kieskring, die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren;
  3° de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, die de administratieve arrondissementen Brussel-Hoofdstad en Halle-Vilvoorde omvat.
  Er zijn twee kiescolleges, een Nederlands en een Frans.
  De personen die ingeschreven zijn op de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring behoren tot het Franse kiescollege en zij die ingeschreven zijn op de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring behoren tot het Nederlandse kiescollege.
  De personen die ingeschreven zijn op de kiezerslijst van een gemeente van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde behoren tot een van deze twee kiescolleges.
  De kiezers die, met toepassing van artikel 89bis, in Aubel en Heuvelland stemmen, behoren respectievelijk tot het Franse en het Nederlandse kiescollege.

  Art. 88. <W 1993-07-16/31, art. 44> De administratieve arrondissementen worden voor de in de artikelen 87 en 87bis bedoelde kiesverrichtingen ingedeeld in kieskantons overeenkomstig de in artikel 87 vermelde indelingstabel.
  De Koning kan de samenstelling en de hoofdplaats van de kantons slechts wijzigen ingevolge veranderingen die voortvloeien uit wetten tot wijziging van de grenzen tussen gemeenten en tot overplaatsing van de zetel van het vredegerecht naar een andere gemeente van het kieskanton.

  Art. 89. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 4°>

  Art. 89bis. <W 09-08-1988, art. 21> (In afwijking van artikel 4), hebben de kiezers (die zijn ingeschreven op de kiezerslijsten van) de gemeenten Voeren en Komen-Waasten de mogelijkheid respectievelijk in Aubel en Heuvelland te stemmen, in het door de Minister van Binnenlandse Zaken aangeduide bureau. <W 30-07-1991, art. 14>

  Art. 90. Wanneer er in de gemeente (...) niet meer dan achthonderd kiezers zijn, vormen zij een enkele stemafdeling. Zijn er meer, dan worden zij ingedeeld in stemafdelingen van ten hoogste achthonderd en ten minste honderd vijftig kiezers. <W 30-07-1991, art. 15, 1°>
  <Lid 2 opgeheven) <W 30-07-1991, art. 15, 2°>
  (Wanneer de stemming anders gebeurt dan aan de hand van een stembiljet, kan de Koning het aantal kiezers per stemafdeling verhogen, zonder dat het aantal ervan echter hoger ligt dan 2 000.) <W 1993-07-16/31, art. 45>

  Art. 91. Met instemming van het college van burgemeester en schepenen deelt (de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar) de kiezers per kieskanton in stemafdelingen in en bepaalt de volgorde van de stemafdelingen van elk kanton, te beginnen met de hoofdplaats. <W 30-07-1991, art. 16, 1°>
  Met instemming van het college wijst hij voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. Indien het wegens het aantal stemafdelingen noodzakelijk is, kan hij er verscheidene (...) in de lokalen van een zelfde gebouw bijeenroepen. <W 05-07-1976, art. 15>
  Zijn het college en (de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar) het niet eens over de indeling van de kiezers in stemafdelingen of over de keus van de stemlokalen, dan beslist (de Minister van Binnenlandse Zaken). <W 30-07-1991, art. 16, 1° en 2°>
  (Wat de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, worden de bevoegdheden die door de vorige leden toegekend zijn aan de provinciegouverneur of aan zijn afgevaardigde respectievelijk uitgeoefend door de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen.) <W 30-07-1991, art. 16, 3°>

  Art. 92. <W 30-07-1991, art. 17> Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen :
  1° de lijst van personen die, nadat de kiezerslijst is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, hetzij omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren, hetzij omdat ze van de bevolkingsregisters in België geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland, hetzij omdat ze overleden zijn;
  2° de kennisgevingen die hun ter uitvoering van artikel 13, na het opmaken van de kiezerslijst worden meegedeeld;
  3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen bedoeld in artikel 26 of van de arresten van het hof van beroep bedoeld in artikel 33.

  Art. 92bis. <W 30-07-1991, art. 18> Wanneer de lijst van personen, de kennisgevingen en de wijzigingen, respectievelijk vermeld in 1°, 2° en 3° van artikel 92 betrekking hebben op kiezers van de gemeenten Voeren en Komen-Waasten, worden ze door het college van burgemeester en schepenen van elk van deze twee gemeenten bovendien respectievelijk toegezonden aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen, die ze onverwijld moeten sturen aan de voorzitters van de stembureaus, die met toepassing van artikel 89bis door de Minister van Binnenlandse Zaken zijn aangewezen.

  Art. 93. <W 05-07-1976, art. 17> (Ten minste vijftien dagen voor de verkiezing) zendt (de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar) in een ter post aangetekende omslag twee voor echt verklaarde uittreksels uit de lijst der kiezers, opgemaakt per stemafdeling, aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kanton.) <W 30-07-1991, art. 19, 1°>
  (Wat de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, gebeurt de verzending echter door tussenkomst van respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen.) <W 30-07-1991, art. 19, 2°>

  Art. 93bis. <W 30-07-1991, art. 20> De gouverneurs van de provincie Luik en West-Vlaanderen of de door hen aangewezen ambtenaren zenden binnen dezelfde termijn en volgens dezelfde procedure als voorgeschreven in artikel 93 aan de voorzitters van de hoofdbureaus van respectievelijk de kantons Aubel en Mesen, beide eventueel aangepaste exemplaren van de kiezerslijsten van respectievelijk de gemeenten Voeren en Komen-Waasten, die ze hebben ontvangen met toepassing van artikel 15bis.

  Art. 94. <W 05-07-1976, art. 18> (§ 1.) (In de hoofdplaats van elke kieskring voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt een hoofdbureau van de kieskring samengesteld.) <W 1993-07-16/3, art. 46, 1°> <W 2002-12-13/40, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  Het (hoofdbureau van de kieskring) moet ten minste twintig dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt. <KB 05-04-1994, art. 3, 1°>
  In de (kieskringen) geen rechtbank van eerste aanleg is, wordt het (hoofdbureau) voorgezeten door de vrederechter van de hoofdplaats of, bij zijn ontstentenis, door één van zijn plaatsvervangers naar dienstouderdom. <KB 05-04-1994, art. 3, 2°>
  Het (hoofdbureau van de kieskring) bestaat, buiten de voorzitter, uit vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters, door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de (hoofdplaats van de kieskring) en een secretaris benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 100. <KB 05-04-1994, art. 3, 1° en 3°>
  (In het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moet minstens één bijzitter een magistraat zijn van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van de andere taalrol dan die van de voorzitter van het hoofdbureau.) <W 2002-12-13/40, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  Bij samenvoeging van twee of meer administratieve arrondissementen voor de verkiezing van de volksvertegenwoordigers (...), wordt de hoofdplaats aangegeven in de bij artikel 87 bedoelde indelingstabel. <W 1993-07-16/31, art. 46, 2°>
  Het (hoofdbureau van de kieskring) houdt zich uitsluitend bezig met de aan de stemming voorafgaande verrichtingen en met de algemene telling van de stemmen. <KB 05-04-1994, art. 3, 1°>
  De voorzitter houdt toezicht over de gezamenlijke verrichtingen in (de kieskring) en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. <KB 05-04-1994, art. 3, 4°>
  (§ 2. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen voorzien in het tweede lid en de volgende leden :
  1° het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde is belast met de kiesverrichtingen voor de lijsten van de Franstalige kandidaten en voor de lijsten van de Nederlandstalige kandidaten voorgedragen in deze kieskring;
  2° het hoofdbureau van de kieskring Leuven is belast met de kiesverrichtingen voor de lijsten van de kandidaten die worden voorgedragen in de kieskring Leuven.
  Voor de verrichtingen die zowel op de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde betrekking hebben als op de kieskring Leuven, wordt een bureau opgericht dat de leden van elk van deze twee bureaus verenigt.
  Het bureau aangeduid in het vorige lid, genaamd " verenigd bureau ", houdt zitting in de hoofdplaats van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de kieskring die het grootste aantal inwoners telt. In geval van staking van stemmen in de schoot van het verenigd bureau is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Het verenigd bureau is bevoegd voor de volgende verrichtingen :
  1° het opmaken en drukken van het stembiljet, zoals bepaald in de artikelen 127 tot 129;
  2° de verrichtingen inzake het tellen van de stemmen, de aanwijzing en de afkondiging van de verkozenen, zoals bepaald in de artikelen 164 en 172 tot 176;
  3° het opstellen van het proces-verbaal van de verkiezing, zoals bepaald in artikel 177.
  Indien tussen de zittingen van het voorlopig en van het definitief afsluiten van de kandidatenlijsten, zoals bepaald in de artikelen 119 en 124, de indieners of de kandidaten van een lijst die behoort tot het geheel van lijsten van Franstalige kandidaten of tot het geheel van lijsten van Nederlandstalige kandidaten van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde een klacht hebben ingediend tegen het aanvaarden van kandidaten op een lijst die ingediend is in handen van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Leuven, of omgekeerd, indien de indieners of de kandidaten van een lijst die werd ingediend in handen van de voorzitter van het hoofdbureau in laatstgenoemde kieskring een klacht hebben ingediend tegen het aanvaarden van een kandidaat op een lijst die behoort tot het geheel van de lijsten van Franstalige kandidaten of tot het geheel van de lijsten van Nederlandstalige kandidaten van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, dan overleggen het hoofdbureau van laatstgenoemde kieskring en het hoofdbureau van de kieskring Leuven met elkaar en houden ze zitting, indien nodig, als verenigd bureau tijdens de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten, om elke contradictie in de beslissingen over deze klachten te vermijden.) <W 2002-12-13/40, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 3 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  Art. 94bis. § 1. <W 1993-07-16/31, art. 47> Voor de verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren wordt een collegehoofdbureau samengesteld in de hoofdplaats van elk kiescollege.
  Het collegehoofdbureau wordt gevestigd in Mechelen voor het Nederlandse kiescollege en in Namen voor het Franse kiescollege.
  Het collegehoofdbureau moet ten minste twintig dagen vóór die van de verkiezing samengesteld zijn.
  Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de collegehoofdplaats of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt.
  Het collegehoofdbureau bestaat, buiten de voorzitter, uit vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. De vier bijzitters en de vier plaatsvervangende bijzitters worden door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de gemeente waarin het collegehoofdbureau gevestigd is. De secretaris, die niet stemgerechtigd is, wordt door de voorzitter benoemd uit de kiezers van het college.
  Het collegehoofdbureau houdt zich uitsluitend bezig met de aan de stemming voorafgaande verrichtingen en met de algemene telling van de stemmen.
  § 2. Een provinciehoofdbureau, gevestigd in de hoofdplaats van de provincie, staat in voor de algemene telling van de stemming voor de verkiezing van de leden van de Senaat.
  Het provinciehoofdbureau van de provincie Vlaams Brabant verricht deze opdracht slechts voor het administratief arrondissement Leuven.
  Het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers dat in de hoofdplaats van de provincie zitting houdt, fungeert als provinciehoofdbureau.
  Voor de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wordt de taak van provinciehoofdbureau waargenomen door het hoofdbureau van deze kieskring.

  Art. 94ter. <W 2003-04-02/34, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 16-04-2003> § 1. De voorzitters van de in artikel 94 bedoelde hoofdbureaus van de kieskring en de voorzitters van de in artikel 94bis bedoelde collegehoofdbureaus maken, ieder wat hem betreft, binnen vijfenzeventig dagen na de datum van de verkiezingen, in vier exemplaren, een verslag op ten behoeve van de Controlecommissie bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, over de uitgaven die de politieke partijen en de kandidaten voor verkiezingspropaganda hebben gedaan, alsmede over de herkomst van de geldmiddelen die zij daartoe hebben aangewend.
  Bij het opmaken van het verslag kunnen de voorzitters alle inlichtingen en nadere informatie opvragen die daartoe noodzakelijk zijn.
  Het verslag vermeldt :
  - de partijen en de kandidaten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen;
  - de door hen verrichte verkiezingsuitgaven;
  - de door hen gepleegde inbreuken op de aangifteplicht, als bedoeld in respectievelijk artikel 6 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen en artikel 116, § 6;
  - de inbreuken op de artikelen 2 en 5, § 1, van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, die blijken uit de door hen ingediende aangiften.
  De aangiften worden als bijlage bij het verslag gevoegd.
  Het verslag wordt opgesteld op daartoe bestemde formulieren die door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking worden gesteld.
  § 2. Twee exemplaren van het verslag worden door de voorzitter van het hoofdbureau bewaard en twee exemplaren worden aan de voorzitters van de Controlecommissie toegezonden.
  Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de vijfenzeventigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle kiesgerechtigden, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen, die hieromtrent binnen dezelfde termijn schriftelijk hun opmerkingen kunnen formuleren.
  De twee laatste exemplaren van het verslag en de opmerkingen van de kandidaten en de kiesgerechtigden worden vervolgens door de voorzitter van het hoofdbureau toegezonden aan de voorzitters van de Controlecommissie.

  Art. 95. <W 05-07-1976, art. 19> § 1. Elk kieskanton omvat een kantonhoofdbureau, stemopnemingsbureaus en stembureaus.
  § 2. Het kantonhoofdbureau is in de hoofdplaats van het kanton gevestigd en wordt voorgezeten :
  1° door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of zijn plaatsvervanger indien de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement;
  2° door de vrederechter indien de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk kanton;
  3° in al de andere gevallen door de vrederechter van het gerechtelijk kanton waarin de hoofdplaats van het kieskanton gelegen is, of zijn plaatsvervanger.
  § 3. De voorzitter van het kantonhoofdbureau is voornamelijk belast met het toezicht op de kiesverrichtingen in het gehele kieskanton. Hij verwittigt onmiddellijk de voorzitter (van het hoofdbureau van de kieskring)(of van het collegehoofdbureau) van elke omstandigheid die het toezicht van deze laatste vereist. Hij verzamelt de uitkomsten van de stemopneming in het kanton. <W 1993-07-16/31, art. 49> <KB 05-04-1994, art. 4, 1°>
  § 4. De voorzitter van het kantonhoofdbureau wijst achtereenvolgens aan :
  1° de voorzitters van de stemopnemingsbureaus;
  2° de voorzitters van de stembureaus;
  3° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stemopnemingsbureaus.
  (4° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus.) <W 2007-02-13/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (De voorzitters van de stembureaus worden uiterlijk de dertigste dag vóór die van de verkiezing aangewezen. De voorzitters, bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stemopnemingsbureaus worden uiterlijk de twaalfde dag vóór die van de verkiezing aangewezen. De voorzitter van het kantonhoofdbureau betekent deze aanwijzingen onmiddellijk aan de betrokkenen en de gemeenteoverheid.) <W 30-07-1991, art. 21, 1°>
  Deze personen worden achtereenvolgens aangewezen in de hierna vermelde volgorde :
  1° de rechters of plaatsvervangende rechters, naar dienstouderdom, in de rechtbank van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbank en in de rechtbank van koophandel;
  2° de vrederechters of plaatsvervangende vrederechters naar dienstouderdom;
  3° de rechters in de politierechtbanken of hun plaatsvervangers naar dienstouderdom;
  4° de advocaten en de advocaten-stagiairs naar de orde van hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;
  5° de notarissen;
  (6° de bekleders van een ambt van niveau A of B die onder de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten ressorteren en de bekleders van een gelijkwaardige graad die ressorteren onder provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, onder enige instelling van openbare nut al dan niet bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut of onder de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;) <W 2003-03-11/36, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2003>
  7° het onderwijzend personeel;
  8° de stagiairs van het parket;
  9° zo nodig de personen aangewezen uit de kiezers van (de kieskring). <KB 05-04-1994, art. 4, 2°>
  (De overheden die de personen bedoeld in het voorgaande lid onder 6° en 7° tewerkstellen, delen de naam, voornamen, adres en beroep van deze personen mede aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben.) <W 2003-03-11/36, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2003>
  § 5. Ieder die zich, zonder geldige reden, onttrekt aan de aanwijzing voorzien in voorgaande paragraaf, of die door zijn schuld, zijn onvoorzichtigheid of zijn nalatigheid op enigerlei wijze de hem toevertrouwde opdracht in gevaar brengt, wordt gestraft met geldboete van vijftig tot tweehonderd frank.
  § 6. Ingeval één van de aldus aangewezen voorzitters op het ogenblik van de verrichtingen verhinderd of afwezig is, zorgt het bureau voor de nodige aanvulling. Indien de leden van het bureau het oneens zijn over de keus, beslist de stem van het oudste lid. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.
  § 7. Het kantonhoofdbureau bestaat uit de voorzitter, vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters, door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de kantonhoofdplaats en een secretaris, die wordt benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 100.
  § 8. De stemopnemingsbureaus zijn in de hoofdplaats van het kieskanton gevestigd. Zij bestaan uit de voorzitter, vier bijzitters, (vier plaatsvervangende bijzitters) en een secretaris, die wordt benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 100. <W 30-07-1991, art. 21, 2°>
  § 9. De stembureaus bestaan uit de voorzitter, vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris die wordt benoemd overeenkomstig artikel 100. (De bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters worden door de voorzitter van het kantonhoofdbureau, ten minste twaalf dagen vóór de verkiezing, aangewezen onder de kiezers van de stemafdeling die kunnen lezen en schrijven.) (...) <W 30-07-1991, art. 21, 3°> <W 2007-02-13/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 10. (Binnen achtenveertig uur na de aanwijzing van de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters, geeft de voorzitter van het kantonhoofdbureau hun daarvan kennis bij aangetekende brief; in geval van verhindering, moeten ze de voorzitter daarvan bericht geven binnen de achtenveertig uur na de kennisgeving.) <W 2007-02-13/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Indien het getal van degenen die aanvaarden onvoldoende is om het stembureau samen te stellen, wordt het door de voorzitter aangevuld overeenkomstig § 9.
  Met geldboete van 50 tot 200 frank wordt gestraft de bijzitter of de plaatsvervangende bijzitter die binnen de bepaalde tijd de reden van zijn verhindering niet opgeeft, of die zonder wettige reden nalaat het hem opgedragen ambt te vervullen.
  (De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt elke voorzitter van het stembureau op de hoogte van de aanwijzing van de bijzitters en van de plaatsvervangende bijzitters van zijn bureau.) <W 2007-02-13/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 11. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van een bureau.
  § 12. (Tijdens de tweede maand die voorafgaat aan die van de verkiezing in het geval bedoeld in artikel 105, of zodra de datum van de stemming is vastgesteld in het geval bedoeld in artikel 106, maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op :
  1° de eerste bevat de personen die kunnen worden bekleed met één van de functies vermeld in § 4, eerste lid (, 1° en 3°). Deze lijst wordt uiterlijk de drieëndertigste dag voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden; <W 2007-02-13/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  2° de tweede bevat de kiezers die overeenkomstig § 9 aangewezen zouden kunnen worden, naar rata van (vierentwentig) personen per kiesafdeling. Deze lijst mag de in 1° bedoelde personen niet bevatten. De lijst wordt ten minste vijftien dagen voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden. (...) De personen die kunnen worden aangewezen, worden daarvan in kennis gesteld.) <W 30-07-1991, art. 21, 4°> <W 2007-02-13/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 13. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 21, 5°>

  Art. 95bis. <Ingevoegd bij W 2007-02-13/37, art. 4; Inwerkingtreding : 17-03-2007> De voorzitters van de in de artikelen 94, 94bis en 95 bedoelde hoofdbureaus delen op digitale wijze hun contactgegevens mee aan de Minister van Binnenlandse Zaken, uiterlijk op de in artikel 10 bedoelde datum voor het opmaken van de kiezerslijst.

  Art. 96. De lijst van de voorzitters wordt voor elk kanton opgemaakt door de magistraat die het (kantonhoofdbureau) voorzit. Deze magistraat doet aan de betrokkenen een uittreksel toekomen. <W 05-07-1976, art. 20, 1°>
  Hij voorziet ten spoedigste in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht een reden van verhindering hebben doen kennen.(Ten minste veertien dagen voor de verkiezing zendt hij de definitieve lijst aan (de voorzitter van het hoofdbureau alsmede aan de voorzitter van het collegehoofdbureau) en ten minste tien dagen voor de verkiezing stuurt hij aan elke voorzitter van de stemafdelingen van het kanton de kiezerslijsten van zijn afdeling.) <W 30-07-1991, art. 22, 1°> <W 16-07-1993, art. 50>
  (Ter ondersteuning van de exemplaren van de kiezerslijst die zij met toepassing van artikel 93bis ontvangen hebben, sturen de voorzitters van de hoofdbureaus van respectievelijk de kantons Aubel en Mesen binnen de in het vorig lid vastgestelde termijn aan de voorzitters van de stembureaus vermeld in artikel 89bis, een uittreksel in tweevoud van de kiezerslijst van respectievelijk de gemeenten Voeren en Komen-Waasten, die in hun afdeling kunnen stemmen.) <W 30-07-1991, art. 22, 2°>

  Art. 97. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 21, 1° en 2°>

  Art. 98. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 21, 1° en 2°>

  Art. 99. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 21, 1° en 2°>

  Art. 100. <W 05-07-1976, art. 22> De secretaris wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de kiezers van (de kieskring). Hij is niet stemgerechtigd. <KB 05-04-1994, art. 5>

  Art. 101. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 5°>

  Art. 102. <W 30-07-1991, art. 23> Per kieskanton wordt een lijst opgemaakt die de samenstelling van de stembureaus aangeeft. Een afschrift ervan wordt door de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden aan de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar; de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar neemt de nodige maatregelen opdat een ieder er inzage van kan nemen.
  Wat echter de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, wordt het in het eerste lid bedoelde afschrift van de lijst gezonden aan respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. Zij nemen de nodige maatregelen opdat een ieder er inzage van kan nemen.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstrekt afschriften van de lijst aan ieder die er ten minste vijftien dagen voor de verkiezing om verzocht heeft. De prijs van deze afschriften wordt bij koninklijk besluit bepaald. Deze mag niet hoger zijn dan (2,50 EUR). <KB 2001-12-11/46, art. 1>

  Art. 103. Het stembureau mag niet worden gevormd vóór kwart voor acht uur. Indien op dat ogenblik de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters niet aanwezig zijn, vult de voorzitter het stembureau ambtshalve aan met aanwezige kiezers die kunnen lezen en schrijven.
  Elk bezwaar tegen een dergelijke aanwijzing moet door de getuigen worden ingebracht vóór het begin van de verrichtingen. Het stembureau doet onverwijld uitspaak, zonder mogelijkheid van beroep.

  Art. 104. <W 05-07-1976, art. 24> (De voorzitters en de bijzitters van de collegehoofdbureaus, van de hoofdbureaus van een kieskring en van de kantonhoofdbureaus, en de voorzitters en bijzitters van de stemopnemingsbureaus leggen de volgende eed af :) <W 1993-07-16/31, art. 51>
  " Ik zweer dat ik de stemmen getrouw zal opnemen en het geheim van de stemming zal bewaren. "
  of :
  " Je jure de recenser fidèlement les suffrages et de garder le secret des votes. "
  of :
  " Ich schwöre die Stimmen gewissenhaft zu zahlen und das Stimmgeheimnis zu bewahren. "
  De voorzitters en de bijzitters van de stembureaus, alsmede de secretarissen van de verschillende kiesbureaus en de getuigen van de kandidaten leggen de volgende eed af :
  " Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren. "
  of :
  " Je jure de garder le secret des votes. "
  of :
  " Ich schwöre das Stimmgeheimnis zu bewahren. "
  De eed wordt vóór het begin van de verrichtingen door de bijzitters, de secretaris en de getuigen afgelegd in handen van de voorzitter, vervolgens door deze ten overstaan van het samengesteld bureau.
  De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de verrichtingen benoemd wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt.
  Van deze eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

  HOOFDSTUK II. - OPROEPING VAN DE KIEZERS.

  Art. 105. <W 11-12-1984, art. 1> (...) De gewone vergadering van de kiescolleges voor de vervanging van de aftredende volksvertegenwoordigers en senatoren heeft plaats de eerste zondag die volgt op het verstrijken van een termijn van vier jaar die ingaat op de dag waarop de gecoöpteerde senatoren zijn aangewezen bij de vorige (...) verkiezing. <W 1993-07-16/31, art. 52, 1° en 2°>
  Indien de zondag genoemd in het vorige lid, samenvalt met een wettelijke feestdag, wordt de verkiezing tot de volgende zondag uitgesteld.
  § 2. (...) <W 1993-07-16/31, art. 52, 3°>

  Art. 106. <W 12-03-1937, art. 1> Bij ontbinding van de Kamers (...), evenals bij een vacature waarin niet kan voorzien worden door het aanstellen van een opvolger, vergadert het kiescollege binnen veertig dagen na de ontbindingsakte of na de vacature. De datum van de verkiezing wordt bij koninklijk besluit bepaald. <W 1993-07-16/31, art. 53>
  Indien echter een vacature ontstaat binnen drie maanden vóór de vernieuwing van beide Kamers (...), mag het kiescollege niet worden opgeroepen dan op beslissing van de Kamer waar de zetel is opengevallen. (Dit geldt eveneens wanneer de vacature veroorzaakt is door het ontslag van een titularis of door de afstand van opvolgers.) In die onderscheiden gevallen heeft de eventuele vergadering van het kiescollege plaats binnen veertig dagen na de beslissing. <W 30-07-1991, art. 24> <W 1993-07-16/31, art. 53>

  Art. 107. <W 05-07-1976, art. 25> Ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing doet de Minister van Binnenlandse Zaken in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarbij de dag van de stemming, de uren van opening en sluiting van de stembureaus medegedeeld wordt.
  Dit bericht vermeldt eveneens dat voor elke kiezer bezwaar mogelijk is bij het gemeentebestuur (tot twaalf dagen vóór de verkiezing). <W 30-07-1991, art. 25, 1°>
  (De gouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar) draagt zorg dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen tevoren aan elke kiezer een oproepingsbrief zendt aan de verblijfplaats die hij op dat tijdstip heeft. <W 30-07-1991, art. 25, 2°>
  (Wat echter de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft, wordt de bevoegdheid die door het derde lid toegekend wordt aan de provinciegouverneur of aan zijn afgevaardigde, nochtans uitgeoefend door respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en door de arrondissementscommissaris van Komen-Moeskroen.) <W 30-07-1991, art. 25, 3°>
  (Tot de stemming worden toegelaten, alle personen die zijn ingeschreven op de kiezerslijst vermeld in artikel 10.) <W 30-07-1991, art. 25, 4°>
  De kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, kan hem op de gemeentesecretarie afhalen tot op de dag van de stemming 's middags.
  Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht voorgeschreven in het eerste lid.
  Deze oproepingsbrieven vermelden de dag waarop en het lokaal waarin de kiezer moet stemmen, de te verrichten benoemingen, de uren van opening en sluiting van het stembureau; (zij herinneren aan hetgeen bij de artikelen 94ter, § 1, eerste lid, en § 2, tweede lid, en 130, eerste lid, 3°, wordt bepaald.) (De oproepingsbrieven, overeenkomstig het model dat bij koninklijk besluit te bepalen is, vermelden de naam, de voornamen, het geslacht en de hoofdverblijfplaats van de kiezer en, in voorkomend geval, de naam van zijn echtgeno(o)t(e), alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat.) <W 19-05-1994, art. 13> <W 11-04-1994, art. 2>
  (Lid opgeheven) <W 11-04-1994, art. 2, § 2, 1°>

  Art. 107bis. <W 09-08-1988, art. 25> Het speciaal model van oproepingsbrief, dat aan de in artikel 89bis bedoelde kiezers zal worden toegezonden, zal bij koninklijk besluit worden vastgelegd.

  Art. 107ter. (Opgeheven) <W 2002-03-07/49, art. 6>

  HOOFDSTUK III. - (...) <Opgeheven bij W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>

  Art. 107quater. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>

  Art. 107quinquies. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>

  Art. 107sexies. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>

  Art. 107septies. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>

  Art. 107octies. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 1°>

  TITEL IV. - KIESVERRICHTINGEN.

  HOOFDSTUK I. - HANDHAVING VAN DE ORDE.

  Art. 108. De kiescolleges zijn alleen bevoegd voor de verkiezing waarvoor zij zijn opgeroepen.
  (De kiezers mogen zich niet doen vervangen dan op grond van (artikel 147bis.)) <W 08-07-1970, art. 2> <W 05-07-1976, art. 26>

  Art. 109. De voorzitter van het stembureau neemt de nodige maatregelen om orde en rust te handhaven in de omgeving van het gebouw waar de verkiezing plaatsheeft.
  Hij is tevens belast met de handhaving van de orde in het lokaal en kan die bevoegdheid wat het wachtlokaal betreft, aan een lid van het stembureau overdragen.
  Alleen de kiezers van de stemafdeling en de kandidaten worden in het wachtlokaal toegelaten.
  In het gedeelte van het lokaal waar wordt gestemd, worden de kiezers niet langer toegelaten dan nodig is om hun stembiljet in te vullen en in de bus te steken.
  (De deskundigen, die zijn aangewezen bij artikel 5bis van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, en de personen die belast zijn met het verlenen van technische bijstand worden toegelaten in de stembureaus op de dag van de stemming na vertoon aan de voorzitter van het stembureau van hun legitimatiekaart uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.) <W 2003-03-11/36, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2003>
  Het is hun niet geoorloofd gewapend op te komen.
  In de vergaderzaal of in de nabijheid van het stemlokaal mag geen gewapende macht worden opgesteld zonder opvordering van de voorzitter.
  De burgerlijke overheid en de militaire bevelhebbers zijn gehouden zijn opvorderingen op te volgen.

  Art. 110. <W 2003-03-11/36, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2003> Hij die, zonder lid van het stembureau, kiezer van de stemafdeling, kandidaat, deskundige aangewezen bij artikel 5bis van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, of verlener van technische bijstand te zijn, gedurende de kiesverrichtingen het lokaal van een der stemafdelingen betreedt, wordt op bevel van de voorzitter of van zijn gemachtigde uit het lokaal verwijderd; indien hij weerstand biedt of opnieuw binnentreedt, wordt hij gestraft met geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro.

  Art. 111. Zij die in het stemlokaal openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geven of op enigerlei wijze wanorde veroorzaken, worden door de voorzitter of zijn gemachtigde tot de orde geroepen; indien zij daarmee voortgaan, kan de voorzitter of zijn gemachtigde hen doen verwijderen, met dien verstande dat hij hen opnieuw moet binnenlaten om te stemmen.
  Van het bevel tot verwijdering wordt in het procesverbaal melding gemaakt en de schuldigen worden gestraft met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd frank.

  Art. 112. De lijst van de kiezers der stemafdeling wordt in het wachtlokaal opgehangen. Dit voorschrift geldt eveneens voor (de onderrichtingen voor de kiezer (model I)) en voor de tekst van titel V en van de artikelen 110 en 111. <W 30-07-1991, art. 27>

  Art. 113. Op de tafel van het stembureau wordt een exemplaar van dit wetboek gelegd. Voor de kiezers ligt een tweede exemplaar ter inzage in het wachtlokaal.

  Art. 114. Niemand is gehouden het geheim van zijn stem bekend te maken, zelfs bij een gerechtelijk onderzoek of geschil of bij een parlementair onderzoek.

  HOOFDSTUK II. - KANDIDAATSTELLING EN STEMBILJETTEN.

  Art. 115. <W 05-07-1976, art. 27> (NOTA van Justel : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof wijzigingen vernietigd die aan onderhavig art. 115 aangebracht waren bij artikel 4 van de W 2002-12-13/40. De W %%2007-02-13/37, art. 5, toont dat de werkgever de vernietigde wijzigingen als niet bestaande beschouwt.) (De voordrachten van kandidaten worden aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring en aan de voorzitter van het collegehoofdbureau ter hand gesteld (op zaterdag, negenentwintigste dag, tussen 14 en 16 uur, of op zondag, achtentwintigste dag vóór de stemming, tussen 9 en 12 uur). <W 2007-02-13/37, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (Voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden de in artikel 132 bedoelde verklaringen van lijstenverbinding overhandigd op donderdag, (zeventiende) dag vóór de stemming tussen 14 en 16 uur : <W 2007-02-13/37, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  1° aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring dat in de provinciehoofdplaats zitting houdt, met uitzondering van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.
  2° aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, voor de verbindingen betreffende enerzijds, de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Nijvel en anderzijds, de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven.
  Deze bureaus fungeren als provinciaal centraal bureau.) <W 1993-07-16/31, art. 55, 1°>
  De aanwijzingen van getuigen worden door de voorzitter van het kantonhoofdbureau in ontvangst genomen op dinsdag, de vijfde dag vóór de stemming tussen 14 en 16 uur.
  (Ten minste (drieëndertig) dagen vóór de verkiezing maakt de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het collegehoofdbureau, onder vermelding van de hierboven bepaalde dag en uur, bekend op welke plaats hij de voordrachten van kandidaten in ontvangst zal nemen. De bekendmaking vermeldt eveneens op welke plaats, dag en uur de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, bedoeld in het tweede lid, de verklaringen van lijstenverbinding voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers in ontvangst zal nemen.) <W 1993-07-16/31, art. 55, 2°> <W 2007-02-13/37, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing maakt de voorzitter van het kantonhoofdbureau, onder vermelding van de hierboven bepaalde dag en uren, bekend op welke plaats hij de aanwijzingen van getuigen in ontvangst zal nemen.
  Wanneer de twintigste dag vóór de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen welke op deze dag moeten plaats hebben en die welke eraan voorafgaan, achtenveertig uren vervroegd.

  Art. 115bis. <W 05-07-1976, art. 28> § 1. (Elke politieke formatie die door ten minste één parlementslid vertegenwoordigd is in een van de parlementaire assemblees, ongeacht of zulks op Europees, federaal, gemeenschaps- dan wel gewestelijk niveau is, kan een akte neerleggen waarin ze de bescherming vraagt van het letterwoord of het logo dat ze zich voorneemt te gebruiken in de voordrachtsakte, overeenkomstig artikel 116, § 4, tweede lid.
  De akte van neerlegging van het letterwoord of het logo moet ondertekend zijn door ten minste een parlementslid, onder degene die zijn bedoeld in het eerste lid, dat behoort tot de politieke formatie die dat letterwoord of dat logo zal gebruiken. Elk van de ondertekenaars mag zijn handtekening slechts op één akte van neerlegging aanbrengen.) <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (De akte van neerlegging wordt de dertigste dag vóór de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, aan de Minister van Binnenlandse Zaken of diens gemachtigde overhandigd door een parlementslid-ondertekenaar. Zij vermeldt het (letterwoord of logo) dat zal worden gebruikt door de kandidaten van de politieke formatie, alsook de naam, de voornamen en het adres van de persoon en diens plaatsvervanger, welke door die formatie zijn aangewezen om (in iedere kieskring of kiescollege) te attesteren dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt.) <W 28-07-1987, art. 1, 1°> <W 1993-07-16/31, art. 56, 2°> <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  (leden 4 tot 6 opgeheven) <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 2. (Onmiddellijk na de neerlegging van de akten tot bescherming van een letterwoord of logo, om twaalf uur, houdt de minister een loting ter aanwijzing van de gemeenschappelijke volgnummers die aan de lijsten met een beschermd letterwoord of logo zullen worden toegekend.
  De tabel van de beschermde letterwoorden of logo's en van de toegekende volgnummers wordt binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De Minister van Binnenlandse Zaken stelt de voorzitters van de kieskring- en collegehoofdbureaus voor de wetgevende verkiezingen in kennis van de aldus toegekende volgnummers, de verschillende beschermde letterwoorden of logo's, alsook de naam, de voornamen en het adres van de door de politieke formatie aangewezen personen en hun plaatsvervangers die alleen gemachtigd zijn de kandidatenlijsten voor echt te erkennen.
  De voordrachten van kandidaten die een beschermd letterwoord of logo en een gemeenschappelijk volgnummer vorderen, moeten vergezeld zijn van het attest van de door de politieke formatie aangewezen persoon of van zijn plaatsvervanger; indien dergelijk attest niet voorgelegd wordt, weigert de voorzitter van het hoofdbureau ambtshalve het gebruik door deze lijst van het beschermde letterwoord of logo en van het gemeenschappelijk volgnummer.) <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 3. (opgeheven) <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (§ 4. De kandidaten voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers (die geen gemeenschappelijk volgnummer hebben bekomen) overeenkomstig de bepalingen van § 2 kunnen, in de akte van bewilliging van hun kandidaturen, vragen dat aan hun lijst hetzelfde (letterwoord of logo) en hetzelfde volgnummer toegekend wordt als die welke toegekend zijn aan lijsten die ingediend zijn voor de verkiezing van de Senaat. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitters van de kieskringhoofdbureaus voor de Kamer van volksvertegenwoordigers geven uiterlijk op maandag de (zevenentwintigste) dag vóór de stemming, voor 15 uur, kennis van dergelijke aanvragen aan de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse of Franse kiescollege, naar gelang van het geval, voor de verkiezing van de Senaat. <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat delen dit op hun beurt per telefax of per drager mee aan de indieners van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de Senaat.
  Het verzoek kan alleen ingewilligd worden indien het de toestemming bekomt van ten minste twee van de eerste drie (kandidaat-titularissen) die voorkomen op de lijst die voorgedragen is voor de verkiezing van de Senaat, waarvan het (letterwoord of logo) en het volgnummer gevraagd worden. De toestemming wordt uitgedrukt in een door de bedoelde kandidaten ondertekende verklaring die aan de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse of Franse kiescollege, naar gelang van het geval, voor de verkiezing van de Senaat afgegeven wordt op dinsdag de (zesentwintigste) dag vóór de stemming, tussen 13 en 15 uur, of op woensdag de (vijfentwintigste) dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur. <W 2002-12-13/41, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Nadat het verzoek regelmatig verklaard is, moeten de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers het gevraagde (letterwoord of logo) en nummer krijgen. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse of Franse kiescollege, naar gelang van het geval, voor de verkiezing van de Senaat, geeft per telefax of per drager ten laatste donderdag de (vierentwentigste) dag vóór de stemming, vóór 16 uur, aan de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, kennis van de regelmatig ingewilligde verzoeken, de (letterwoorden of logo's) en volgnummers die toegekend moeten worden aan de betreffende lijsten, evenals het hoogste nummer dat, voor alle colleges samen, toegekend is voor de verkiezing van de Senaat. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2007-02-13/37, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De nummering van de kandidatenlijsten die bedoeld worden in het vijfde lid, gebeurt na ontvangst van de kennisgeving die bedoeld wordt in het zesde lid, overeenkomstig artikel 128, § 3.) <W 1998-12-18/39, art. 7, 3°>

  Art. 115ter. <Ingevoegd bij W 1998-12-18/39, art. 8> § 1. In afwijking van artikel 115bis, wordt de nummering van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat, wanneer de verkiezingen voor de vernieuwing van de federale Wetgevende Kamers plaatsvinden op de in artikel 10, § 3, bedoelde datum, geregeld overeenkomstig de volgende bepalingen.
  § 2. De kandidaten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor de Senaat kunnen in de verklaring van bewilliging in hun kandidaatstelling vragen dat aan hun lijst hetzelfde beschermde (letterwoord of logo) en hetzelfde daarmee overeenstemmende nummer worden toegewezen als die welke tijdens de loting die de Minister van Binnenlandse Zaken op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement heeft gehouden, toegewezen zijn aan een lijst die voor die verkiezing is voorgedragen, voor zover zij een attest overleggen dat uitgaat van de persoon of diens plaatsvervanger die daartoe zijn aangewezen door de politieke formatie namens welke de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement is ingediend, en waarbij hen toestemming wordt verleend om het voor die verkiezing toegekende beschermde (letterwoord of logo) en het overeenstemmende volgnummer te gebruiken. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  Als het beschermde (letterwoord of logo) waarvan het gebruik gevraagd wordt overeenkomstig het voorgaande lid, het bijkomende element bevat dat bedoeld wordt in artikel 21, § 2, derde lid, derde zin, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, kan de lijst voor de Kamer of voor de Senaat die gemachtigd is het (letterwoord of logo) te gebruiken, daarvan gebruik maken zonder toevoeging van dat element. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De kandidaten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat kunnen in de akte van bewilliging in hun kandidaatstelling vragen dat aan hun lijst hetzelfde volgnummer wordt toegekend als datgene dat tijdens de loting die de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege, naar gelang van het geval, op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement heeft gehouden, is toegewezen aan een lijst die voor die verkiezing is voorgedragen, voor zover zij een attest overleggen dat uitgaat van de persoon of de personen die de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement hebben ingediend, en waarbij aan hen toestemming wordt verleend om het voor die verkiezing toegekende volgnummer te gebruiken.
  (Voor het overige wordt de nummering van de kandidatenlijsten die ingediend zijn voor de verkiezing van de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers, geregeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 128ter.) <W 2007-02-13/37, art. 7, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 3. (opgeheven) <W 2007-02-13/37, art. 7, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>

  Art. 116. <W 1993-07-16/31, art. 57> § 1. Voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers moet de voordracht ondertekend worden, hetzij door ten minste vijfhonderd kiezers, wanneer de bevolking van de kieskring bij de laatste telling meer dan één miljoen inwoners bedraagt, door ten minste vierhonderd kiezers, wanneer die bevolking tussen 500 000 en 1 miljoen inwoners begrepen is en door ten minste tweehonderd kiezers in de andere gevallen, hetzij door ten minste drie aftredende leden.
  (Voor het bepalen van het minimum aantal handtekeningen van kiezers dat vereist is voor de voordracht van Nederlandstalige kandidaten in handen van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde of voor de voordracht van kandidaten in handen van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Leuven, geldt het totale bevolkingscijfer van beide kieskringen.
  Zowel de kiezers ingeschreven op de kiezerslijst van een gemeente van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde als de kiezers die ingeschreven zijn in de kiezerslijst van een gemeente van de kieskring Leuven kunnen hun handtekening plaatsen onder de voordracht van kandidaten zoals bepaald in het vorig lid.) <W 2002-12-13/40, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  § 2. Voor de verkiezing van de Senaat, moet de voordracht ondertekend worden, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Nederlands kiescollege, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Frans kiescollege, hetzij door ten minste twee aftredende senatoren behorend tot de taalgroep die overeenstemt met de taal die is vermeld in de taalverklaring van de kandidaten.
  § 3. De voordracht wordt aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of aan de voorzitter van het collegehoofdbureau overhandigd, hetzij door een van de drie daartoe door de kandidaten onder de in § 1 en § 2 aangewezen kiezers, hetzij door een van de twee daartoe door de voordragende parlementsleden aangewezen kandidaten. Die voorzitter geeft er een ontvangstbewijs van. Indien kiezers die de voordracht doen niet voorkomen op de lijsten van de gemeente waar het collegehoofdbureau of het hoofdbureau van de kieskring is gevestigd, wordt bij de voordrachtsakte een uittreksel gevoegd uit de kiezerslijst van de gemeente waar zij ingeschreven zijn.
  § 4. (De voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht het beroep en de hoofdverblijfplaats van de kandidaten en, in voorkomend geval, van de kiezers die hen voordragen.) De identiteit van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag worden voorafgegaan door de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot. <W 11-04-1994, art. 3, § 1>
  (De voordracht vermeldt het letterwoord of het logo dat boven de kandidatenlijst moet komen op het stembiljet. Het letterwoord of het logo, waarbij dit laatste de grafische voorstelling is van de naam van de lijst, bestaat uit ten hoogste (achttien karakters)). Eenzelfde (letterwoord of logo) kan worden gesteld, hetzij in een enkele nationale taal, hetzij vertaald in een andere nationale taal, hetzij in een nationale taal samen met de vertaling in een andere nationale taal. <W 2003-02-19/42, art. 2 en 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2007-04-21/51, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 04-05-2007>
  De vermelding van een (letterwoord of logo), in voorkomend geval met inbegrip van het bijkomend element bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europees Parlement, waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die (door ten minste één parlementslid vertegenwoordigd is in een van de parlementaire assemblees, ongeacht of zulks op Europees, federaal, gemeenschaps- dan wel gewestelijk niveau is) en waaraan ter gelegenheid van een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van de Wetgevende Kamers, van het Europees Parlement of van de Gemeenschaps- en Gewestraden bescherming is verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden. De lijst van de (letterwoorden of logo's) waarvan het gebruik verboden is, wordt de drieëndertigste dag vóór de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2007-02-13/37, art. 8, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (Van zodra een voordracht van kandidaten met de vermelding van een bepaald (letterwoord of logo) is neergelegd, weigert de voorzitter van het kieskring- of collegehoofdbureau het gebruik van hetzelfde (letterwoord of logo) door elke andere voordracht van kandidaten.) <W 1998-12-18/39, art. 9> <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De personen die bij artikel 119 gemachtigd zijn om de voordracht na te zien of het bureau mogen de hoedanigheid van kiezer niet betwisten van de ondertekenaars die als kiezer voorkomen op de lijsten van de kiezers van één van de gemeenten uit het college of de kieskring.
  De akte van bewilliging van de kandidaatstelling bestaat in een ondertekende schriftelijke verklaring, die aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of aan de voorzitter van het collegehoofdbureau wordt overhandigd binnen de in artikel 115, eerste lid, voorgeschreven termijn voor het indienen van de voordrachten van kandidaten. In dezelfde verklaring moeten de kandidaten voor de verkiezing van de Senaat die zich voor het Nederlandse kiescollege aanmelden bevestigen dat zij Nederlandstalig zijn terwijl diegenen die zich voor het Franse kiescollege aanmelden moeten bevestigen dat zij Frans- of Duitstalig zijn.
  § 5. De bewilligende kandidaten wier namen voorkomen op een zelfde voordrachtsakte, worden geacht een enkele lijst te vormen.
  In hun akte van bewilliging wijzen de kandidaten uit de kiezers die hun voordrachtsakte hebben ondertekend, drie personen aan, die zij machtigen om deze akte in te dienen. In dezelfde akte erkennen zij de twee kandidaten die door de in § 3 bedoelde parlementsleden zijn aangewezen om de voordrachtsakte in te dienen.
  Zij kunnen in dezelfde akte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het hoofdbureau, voorgeschreven bij de artikelen 119 en 124, en de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen, alsmede een getuige en een plaatsvervangende getuige voor elk kantonhoofdbureau om de vergadering, voorgeschreven bij artikel 150, alsmede de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen.
  Indien de kandidaten zich wensen aan te sluiten bij een bepaalde akte van lijstenvereniging, moeten zij zulks in hun akte van bewilliging te kennen geven.
  Op een zelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden te kiezen zijn. (Evenwel wordt het maximum aantal kandidaten dat toegestaan wordt op een lijst ingediend in de kieskring Leuven of in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde bepaald door het optellen van het aantal te verkiezen leden in elk van beide kieskringen.) <W 2002-12-13/40, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  Bij verkiezing voor de hernieuwing van de Kamers worden er geheel afzonderlijke voordrachten opgemaakt voor elke Kamer.
  (§ 6. In hun akte van bewilliging verbinden zowel de kandidaat-titularissen als de kandidaat-opvolgers zich ertoe :
  1° de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven in acht te nemen;
  2° de aangiften van hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen die daaraan zijn besteed, tegen ontvangstbewijs, binnen vijfenveertig dagen na de verkiezingen aan te geven bij de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of bij de voorzitter van het collegehoofdbureau van, naar gelang van het geval, het Nederlandse kiescollege of het Franse kiescollege. (In geval van gelijktijdige verkiezingen voor de vernieuwing van wetgevende vergaderingen dienen de kandidaten die voor meer dan één vergadering worden voorgedragen, bij de voor elke verkiezing bevoegde voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het collegehoofdbureau dezelfde aangiften in.) <W 2004-04-25/45, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 07-05-2004>
  3° de stavingsstukken betreffende hun verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen te bewaren.
  Voor zover in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften worden vermeld, verbinden zij er zich bovendien toe om de identiteit van de natuurlijke personen die, ter financiering van de verkiezingsuitgaven, giften van 125 euro en meer hebben gedaan, te registreren, vertrouwelijk te houden en, binnen vijfenveertig dagen na de datum van de verkiezingen, aan te geven aan de Controlecommissie die toeziet op de naleving van deze verplichting overeenkomstig artikel 16bis van de voormelde wet van 4 juli 1989.
  De akte van bewilliging, de aangiften van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen en het ontvangstbewijs worden gesteld op daartoe bestemde formulieren die door de Minister van Binnenlandse Zaken worden vastgesteld en tijdig in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. De formulieren houdende de aangiften van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen, alsook de in het tweede lid bedoelde registratieformulieren worden uiterlijk bij de overhandiging van de akte van bewilliging ter beschikking gesteld van de kandidaten.
  Deze formulieren worden door de aanvragers ondertekend, gedagtekend en, tegen ontvangstbewijs, ingediend.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels inzake de indiening van de aangiften van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen en de wijze van hun inventarisatie en beveiligde bewaring.) <W 2003-04-02/34, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 16-04-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 5 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  Art. 117. (Bij de voordracht van kandidaten voor de mandaten van vertegenwoordiger of senator, moeten er gelijktijdig hiermee en in dezelfde vormen, kandidaat-opvolgers voorgedragen worden.
  Hun voordracht moet, op straffe van nietigheid, in de akte zelf van de voordracht van de kandidaat-titularissen gebeuren en de akte moet de kandidaten van de twee categorieën, die samen voorgedragen worden, afzonderlijk rangschikken, waarbij hij deze categorieën specificeert.
  Het maximum aantal kandidaat-opvolgers wordt vastgesteld op de helft van het aantal kandidaat-titularissen, vermeerderd met één. Indien het resultaat van het in twee delen van het aantal van die kandidaten decimalen bevat, worden die afgerond naar de hogere eenheid. Er moeten evenwel minstens zes kandidaat-opvolgers zijn.
  De voordrachtsakte van de kandidaat-titularissen en de kandidaat-opvolgers wijst de volgorde aan waarin deze kandidaten worden voorgedragen in elk van de twee categorieën.) <W 2002-12-13/41, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (Een kiezer mag niet meer dan één voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen. Een aftredend parlementslid mag in (dezelfde kieskring) meer dan één voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen. De kiezer en het aftredend parlementslid mogen echter één voordracht van kandidaten voor de Kamer en één voor de Senaat ondertekenen, voor zover het dezelfde politieke formatie betreft. De kiezer die of het aftredend parlementslid dat het voormeld verbod overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van dit Wetboek.) <W 30-07-1991, art. 29> <KB 05-04-1994, art. 7>

  Art. 117bis. <W 2002-12-13/41, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Op elk van de lijsten mag noch het verschil tussen het aantal kandidaten-titularissen van elk geslacht, noch het verschil tussen het aantal plaatsvervangende kandidaten van elk geslacht, groter zijn dan één.
  Noch de eerste twee kandidaten-titularissen, noch de eerste twee plaatsvervangende kandidaten van elk van de lijsten mogen van hetzelfde geslacht zijn.

  Art. 118. <W 2002-12-13/41, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Een kandidaat kan, binnen dezelfde lijst, tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen.
  Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst.
  Zonder afbreuk te doen aan de bepaling voorzien in artikel 115, derde lid, mag niemand voor de verkiezingen van de Kamer in meer dan één kieskring voorgedragen worden
  Niemand kan tegelijk kandidaat zijn voor de Kamer en voor de Senaat
  Niemand mag voor de Senaat voor meer dan één kiescollege voorgedragen worden.
  Niemand kan een akte tot bescherming van een (letterwoord of logo) ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander beschermd (letterwoord of logo) gebruikt. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De bewilligende kandidaat die een van de verbodsbepalingen van de vijf vorige leden overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt. Om die schrapping te verzekeren doet de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau, onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de kandidatenlijsten, langs de snelste weg een uittreksel uit alle ingediende lijsten toekomen aan de minister van Binnenlandse Zaken. Dit uittreksel moet de naam, de voornaam, de geboortedatum van de kandidaten en het (letterwoord of logo) van de lijst bepaald bij artikel 116, § 4, tweede lid, inhouden. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  In voorkomend geval geeft de minister van Binnenlandse Zaken uiterlijk de (vierentwentigste) dag vóór de stemming, te 16 uur, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau kennis van de gevallen van kandidaatstelling die een overtreding vormen van de bepalingen van dit artikel. <W 2007-02-13/37, art. 9, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  In afwijking van het vierde lid en bij de eerste federale parlementsverkiezingen na de inwerkingtreding van de wet van 13 december 2002 houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving :
  1° mag niemand tegelijk voor de Kamer en de Senaat voorgedragen worden, tenzij de voordracht voor de Kamer ingediend wordt in de kieskring van de woonplaats van de kandidaat; de kandidaten voor de Kamer in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde mogen enkel kandidaat voor de Senaat zijn voor het kiescollege dat overeenstemt met de taalgroep die zij aangeduid hebben in de akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen, conform artikel 115, vijfde lid;
  2° moet de kandidaat die tegelijk in de Kamer en in de Senaat verkozen is, tussen de twee mandaten kiezen en zijn keuze bekendmaken aan elk van de twee vergaderingen binnen drie dagen na de afkondiging van zijn verkiezing door het kieskring- of collegehoofdbureau; hij wordt vervangen in de vergadering waarin hij gekozen heeft niet te zetelen, door de eerste opvolger van de lijst waarop hij verkozen werd. "
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 6 van W 2002-12-13/41 vernietigd in zoverre het artikel 118, laatste lid, van het Kieswetboek invoegt. Evenwel heeft het Arbitragehof art. 6 gehandhaafd wat de verkiezingen van 18 mei 2003 betreft.)

  Art. 118bis. (opgeheven) <W 2007-02-13/37, art. 10, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>

  Art. 119. <W 17-05-1949, art. 2> De kandidaten en de kiezers die de voordrachten van kandidaten hebben ingeleverd, mogen ter plaatse inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) meedelen.
  Dit recht kan uitgeoefend worden gedurende de termijn bepaald voor de inlevering van de voordrachten en gedurende twee uren na het verstrijken van die termijn. <W 1993-07-16/31, art. 95>
  Het kan ook nog uitgeoefend worden de (zevenentwintigste) dag vóór de stemming, van 13 tot 16 uur. <W 2007-02-13/37, art. 11, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Na het verstrijken van deze termijn sluit het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) de kandidatenlijst voorlopig af. <W 1993-07-16/31, art. 95>

  Art. 119bis. <W 17-03-1958, art. 1, § 5> (Lid 1 opgeheven) <W 30-07-1991, art. 31, 1°>
  Het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) kan de kandidaten afwijzen die (op de dag van de verkiezing) de vereiste leeftijd nog niet bereikt zullen hebben of nog van het verkiesbaarheidsrecht uitgesloten of in de uitoefening ervan geschorst zullen zijn; het is niet bevoegd om over de andere verkiesbaarheidsvereisten te oordelen. <W 30-07-1991, art. 31, 2°> <W 1993-07-16/31, art. 95>

  Art. 119ter. <W 04-07-1989, art. 8> (Het hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) wijst de kandidaten af die de in (artikel 116, § 6), bedoelde verklaring niet bij hun verklaring van bewilliging hebben gevoegd. <W 1993-07-16/31, art. 60 en 95> <W 19-05-1994, art. 15>

  Art. 119quater. <W 1993-07-16/31, art. 61> Het collegehoofdbureau wijst eveneens de kandidaten af die niet hebben voldaan aan de bepaling van artikel 116, § 4, vijfde lid, tweede volzin.

  Art. 119quinquies. <W 24-05-1994, art. 2> Het hoofdbureau van de kieskring of het collegehoofdbureau wijst de lijsten af die niet hebben voldaan aan de bepalingen van artikel 117bis.

  Art. 119sexies. <Ingevoegd bij W 2003-02-19/42, art. 3; Inwerkingtreding : 31-03-2003> Het hoofdbureau van de kieskring of het collegehoofdbureau wijst de lijsten af waarvan de letterwoorden en de logo's niet voldoen aan de bepalingen van artikel 116, § 4, tweede lid.

  Art. 120. <W 17-05-1949, art. 2> Wanneer het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het procesverbaal opgenomen en onmiddellijk wordt een uittreksel hieruit, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, bij aangetekende brief toegezonden (aan de kiezer of de kandidaat) die de akte waarop de afgewezen kandidaten voorkomen heeft ingeleverd. <W 1993-07-16/31, art. 95>
  Is de inlevering door twee of drie ondertekenaars gedaan dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten (in de akte van bewilliging) als eerste hebben aangewezen. <W 26-06-1970, art. 1, 1°, 28>
  Wanneer de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd, wordt het uittreksel uit het proces-verbaal op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd.

  Art. 121. <W 17-05-1949, art. 2> Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, een van de erop voorkomende kandidaten, kunnen de (zesentwintigste) dag vóór de stemming, tussen 13 en 15 uur, op de plaats aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen. <W 1993-07-16/31, art. 95> <W 2007-02-13/37, art. 12, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitter van het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) geeft (aan de kiezer of de kandidaat) die de betwiste voordracht heeft ingeleverd, onmiddellijk bij aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. Is de inlevering door twee of drie ondertekenaars gedaan, dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten in de voordracht als eerste hebben aangewezen. <W 1993-07-16/31, art. 95>
  Wanneer de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, wordt ook hij op dezelfde wijze daarover rechtstreeks ingelicht.

  Art. 122. <W 17-05-1949, art. 2> Indien het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst bepaalde kandidaten wegens onverkiesbaarheid afgewezen heeft of indien een bezwaarschrift, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, overeenkomstig artikel 121 is ingediend, verzoekt de voorzitter van dat bureau het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat, telegrafisch of bij een door de secretaris van het bureau gedragen schriftelijke verordening, hem terstond per aangetekende expresbrief toe te zenden een voor eensluidend verklaard afschrift van of uittreksel uit alle stukken die dat bestuur in zijn bezit heeft en die omtrent de verkiesbaarheid van de kandidaat nadere aanwijzingen kunnen verschaffen. <W 1993-07-16/31, art. 95>
  Heeft deze kandidaat zijn woonplaats niet sedert ten minste vijftien dagen in de gemeente en zijn de stukken waaruit onverkiesbaarheid kan blijken, nog niet bij het gemeentebestuur ingekomen, dan zendt dit de tekst van het telegram of van de vordering telegrafisch door aan het gemeentebestuur van de vorige woonplaats.
  De voorzitter kan, indien hij het dienstig acht, andere onderzoekingen instellen zowel over de verkiesbaarheid van de betrokken kandidaten als over de andere aangevoerde onregelmatigheden.
  Alle stukken die ter uitvoering van dit artikel worden aangevraagd, worden kosteloos afgegeven.

  Art. 123. <W 17-05-1949, art. 2> Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd, of, bij hun ontstentenis, een van de erop voorkomende kandidaten, kunnen de (vierentwintigste) dag vóór de stemming, tussen 14 en 16 uur, op de plaats aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) tegen ontvangstbewijs een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die aansluiting ingeroepen zijn. Wanneer de onregelmatigheid gelegen is in onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. <W 1993-07-16/31, art. 95> <W 2007-02-13/37, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De in het vorige lid bedoelde personen kunnen in voorkomend geval een verbeterings- of aanvullingsakte indienen.
  De verbeterings- of aanvullingsakte is alleen dan ontvankelijk wanneer de voordracht ofwel een of meer op de voordracht voorkomende kandidaten afgewezen zijn om een van de volgende redenen :
  1. Gemis van het vereiste aantal regelmatige handtekeningen van voordragende kiezers;
  2. (te groot aantal kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers;) <W 2004-03-02/41, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  2bis. (geen of onvoldoende kandidaat-opvolgers;) <Hersteld bij W 2004-03-02/41, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  3. Gemis van regelmatige bewilliging;
  4. (Geen of onvoldoende vermelding van de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, (de hoofdverblijfplaats) van de kandidaten of van de tot inlevering van de akte gemachtigde kiezers.) <W 05-07-1976, art. 36, 2°> <W 1993-07-16/31, art. 62>
  5. Niet-nakoming van de regels omtrent de rangschikking van de kandidaten of de schikking van hun namen.
  6. (Niet-nakoming van de regels omtrent de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel 117bis.) <W 24-05-1994, art. 3, 1°>
  (7° niet-nakoming van de regels omtrent het letterwoord of logo, bedoeld in artikel 116, § 4, tweede lid.) <W 2003-02-19/42, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  (Behalve in de gevallen bedoeld in 2°bis en in 6° van het voorgaande lid, mag de verbeterings- of aanvullingsakte geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten. Behalve in het geval voorzien in 6° van het voorgaande lid, mag ze de in de afgewezen akte aangenomen volgorde van voordracht niet wijzigen.
  Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers is slechts mogelijk wanneer uit een schriftelijke verklaring van een kandidaat blijkt dat hij zijn bewilligingsakte intrekt.
  De nieuwe kandidaat-opvolgers voorgedragen overeenkomstig het derde lid, 2°bis, en de nieuwe kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers voorgedragen overeenkomstig het derde lid, 6°, moeten de hun aangeboden kandidatuur in een schriftelijke verklaring bewilligen.) <W 2004-03-02/41, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  De geldige handtekeningen van de voordragende kiezers en van de bewilligende kandidaten, alsmede de regelmatige vermeldingen in de afgewezen voordracht, blijven van kracht, indien de verbeterings- of aanvullingsakte aanvaard wordt.

  Art. 123bis. (Opgeheven) <W 2004-03-02/41, art. 30, 008; Inwerkingtreding : 05-04-2004>

  Art. 124. <W 17-05-1949, art. 2> Het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) vergadert de (vierentwintigste) dag vóór de stemming, te 16 uur. <W 1993-07-16/31, art. 95> <W 2007-02-13/37, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  In voorkomend geval onderzoekt het de stukken die de voorzitter overeenkomstig de artikelen 121, 122 en 123 ontvangen heeft, en beslist erover na de betrokkenen te hebben gehoord indien zij het verlangen. Het verbetert de kandidatenlijst, indien daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af.
  Tot deze vergadering worden enkel toegelaten zij die de lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als bepaald bij de artikelen 121 en 123 hebben overhandigd, alsmede de getuigen door de kandidaten van die lijsten krachtens artikel 116 aangewezen.
  Indien de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 125.

  Art. 125. <W 17-05-1949, art. 2> Wanneer het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) een kandidatuur verwerpt wegens onverkiesbaarheid van de kandidaat, wordt hiervan in het proces-verbaal melding gemaakt en, indien de afgewezen kandidaat aanwezig of vertegenwoordigd is, verzoekt de voorzitter de kandidaat of zijn gemachtigde desverlangd op het proces-verbaal een verklaring van beroep te ondertekenen. <W 1993-07-16/31, art. 95>
  Wanneer een bezwaar, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, afgewezen wordt, dient dezelfde procedure te worden toegepast en de indiener van het bezwaar of zijn gemachtigde wordt verzocht een verklaring van beroep te ondertekenen, indien hij het verlangt.
  (Voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt de zaak in geval van beroep zonder dagvaarding of oproeping voor de eerste Kamer van het Hof van beroep van het rechtsgebied gebracht op de (twintigste) dag vóór de verkiezing, om 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is. Voor de verkiezing voor de Senaat wordt de zaak volgens dezelfde modaliteiten en binnen dezelfde termijnen voor de eerste Kamer van het Hof van beroep van Antwerpen of Luik gebracht naargelang het gaat om kandidaten die voor het Nederlandse of het Franse kiescollege zijn voorgedragen.) <W 1993-07-16/31, art. 63> <W 2007-02-13/37, art. 16, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (Beslissingen van het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) welke geen betrekking hebben op de verkiesbaarheid van de kandidaten, zijn niet vatbaar voor beroep), (met uitzondering van de beslissingen genomen op grond van artikel 119ter.) <W 17-03-1958, art. 1, § 6> <W 04-07-1989, art. 9> <W 1993-07-16/31, art. 95>

  Art. 125bis. <W 17-05-1949, art. 2> De (drieëntwintigste) dag vóór de verkiezing houdt de voorzitter van het hof van beroep zich, tussen 11 en 13 uur, in zijn kabinet ter beschikking van de voorzitters der (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) van zijn rechtsgebied, om er uit hun handen te ontvangen een uitgifte van de processen-verbaal houdende de verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan de hoofdbureaus kennis hebben gehad. <W 1993-07-16/31, art. 95> <W 2007-02-13/37, art. 15, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Bijgestaan door zijn griffier, maakt hij van deze overhandiging akte op.

  Art. 125ter. <W 17-05-1949, art. 2> De voorzitter van het hof van beroep brengt de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van dit hof, die moet plaatshebben op de (twintigste) dag vóór de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is. <W 2007-02-13/37, art. 16, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De eerste kamer van het hof onderzoekt de zaken van verkiesbaarheid met voorrang boven alle andere.
  Ter openbare zitting doet de voorzitter voorlezing van de stukken van het dossier. Hij verleent vervolgens het woord aan de eiser in beroep en eventueel aan de verweerder; dezen mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een raadsman.
  Het hof, het advies van de procureur-generaal gehoord, beslist staande de vergadering bij een arrest, dat ter openbare terechtzitting wordt voorgelezen; dit arrest wordt niet betekend aan de betrokkene, maar neergelegd ter griffie van het hof, waar hij er kosteloos inzage van kan nemen.
  Het beschikkende gedeelte van het arrest wordt door de zorg van het openbaar ministerie telegrafisch ter kennis van de voorzitter van het betrokken (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) gebracht ter plaatse door deze aangewezen. <W 1993-07-16/31, art. 95>
  Het dossier van het hof wordt, met een uitgifte van het arrest, binnen acht dagen toegezonden aan de griffier van de vergadering die belast is met het onderzoek van de geloofsbrieven der gekozenen.

  Art. 125quater. <W 17-05-1949, art. 2> Tegen de arresten bedoeld in artikel 125ter staat geen rechtsmiddel open.

  Art. 125quinquies. <W 1993-07-16/31, art. 64> Binnen twee dagen na de definitieve beslissing van het bureau dat de kandidaten afwijst die niet hebben voldaan aan de bepaling van artikel 116, § 4, vijfde lid, tweede volzin, kan bij de Raad van State beroep ingesteld worden door een afgewezen kandidaat of door elke andere kandidaat voor dezelfde verkiezing.
  Naar gelang van het geval doet een Nederlandstalige of een Franstalige kamer van de Raad van State uiterlijk de (twintigste) dag vóór de verkiezing, om 10 uur 's morgens, uitspraak, zelfs indien die dag een feestdag is. Het bepalend gedeelte van het arrest wordt door de eerste voorzitter onmiddellijk ter kennis gebracht van de voorzitter van het collegehoofdbureau. Tegen het arrest staat geen rechtsmiddel open. <W 2007-02-13/37, art. 17, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De Koning stelt de door de Raad van State te volgen procedure op.

  Art. 126. (Indien er niet meer dan één lijst ingediend is, en indien het aantal kandidaat-titularissen overeenstemt met het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer door het kieskring- of collegehoofdbureau gekozen verklaard. De kandidaat-opvolgers worden eerste, tweede, derde, enz. opvolger verklaard, in de volgorde waarin zij op de voordrachtsakte voorkomen.
  Als, in hetzelfde geval, het aantal kandidaat-titularissen kleiner is dan het aantal te verkiezen leden, worden de kandidaat-titularissen en in de tweede plaats, in verhouding tot het aantal nog te begeven zetels, de kandidaat-opvolgers die als eerste op de voordrachtsakte staan, verkozen verklaard. De overige kandidaten worden eerste, tweede, derde, enz. opvolger verklaard, in de volgorde van de voordracht.
  Wanneer er meerdere lijsten regelmatig voorgedragen zijn, en het aantal kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers niet groter is dan het aantal te verkiezen leden, worden die kandidaten zonder meer door het kieskring- of collegehoofdbureau gekozen titularissen verklaard.) <W 2002-12-13/41, art. 8, 003; Ed : 20-01-2003>
  Het proces-verbaal van de verkiezing staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau ondertekend, wordt onmiddellijk aan de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat gezonden, tegelijk met de voordrachten. Uittreksels uit het proces-verbaal worden onmiddellijk aan de gekozenen gezonden en in elke gemeente van (de kieskring) door aanplakking bekendgemaakt. <KB 05-04-1994, art. 8>
  (Lid opgeheven) <W 15-05-1949, art. 8, c>

  Art. 127. (Indien het aantal kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers groter is dan het aantal te verkiezen leden,) maakt het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) onmiddellijk het stembiljet op overeenkomstig het bij dit wetboek gevoegde model II. <W 1993-07-16/31, art. 95> <W 2002-12-13/41, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>>
  De kandidatenlijst wordt onverwijld aangeplakt in alle gemeenten (van de kieskring). Het aanplakbiljet vermeldt met vette letter in zwarte inkt de naam van de kandidaten in dezelfde vorm als hieronder voor het stembiljet wordt bepaald, alsmede hun voornamen, hun beroep en (en de hoofdverblijfplaats). (De bij dit wetboek gevoegde onderrichtingen voor de kiezer (model I)) worden daarop ook overgenomen. Vanaf de vijftiende dag vóór de stemming deelt de voorzitter van het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) de officiële kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, indien zij het vragen. <W 30-07-1991, art. 32> <W 1993-07-16/31, art. 65 en 95> <KB 05-04-1994, art. 9>

  Art. 128. <W 1993-07-16/31, art. 66> § 1. De kandidatenlijsten worden op het stembiljet naast elkaar geplaatst. Boven elke kandidatenlijst staan een stemvak en een volgnummer in arabische cijfers van ten minste een centimeter hoogte en vier millimeter breedte, alsmede het (letterwoord of logo) overeenkomstig artikel 16, § 4, tweede lid, vermeld in de voordracht van de kandidaten; het letterwoord (of het logo van de lijst is ten hoogste één centimeter hoog, ten hoogste drie centimeter breed en wordt horizontaal geplaatst.) <W 2003-02-19/42, art. 5 en 6, 004; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  (De naam en de voornaam van elke kandidaat worden voorafgegaan door een volgnummer en gevolgd door een kleiner stemvak.) <W 2007-02-13/37, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De stemvakken zijn zwart, met in het midden een stipje van dezelfde kleur als het papier en met een diameter van 4 mm.
  (De naam en voornaam van de kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers worden in de volgorde van de voordracht vermeld in de kolom bestemd voor de lijst waartoe zij behoren. De vermelding " opvolgers " staat boven de naam en voornaam van de kandidaten voor de plaatsen van opvolger.) <W 2002-12-13/41, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in de volgorde van de nummers.
  (In de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde worden de lijsten van Nederlandssprekende kandidaten en de lijsten van Franssprekende kandidaten afzonderlijk op het stembiljet gerangschikt in de volgorde van de nummers. De lijsten van Nederlandssprekende kandidaten staan omgekeerd ten opzichte van de lijsten van Franssprekende kandidaten.) <W 2002-12-13/41, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 10, 2° van W 2002-12-13/41 vernietigd)
  § 2. (Er wordt eerst overgegaan tot de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing van de Senaat.
  Het collegehoofdbureau houdt hiervoor rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn bij de loting vermeld in (artikel 115bis, § 2, eerste lid), wanneer gebruik gemaakt is van de mogelijkheid waarin voorzien is bij § 3 van hetzelfde artikel. Vervolgens kent het bij loting een volgnummer toe aan de lijsten die er op dat ogenblik nog geen hebben, beginnend met de volledige lijsten. <W 2007-02-13/37, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De in het vorige lid bedoelde loting gebeurt in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege tussen de oneven nummers en in het hoofdbureau van het Franse kiescollege tussen de even nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toebedeeld is door de loting bedoeld in (artikel 115bis, § 2, eerste lid). <W 2007-02-13/37, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat delen aan elkaar de uitslag van de loting mee waartoe zij overeenkomstig het vorige lid overgegaan zijn, en delen ditzelfde resultaat onverwijld per telefax of per drager, met aanduiding van het hoogste nummer dat, voor alle colleges samen toegekend is, mee aan de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus voor de Kamer van volksvertegenwoordigers die gelegen zijn in het Vlaamse of Waalse Gewest, naar gelang van het geval, evenals aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.
  De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat sturen onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het model van stembiljet voor de verkiezing van de Senaat naar de voorzitters van de provinciehoofdbureaus in hun ambtsgebied, alsmede naar de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.) <W 1998-12-18/39, art. 10, 1°>
  Deze laatste doet op de stembiljetten die voor zijn kieskring bestemd zijn, de kandidatenlijsten vermelden die zowel in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege als in dat van het Franse kiescollege zijn voorgedragen. Daartoe wordt het stembiljet overeenkomstig de bij dit Wetboek gevoegde modellen II d), II e), II f) of II g) opgemaakt.
  (§ 3. Vervolgens gaat het bureau over tot de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
  Het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van deze vergadering houdt hiervoor rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn bij de loting vermeld in (artikel 115bis, § 2, eerste lid). Het houdt tevens rekening met de kennisgeving die hem gedaan is krachtens artikel 115bis, § 4, zesde lid, en met de mededeling die hem bezorgd is door de voorzitter van het collegehoofdbureau overeenkomstig § 2, vierde lid, van dit artikel. <W 2007-02-13/37, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Vervolgens houdt het bureau een loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat ogenblik nog geen hebben.
  De in het vorige lid bedoelde loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer bedoeld in § 2, vierde lid.) <W 1998-12-18/39, art. 10, 2°>
  § 4. Het bureau kan zo nodig beslissen dat twee of meer onvolledige lijsten in een zelfde kolom worden ondergebracht. Indien daartoe reden is, bepaalt het bij speciale lotingen de plaats van de kolommen en de nummers van de lijsten die in deze kolommen zullen opgenomen.
  § 5. Wanneer een kieskanton is samengesteld uit gemeenten met verschillend taalstelsel, zijn de stembiljetten eentalig in de eentalige gemeenten en tweetalig in de andere.

  Art. 128bis. <W 17-05-1949, art. 3> In geval van beroep verdaagt het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau) de verrichtingen, bepaald in de artikelen 126, 127 en 128, en het vergadert de (twintigste) dag vóór de verkiezing, te 18 uur, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan zodra het in kennis is gesteld van de beslissingen van het hof van beroep (of door de Raad van State). In dat geval geschiedt de mededeling van de lijsten waarvan sprake is in artikel 127, tweede lid, vanaf de (negentiende) dag vóór de stemming. <W 1993-07-16/31, art. 67 en 95> <W 2007-02-13/37, art. 19, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (Lid 2 opgeheven) <W 05-07-1976, art. 41, 2°>

  Art. 128ter. <W 1998-12-18/39, art. 11> § 1. In afwijking van artikel 128, §§ 2 en 3, gebeurt de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing van de Senaat en van de Kamer van volksvertegenwoordigers, wanneer de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers plaatsvinden op de in artikel 10, § 3, bedoelde datum, overeenkomstig de volgende bepalingen.
  § 2. Eerst gebeurt de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing van de Senaat.
  Aan de kandidatenlijsten bedoeld in artikel 115ter, § 2, eerste en derde lid, (...) worden de daarvoor gevraagde volgnummers toegewezen na overlegging van het attest dat bij die bepalingen is vereist. <W 2007-02-13/37, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitter van het hoofdbureau van elk van de twee kiescolleges voor de verkiezing van de Senaat gaat vervolgens over tot een bijkomende loting om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben, waarbij men begint met de volledige lijsten.
  (De in het derde lid bedoelde bijkomende loting gebeurt in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege tussen de oneven nummers en in het hoofdbureau van het Franse kiescollege tussen de even nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend is overeenkomstig het tweede lid van deze paragraaf.) <W 2007-02-13/37, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat delen aan elkaar het resultaat van de bijkomende loting mee waartoe zij overeenkomstig het vorige lid overgegaan zijn, en delen ditzelfde resultaat onverwijld, met aanduiding van het hoogste nummer dat voor alle colleges samen toegekend is, mee aan de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) die respectievelijk gelegen zijn in het Vlaamse of Waalse Gewest, evenals aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de voorzitter van het gewestbureau voor de verkiezing van (het Brussels Hoofdstedelijk Parlement) en aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kiesgebied voor de verkiezing van (het Parlement) van de Duitstalige Gemeenschap. <W 2006-03-27/34, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  In deze mededeling geven zij tevens de (letterwoorden of logo's) aan die overeenstemmen met de verschillende nummers. <W 2003-02-19/42, art. 6, 004; ED : 31-03-2003>
  De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat sturen onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het model van het stembiljet voor de verkiezing van de Senaat naar de voorzitters van de provinciehoofdbureaus van hun ambtsgebied, evenals naar de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van de Senaat.
  Die laatste vermeldt op de stembiljetten die bestemd zijn voor zijn kieskring, de kandidatenlijsten die zowel in het hoofdbureau van het Franse kiescollege als in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege voorgedragen zijn. Hiervoor wordt het stembiljet opgesteld overeenkomstig de modellen II d), II e), II f) of II g) die bij dit Wetboek gevoegd zijn.
  § 3. Vervolgens gebeurt de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
  Aan de kandidatenlijsten bedoeld in artikel 115ter, § 2, eerste en derde lid, (...) worden de daarvoor gevraagde volgnummers toegewezen na overlegging van het attest dat bij die bepalingen is vereist. <W 2007-02-13/37, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gaat vervolgens over tot een bijkomende loting om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben, waarbij men begint met de volledige lijsten.
  De in het vorige lid bedoelde bijkomende loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat, voor alle colleges samen, toegekend is door de loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat overgegaan zijn krachtens de bepalingen van (§ 2, derde lid), van dit artikel. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers baseert zich hiervoor op de mededeling die hem gedaan is krachtens het vijfde lid van die paragraaf. <W 2007-02-13/37, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>

  Art. 129. (De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring laat de stembiljetten voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers met zwarte inkt op stempapier drukken.) <W 1993-07-16/31, art. 68, 1°>
  (De voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, vervult dezelfde taken wat de verkiezing van de Senaat betreft.)
  (Het papier van de biljetten voor de Senaat is roze; dat voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers is wit. Het is verboden enig ander stembiljet te bezigen. De afmetingen van de stembiljetten worden bij koninklijk besluit bepaald naargelang van het aantal leden dat moet worden gekozen en van het aantal voorgedragen lijsten.) <W 30-07-1991, art. 34>
  Daags vóór de stemming zendt de voorzitter (van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamers van Volksvertegenwoordigers en van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94 bis, § 2, wat de verkiezing van de Senaat betreft) de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde omslag aan de voorzitter van elke stemafdeling; op de omslag worden vermeld het adres en het aantal ingesloten stembiljetten. De omslag mag niet worden ontzegeld en geopend dan in aanwezigheid van het regelmatig samengestelde stembureau. De stembiljetten worden onmiddellijk nageteld en de uitslag wordt in het proces-verbaal opgetekend. <W 1993-07-16/31, art. 68, 2°>
  De voorzitter (van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamers van Volksvertegenwoordigers en van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94 bis, § 2, wat de verkiezing van de Senaat betreft) zendt terzelfder tijd aan de voorzitter van elk stemopnemingsbureau het formulier dat hij heeft laten opmaken overeenkomstig de voorschriften van artikel 161 en dat de voorzitters van de stemopnemingsbureaus na de stemopneming moeten invullen. <W 1993-07-16/31, art. 68, 2°>

  Art. 130. <W 30-07-1991, art. 35> Ten laste van de Staat komen de verkiezingsuitgaven voor :
  1° het door hem geleverde papier voor de stembiljetten;
  2° het presentiegeld en de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden bepaald door de Koning;
  3° de reiskosten voorgelegd door de kiezers die op de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezer zijn ingeschreven, onder de voorwaarden bepaald door de Koning;
  4° de verzekeringspremies om de kosten van allerlei aard te dekken die voortvloeien uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen in de uitoefening van hun ambt; de Koning bepaalt de regels volgens welke deze risico's worden gedekt.
  (Indien de verkiezingen voor de Wetgevende Kamers tegelijkertijd met de verkiezingen voor (het Gemeenschaps- en Gewestparlement) plaatsvinden, worden de in de 2° tot 4° van het vorige lid bedoelde uitgaven naar rato van 65 % ten laste genomen door de Staat. <W 2006-03-27/34, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Ten laste van de gemeenten zijn de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die zij leveren volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Onverminderd artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen zijn alle andere verkiezingsuitgaven eveneens ten laste van de gemeenten.) <W 1993-07-16/31, art. 69>
  (De provinciegouverneur of de gouverneur van het administratief arrondissement van Brussel-Hoofdstad regelt de omslag van de verkiezingsuitgaven van elk hoofdbureau onder de gemeenten die eronder ressorteren.) <W 2003-03-11/36, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2003>

  Art. 131. (Vijf dagen vóór de verkiezing wijzen de kandidaten ten hoogste één getuige en één plaatsvervangend getuige per stem- en stemopnemingsbureau aan om de stemverrichtingen bij te wonen.) <W 30-07-1991, art. 36, 1°>
  Kandidaten die tezamen zijn voorgedragen, mogen slechts één getuige en één plaatsvervangend getuige per (stem- of stemopnemingsbureau) aanwijzen. <W 30-07-1991, art. 36, 2°>
  (Lid 3 opgeheven) <W 30-07-1991, art. 36, 3°>
  De kandidaten beslissen voor iedere getuige in welk stembureau (of stemopnemingsbureau) hij tijdens de hele duur van de verrichtingen zijn opdracht zal vervullen. Zij geven hiervan zelf kennis aan de door hen aangewezen getuigen. Deze kennisgeving, door een van de kandidaten ondertekend, wordt medeondertekend door de voorzitter van het (kantonhoofdbureau). <W 05-07-1976, art. 44> <W 30-07-1991, art. 36, 4°>
  De getuigen moeten kiezer voor de Wetgevende Kamers zijn in (de kieskring). <KB 05-04-1994, art. 10>
  Zij hebben het recht de omslagen waarvan sprake is in de artikelen 147, 162 en (179) te verzegelen en hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen. <W 1993-07-16/31, art. 70>
  De kandidaten kunnen als getuige of als plaatsvervangend getuige worden aangewezen, zelfs indien zij geen kiezer zijn (in (de kieskring)). <W 30-07-1991, art. 36, 5°> <KB 05-04-1994, art. 10>

  Art. 132. Bij de verkiezingen voor de gehele vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers (...) kunnen de kandidaten van een lijst, met instemming (van de personen) die hen voorgedragen hebben, verklaren dat zij, met het oog op de zetelverdeling, zich verbinden met de bij name aan te wijzen kandidaten van lijsten die in andere (kieskringen) van dezelfde provincie zijn voorgedragen. <W 05-07-1976, art. 45> <W 1993-07-16/31, art. 71, 1°> <KB 05-04-1994, art. 11>
  (Deze verklaringen mogen enkel betrekking hebben op de verbinding tussen enerzijds lijsten voorgedragen in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en waarvan de kandidaten, in hun akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen bedoeld in artikel 116, § 4, laatste lid, verklaard hebben dat zij Franssprekend zijn, en anderzijds, lijsten neergelegd in de kieskring Waals-Brabant.) <W 2002-12-13/40, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 6 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  Art. 133. (De verklaring van lijstenverbinding (voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers) is slechts ontvankelijk, indien de kandidaten zich in hun akte van bewilliging het gebruik van het hun bij artikel 132 verleende recht hebben voorbehouden en indien de akte van voordracht hen daartoe machtigt. (Zij moet op straffe van nietigheid, door alle kandidaat-titularissen of door twee van de eerste drie kandidaat-titularissen van de lijst worden ondertekend, en de kandidaat-titularissen of twee van de eerste drie kandidaat-titularissen van de aangewezen lijst moeten door een soortgelijke verklaring en onder dezelfde voorwaarden, hun instemming betuigen.)) <W 17-03-1958, art. 1> <W 1993-07-16/31, art. 72> <W 2002-12-13/40, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (Lid 2 opgeheven) <W 2002-12-13/40, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>

  Art. 134. <W 17-05-1949, art. 4> De wederzijdse verklaringen van lijstenverbinding mogen bij een zelfde akte worden gedaan.
  (Indien één van de daarin opgenomen lijsten wordt afgewezen, wordt de verklaring doelloos.) <W 2002-12-13/40, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (...), wanneer een kandidaat onverkiesbaar wordt bevonden, blijft de verbindingsverklaring gelden voor de andere kandidaten van de lijst. <W 2002-12-13/40, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  In de verklaringen mogen voor de gehele groep een getuige en een plaatsvervangend getuige aangewezen worden om de verrichtingen van het provinciaal bureau bij te wonen. Die getuigen moeten, tenzij zij zelf kandidaat zijn, parlementskiezer zijn in (een van de kieskringen) (waartussen verbinding is). <KB 05-04-1994, art. 12, 1°> <W 2002-12-13/40, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  De getuigen die overeenkomstig (artikel 116, § 5, derde lid), door de kandidaten die geen verklaring van lijstenverbinding hebben afgelegd in (kieskringen) waar andere kandidaten zulks wel hebben gedaan, aangewezen zijn om de vergaderingen van het hoofdbureau bij te wonen tijdens de verrichtingen bepaald in de artikelen 119, 124 en (164), zijn tevens van rechtswege aangewezen om de verrichtingen van het provinciaal centraal bureau bij te wonen. <W 30-07-1991, art. 37> <W 1993-07-16/31, art. 73> <KB 05-04-1994, art. 12, 2°>

  Art. 135. De voorzitters van de hoofdbureaus in (kieskringen) waar een of meer kandidaten zich het recht hebben voorbehouden om een verklaring van lijstenverbinding af te leggen, zenden aan de voorzitter van het provinciaal centraal bureau de kandidatenlijst, zodra deze overeenkomstig (artikel 124) definitief is afgesloten, of brengen te zijner kennis dat de verkiezing, krachtens artikel 126, eerste tot derde lid, zonder strijd is verlopen, in welk geval het voorbehoud van verklaring van lijstenverbinding vervalt. <W 17-05-1949, art. 4bis> <KB 05-04-1994, art. 13>

  Art. 136. (De verklaringen van lijstenverbinding moeten door ten minste een van de kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal centraal bureau op het gestelde uur worden overhandigd. Er wordt een ontvangbewijs van afgegeven.) <W 17-03-1958, art. 1, § 9>
  Dat bureau maakt onmiddellijk, in bijzijn van de getuigen indien er zijn aangewezen, de tabel op van de verbonden lijsten en stuurt aan de voorzitters van de (hoofdbureaus van de kieskring) afschrift van de lijsten waarop kandidaten uit hun gebied voorkomen. Deze voorzitters laten de lijsten onmiddellijk in alle gemeenten van (de kieskring) aanplakken. <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 30> <KB 05-04-1994, art. 14>

  Art. 137. Op deze tabel wordt elke groep van verbonden lijsten aangewezen met de letters A, B, C, enz., naar de orde van de indeling der lijsten op het stembiljet, zoals zij overeenkomstig artikel 128 door het hoofdbureau (van de hoofdplaats van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde) is vastgesteld. <W 2002-12-13/40, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 9 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  HOOFDSTUK III. - INRICHTING VAN DE STEMLOKALEN EN STEMMING.

  Art. 138. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht volgens model III.
  Afmetingen en schikking mogen echter worden gewijzigd volgens de vereisten van de lokalen.
  (Vanaf het stembureau is gevormd, gaat de voorzitter, in aanwezigheid van de leden van het bureau en vóór de opneming van de stemming, na of de stembussen leeg zijn waarna ze worden gesloten.) <W 2003-03-11/36, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2003>

  Art. 139. Er is ten minste één stemhokje per honderd vijftig kiezers.

  Art. 140. (De bij dit Wetboek gevoegde onderrichtingen voor de kiezers (model I)) worden in het wachtlokaal aangeplakt. <W 30-07-1991, art. 38>

  Art. 141. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 6°>

  Art. 142. (Lid 1 opgeheven) <W 30-07-1991, art. 47, 1°>
  (Lid 2 opgeheven) <W 30-07-1991, art. 47, 1°>
  (De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur.) (Wanneer de verkiezingen voor de Kamer en de Senaat terzelfder tijd plaatsvinden als die die georganiseerd worden voor de vernieuwing van andere vergaderingen, kan de Koning het sluitingsuur van de stembureaus verlaten.) <W 1998-12-18/39, art. 12, 1°>
  (Kiezers die zich echter vóór 13 uur (of vóór het uur door de Koning bepaald overeenkomstig het eerste lid) in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten.) <W 05-07-1976, art. 47, 2°> <W 1998-12-18/39, art. 12, 2°>
  (Naarmate de kiezers zich aanmelden, voorzien van hun oproepingsbrief en hun identiteitskaart, houdt de secretaris aantekening van hun naam op de afroepingslijst; de voorzitter of een door hem aangewezen bijzitter doet hetzelfde op een andere lijst van de kiezers der stemafdeling, na zich te hebben vergewist dat de opgaven van de lijst overeenstemmen met de vermeldingen van de oproepingsbrief en van de identiteitskaart.) De namen van de kiezers die niet ingeschreven zijn op de kiezerslijst van de stemafdeling maar door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide lijsten ingeschreven. <W 26-12-1950, art. 1, 1°>
  De kiezer die niet voorzien is van zijn oproepingsbrief kan tot de stemming toegelaten worden, indien zijn identiteit en zijn kiesbevoegdheid door het bureau worden erkend.
  De voorzitters, de secretarissen, de getuigen en de plaatsvervangende getuigen stemmen in de afdeling waar zij hun opdracht vervullen.
  (Hij die niet ingeschreven is op de aan de voorzitter bezorgde lijst wordt niet tot de stemming toegelaten dan na overlegging, hetzij van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen of van een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarbij zijn inschrijving wordt bevolen, hetzij van een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen waarbij bevestigd wordt dat de betrokkene (de hoedanigheid van kiezer bezit.) <W 30-07-1991, art. 39>
  Ondanks de inschrijving op de lijst mag het stembureau niet tot de stemming toelaten degenen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waaruit een uittreksel is overgelegd; degenen die onder toepassing vallen van een der bepalingen van de artikelen 6 en 7 en wier onbekwaamheid blijkt uit een stuk waarvan de wet de afgifte voorschrijft; degenen van wie bewezen is hetzij door stukken, hetzij door eigen bekentenis, dat zij op de dag van de verkiezing de stemgerechtigde leeftijd niet hebben bereikt of dezelfde dag reeds in een andere afdeling of een andere gemeente hebben gestemd.) <W 05-07-1976, art. 47, 3°>
  (Lid 9 opgeheven) <W 07-07-1969, art. 1>
  (Lid 10 opgeheven) <W 07-07-1969, art. 1>
  (Lid 11 opgeheven) <W 07-07-1969, art. 1>

  Art. 142bis. <W 09-08-1988, art. 26> In afwijking van artikel 142, vierde lid, kunnen de in artikel 89bis bedoelde kiezers in geen geval tot de stemming worden toegelaten indien ze niet in het bezit zijn van het speciaal model van oproepingsbrief, bedoeld in artikel 107bis.
  De namen van de kiezers van de gemeenten Voeren en Komen-Waasten die zich in de in artikel 89bis bedoelde stembureaus aanbieden om er hun stem uit te brengen, worden aangestipt op de in artikel (96, derde lid) bedoelde exemplaren van de kiezerslijsten. <W 30-07-1991, art. 40>

  Art. 143. De kiezer ontvangt een stembiljet uit de handen van de voorzitter, in voorkomend geval één voor elke Wetgevende Kamer.
  Deze biljetten, na rechthoekig in vieren te zijn dichtgevouwen zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijsten zich aan de binnenzijde bevinden, worden open voor de voorzitter gelegd, die ze in dezelfde vouwen weer toevouwt; zij worden aan de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de naam van het kanton waar de stemming plaats heeft en de datum van de verkiezing. Het bureau wijst ten minste vijf plaatsen aan waar de stempel mag worden aangebracht; daarna wordt de plaats door het lot bepaald. Deze loting wordt, op verzoek van een der leden van het stembureau of van een getuige, eens of meermaals herhaald gedurende de verrichtingen. Oordeelt het stembureau een dergelijk voorstel niet dadelijk te kunnen aannemen, dan kan het lid van het stembureau of de getuige eisen dat de redenen van de weigering in het proces-verbaal worden opgenomen.
  De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een van de stemhokjes; hij brengt er zijn stem uit, toont aan de voorzitter ieder behoorlijk opnieuw in vieren gevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus, nadat de voorzitter of een door hem aangesteld bijzitter de oproepingsbrief heeft gemerkt met de in het vorige lid vermeld stempel. Het is hem verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, dat onmiddellijk onbruikbaar wordt gemaakt, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.
  Bij gelijktijdige verkiezing voor beide Kamers worden twee stembussen gebruikt, één voor de biljetten van de Senaat en één voor die van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  Een kiezer die wegens een lichaamsgebrek niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. Beider naam wordt in het proces-verbaal vermeld.
  Betwist een bijzitter of een getuige de echtheid of de ernst van het aangevoerde lichaamsgebrek, dan beslist het stembureau en zijn met redenen omklede beslissing wordt in het proces-verbaal opgenomen.

  Art. 144. <W 2002-12-13/41, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> De kiezer mag een stem uitbrengen voor één of meerdere kandidaten, kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers of kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers, van eenzelfde lijst.
  Kan hij zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-titularissen en de kandidaat-opvolgers op de door hem gesteunde lijst voorkomen, dan brengt hij zijn stem uit in het stemvakje bovenaan deze lijst.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-titularissen voorkomen en wenst hij de volgorde van de kandidaat-opvolgers te wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor één of meerdere kandidaat-opvolgers van de lijst.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-opvolgers voorkomen en wenst hij de volgorde van de kandidaat-titularissen te wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor één of meerdere kandidaat-titularissen van de lijst.
  Kan hij zich tenslotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers, en wenst hij deze volgorde te wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor één of meerdere kandidaat-titularissen en voor één of meerdere kandidaat-opvolgers van de lijst.
  De naamstemmen worden uitgebracht in het stemvakje naast de naam en voornaam van de kandidaat-titularis(sen) en/of kandidaat-opvolger(s) aan wie de kiezer zijn stem wil geven.
  Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken duidelijk blijkt.

  Art. 145. De kiezer die door onoplettendheid het hem overhandigde stembiljet beschadigt, kan aan de voorzitter een ander vragen, tegen teruggave van het eerste, dat onmiddellijk onbruikbaar gemaakt wordt.
  De voorzitter schrijft op de stembiljetten die ter uitvoering van het vorige lid en van het derde lid van artikel 143, zijn teruggenomen, de vermelding : (" Teruggenomen stembiljet ") en parafeert ze. <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 31>

  Art. 146. Wanneer de stemming gesloten is, maakt het stembureau aan de hand van de lijsten, door de voorzitter of een bijzitter en door de secretaris gehouden, een staat op van de kiezers die op de kiezerslijsten van de stemafdeling voorkomen en niet aan de verkiezing hebben deelgenomen. Deze staat, ondertekend door alle leden van het stembureau, wordt door de voorzitter van het bureau binnen drie dagen toegezonden aan de vrederechter van het kanton. De voorzitter vermeldt op de staat de gemaakte opmerkingen en voegt er de verantwoordingsstukken bij, die de afwezigen hem hebben doen geworden.
  Hij voegt daarbij een opgave van de kiezers die met toepassing van artikel 142 tot de stemming worden toegelaten ofschoon zij op de kiezerslijsten van de stemafdeling niet waren ingeschreven.

  Art. 146bis. <W 09-08-1988, art. 27> De staat van de kiezers van de gemeenten Voeren en Komen-Waasten die hun stem uitgebracht hebben in de in artikel 89bis bedoelde stembureaus, wordt medegedeeld aan de voorzitters van de hoofdbureaus van respectievelijk de kantons Voeren en Komen-Waasten, ten einde deze in staat te stellen voor alle kiezers van de betrokken gemeenten, de lijst op te maken van diegenen onder hen die niet aan de verkiezing hebben deelgenomen.

  Art. 147. Wanneer de stemming gesloten is, stelt het stembureau vast hoeveel stembiljetten in de stembus gestoken zijn, hoeveel er op grond van de artikelen 143, derde lid, en 145 teruggenomen zijn en hoeveel er niet gebruikt zijn. De getallen worden in het proces-verbaal vermeld.
  Wanneer de stemopneming moet geschieden in het lokaal waar de stemming heeft plaatsgehad, verzegelt de voorzitter de stembussen en zorgt, met bijstand van de getuigen indien zij het verlangen, voor de bewaring ervan totdat het stemopnemingsbureau is samengesteld.
  In het tegenovergestelde geval opent de voorzitter de stembussen, sluit de stembiljetten in een omslag, die verzegeld wordt met de zegels van alle leden van het stembureau en vermeldt op de omslag het stembureau en het aantal biljetten, zoals dit blijkt uit de bij artikel 142 voorgeschreven aantekeningen en opgaven.
  Hij sluit in afzonderlijke, eveneens te verzegelen omslagen de biljetten die teruggenomen zijn op grond van de artikelen 143, derde lid, en 145 of die niet gebruikt zijn, alsmede het proces-verbaal van het stembureau. Op deze omslagen wordt de inhoud ervan vermeld.
  Bij gelijktijdige verkiezing voor de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden de voormelde verrichtingen voor de twee stembussen afzonderlijk gedaan, derwijze dat de gehele inhoud van de eerste bus in verzegelde omslagen gesloten en daarop de inhoud vermeld is voordat de tweede bus wordt geopend.
  Op de omslagen staat in goed zichtbare letters de naam van de Wetgevende Kamer waarop de ingesloten stembiljetten betrekking hebben. De kleur van de omslagen verschilt naar gelang van de Kamer waarvoor zij moeten dienen.
  De stembiljetten die bij vergissing in een verkeerde stembus zijn gestoken, moeten in afzonderlijke omslagen gesloten worden. Hiervan wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
  De voorzitter of een door hem aangewezen bijzitter, vergezeld door de getuigen, brengt al die omslagen onmiddellijk naar het stemopnemingsbureau. Er wordt hem een ontvangbewijs afgegeven.
  (Desnoods stelt het gemeentebestuur voor het vervoer van de bovenbedoelde omslagen een voertuig ter beschikking van de voorzitter.) <W 05-07-1976, art. 48>

  HOOFDSTUK IIIbis. - STEMMING BIJ VOLMACHT. <W 05-07-1976, art. 49>

  Art. 147bis. <W 05-07-1976, art. 50> § 1. De volgende kiezers kunnen een andere kiezer machtigen om in hun naam te stemmen :
  1° de kiezer die wegens ziekte of gebrekkigheid niet in staat is om zich naar het stembureau te begeven of er naartoe gevoerd te worden. Deze onbekwaamheid moet blijken uit een medisch attest. Geneesheren, die als kandidaat voor de verkiezing zijn voorgedragen, mogen een dergelijk attest niet afgeven;
  2° de kiezer die om beroeps- of dienstredenen :
  a) in het buitenland is opgehouden, alsook de kiezers leden van zijn gezin of van zijn gevolg die met hem aldaar verblijven;
  b) zich de dag van de stemming in het rijk bevindt, maar in de onmogelijkheid verkeert zich in het stembureau te melden.
  Van de onder a) en b) bedoelde onmogelijkheid moet blijken door een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de betrokkene ressorteert;
  3° de kiezer, die het beroep van (schipper, marktkramer of kermisreiziger) uitoefent en de leden van zijn gezin die met hem samenwonen. <W 06-07-1982, art. 2, 1°>
  Van de uitoefening van het beroep moet blijken door een attest van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is ingeschreven;
  4° de kiezer die de dag van de stemming ten gevolge van een rechterlijke maatregel in een toestand van vrijheidsbeneming verkeert.
  Deze toestand wordt bevestigd door de directie van de inrichting waar de betrokkenen zich bevindt;
  5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden.
  Deze onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid;
  (6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, op voorwaarde dat hij een attest overlegt van de directie van de instelling waar hij studeert;
  7° de kiezer die, om andere dan de hiervoor genoemde redenen, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, voor zover de onmogelijkheid door de burgemeester van zijn woonplaats vastgesteld is, na overlegging van de nodige bewijsstukken; de Koning bepaalt het model van het attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven.) <W 05-04-1995, art. 2>
  (De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats ten laatste op de dag die de dag van de verkiezing voorafgaat.) <W 2007-02-13/37, art. 21, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 2. (Als gemachtigde kan elke andere kiezer aangewezen worden.) <W 2002-03-07/49, art. 3>
  Iedere gemachtigde mag slechts één volmacht hebben.
  § 3. De volmacht wordt gesteld op een formulier waarvan het model door de Koning wordt bepaald; het wordt kosteloos afgegeven op de gemeentesecretarie.
  De volmacht vermeldt de verkiezingen waarvoor ze geldig is, de naam, de voornamen, de geboortedatum en het adres van de volmachtgever en van de gemachtigde.
  Het volmachtformulier wordt door de volmachtgever en de gemachtigde ondertekend.
  § 4. Ten einde tot de stemming te worden toegelaten, overhandigt de gemachtigde aan de voorzitter van het stembureau waar de volmachtgever had moeten stemmen, de volmacht en één van de in § 1 vermelde attesten en vertoont hij hem zijn identiteitskaart en zijn oproepingsbrief waarop de voorzitter vermeldt : " heeft bij volmacht gestemd ".
  § 5. De volmachten worden bij de in artikel 146, eerste lid, bedoelde staat gevoegd en, met die staat, aan de vrederechter van het kanton gezonden.

  Art. 147ter. (Opgeheven) <W 2002-03-07/49, art. 6>

  Art. 147quater. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 1°>

  Art. 147quinquies. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 1°>

  Art. 147sexies. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 1°>

  Art. 147septies. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 1°>

  HOOFDSTUK IIIter. - (...) <W 05-07-1976, art. 51, 2°>

  Art. 147octies. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 2°>

  Art. 147nonies. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 2°>

  HOOFDSTUK IV. - STEMOPNEMING.

  Art. 148. (Opgeheven) <W 05-07-1976, art. 51, 3°>

  Art. 149. <W 05-07-1976, art. 52> Ieder stemopnemingsbureau neemt de stembiljetten van verscheidene stembureaus in ontvangst. Het getal van de kiezers die ingeschreven zijn in de stembureaus waarvan de stembiljetten naar eenzelfde stemopnemingsbureau gaan, mag 2 400 niet overschrijden.
  In (de kieskringen) waar (meer dan 6 volksvertegenwoordigers) moeten worden gekozen, wordt ieder stemopnemingsbureau gesplitst in een bureau A en een bureau B. <KB 05-04-1994, art. 15> <W 05-04-1995, art. 3>
  Het bureau A neemt de stembiljetten voor de Kamer op en het bureau B die voor de Senaat. De bureaus A en B houden zitting in verschillende lokalen van hetzelfde gebouw.

  Art. 150. <W 05-07-1976, art. 53> De voorzitter van het kantonhoofdbureau gaat, vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten bepaald voor de aanwijzing van de getuigen zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk opnemingsbureau onderzocht zullen worden.
  De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het kantonhoofdbureau bij te wonen, mogen aanwezig zijn.

  Art. 151. <W 05-07-1976, art. 54> De stemopnemingsbureaus zijn gevestigd in de lokalen door de voorzitter van het kantonhoofdbureau aangewezen. Deze geeft bij ter post aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de stemopnemingsbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van vergadering van het stemopnemingsbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om het dubbel van de stemopnemingstabel te ontvangen overeenkomstig artikel 161, achtste lid.
  Hij geeft onmiddellijk bij ter post aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats van vergadering van het stemopnemingsbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen.

  Art. 152. <W 05-07-1976, art. 55> Het opnemingsbureau moet ten laatste om 14 uur samengesteld zijn.
  Bij verhindering of afwezigheid van één van de leden, op het ogenblik van de verrichtingen, zorgt het bureau voor de nodige aanvulling. Zijn de leden van het bureau het oneens over de keus, dan beslist de stem van het oudste lid.
  Alvorens hun ambt op te nemen, leggen de leden de bij artikel 104, eerste lid, voorgeschreven eed af.
  Van dit alles wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

  Art. 153. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 7°>

  Art. 154. <W 05-07-1976, art. 56> Het stemopnemingsbureau begint met de stemopneming zodra het alle voor hem bestemde omslagen ontvangen heeft.

  Art. 155. In aanwezigheid van de leden van het stemopnemingsbureau en van de getuigen opent de voorzitter de omslagen en telt de stembiljetten die zij bevatten, zonder ze open te vouwen. Hij kan (één of meer leden van het bureau) gelasten tegelijk met hem deze telling te doen. <W 05-07-1976, art. 57>
  Het aantal in elke omslag gevonden stembiljetten wordt vermeld in het proces-verbaal.
  De omslagen met de stembiljetten die krachtens de artikelen 143, derde lid, en 145, zijn teruggenomen, en de omslagen met de ongebruikte stembiljetten worden niet geopend.
  (Lid opgeheven) <W 26-06-1970, art. 1, § 1 en W 08-07-1970, art. 5>

  Art. 156. (§ 1.) De voorzitter en een van de leden mengen alle door het bureau te onderzoeken stembiljetten dooreen, vouwen ze open en delen ze in de volgende categorieën in : <W 1993-07-16/31, art. 74>
  1. Stembiljetten met geldige stemmen voor de eerste lijst of voor de kandidaten van deze lijst;
  2. Hetzelfde voor de tweede lijst en in voorkomend geval voor de volgende lijsten;
  3. Twijfelachtige stembiljetten;
  4. Blanco stembiljetten en ongeldige stembiljetten.
  (Na deze eerste indeling worden de geldige stembiljetten van elk van de lijsten per lijst verdeeld in vier subcategorieën die het volgende omvatten :
  1° de stembiljetten waarop bovenaan op de lijst is gestemd;
  2° de stembiljetten waarop alleen naast de naam van één of meerdere kandidaat-titularissen is gestemd;
  3° de stembiljetten waarop tegelijk naast de naam van één of meerdere kandidaat-titularissen en naast de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers is gestemd;
  4° de stembiljetten waarop alleen naast de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers is gestemd.
  De stembiljetten waarop bovenaan op de lijst en tegelijk naast de naam van één of meerdere kandidaat-titularissen of van één of meerdere kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers is gestemd, worden, naar gelang van het geval, in de tweede of derde subcategorie geplaatst.
  De stembiljetten waarop bovenaan en tegelijk naast de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers is gestemd, worden in de vierde subcategorie geplaatst.
  Op alle in de twee vorige leden bedoelde stembiljetten schrijft de voorzitter de vermelding " geldig " en zet hij zijn paraaf.) <W 2002-12-13/41, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  § 2. (Voor de verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren rangschikt elk stemopnemingsbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is in twee categorieën :
  1° de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is voor een kandidatenlijst die ingediend is bij het Nederlands collegehoofdbureau;
  2° de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is voor een kandidatenlijst die ingediend is bij het Franse collegehoofdbureau.
  (In deze kieskring wordt de modeltabel vermeld in artikel 161, tweede lid, in tweevoud opgemaakt : een exemplaar in het Nederlands bevat de uitslagen van de stemopneming die bestemd zijn voor het Nederlandse kiescollege en een tweede exemplaar in het Frans bevat de uitslagen van de stemopneming die bestemd zijn voor het Franse kiescollege.
  In dezelfde kieskring maakt het kantonhoofdbureau eveneens de in artikel 161, negende lid, vermelde verzamelstaat in tweevoud op.
  In afwijking van de twee voorgaande leden wordt het exemplaar van de modeltabel en de verzamelstaat die daarin worden bedoeld, en waarin de resultaten van de stemopneming worden vermeld die bestemd zijn voor het Franse kiescollege, opgesteld in het Nederlands in de kieskantons waarvan de hoofdplaats gelegen is in het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde.)) <W 1993-07-16/31, art. 74> <W 2000-12-27/36, art. 12, 2°>
  (§ 3. Voor de verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers rangschikt elk telbureau van de kieskring Brussel Halle-Vilvoorde de stembiljetten in twee categorieën :
  1° de stembiljetten waarop een stem is uitgebracht voor de lijsten van Franstalige kandidaten.
  2° de stembiljetten waarop een stem is uitgebracht voor de lijsten van Nederlandstalige kandidaten.
  In deze kieskring wordt de modeltabel bedoeld in artikel 161, tweede lid, opgesteld in tweevoud : een eerste exemplaar, opgesteld in het Frans, vermeldt de resultaten van de telling voor wat betreft de stemmen uitgebracht op de lijsten van Franstalige kandidaten, en een tweede exemplaar, opgesteld in het Nederlands, vermeldt de resultaten van de telling voor wat betreft de stemmen uitgebracht op de lijsten van Nederlandstalige kandidaten.
  In dezelfde kieskring, stelt het kantonhoofdbureau op dezelfde wijze in twee exemplaren de verzamelstaat op, bedoeld in artikel 161, achtste lid.
  In afwijking van de twee vorige leden, wordt het exemplaar van de modeltabel en van de verzamelstaat die daar worden aangeduid en die de resultaten vermelden van de telling van het aantal stemmen voor de lijsten van Franstalige kandidaten, in het Nederlands vermeld in de kieskantons waarvan de hoofdplaats gelegen is in het administratief arrondissement van Halle-Vilvoorde.) <W 2002-12-13/41, art. 12, 2°, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 12, 2° van W 2002-12-13/41 vernietigd)

  Art. 157. <W 2002-12-13/41, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de wet mogen worden gebruikt;
  2° de stembiljetten waarop meer dan één lijststem voorkomt of waarop naamstemmen, hetzij voor de kandidaat-titularissen, hetzij voor de kandidaat-opvolgers, op verschillende lijsten zijn uitgebracht;
  3° de stembiljetten waarop een kiezer zowel een lijststem heeft uitgebracht als een stem naast de naam van één of meerdere kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers van een andere lijst;
  4° de stembiljetten waarop een kiezer zowel een stem heeft uitgebracht voor één of meerdere kandidaat-titularissen van een lijst als voor één of meerdere kandidaat-opvolgers van een andere lijst;
  5° de stembiljetten waarop geen enkele stem uitgebracht is; de stembiljetten waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn, die een papier of enig voorwerp bevatten of die de kiezer herkenbaar maken door een teken, een doorhaling of een niet bij de wet toegestaan merk.
  Niet ongeldig zijn :
  1° de stembiljetten waarop een kiezer zowel een lijststem heeft uitgebracht als een stem naast de naam van één of meerdere kandidaat-titularissen of van één of meerdere kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers van dezelfde lijst;
  2° de stembiljetten waarop een kiezer zowel een lijststem heeft uitgebracht als een stem naast de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers van dezelfde lijst.
  In de in het vorige lid bedoelde gevallen, wordt de lijststem als niet-bestaande beschouwd.

  Art. 158. Wanneer de indeling van de stembiljetten geëindigd is, worden deze zonder verandering van de indeling, onderzocht door de andere leden van het bureau en de getuigen, die hun opmerkingen en bezwaren aan het bureau voorleggen.
  De bezwaren, het advies van de getuigen en de beslissing van het bureau worden in het proces-verbaal opgenomen.

  Art. 159. De twijfelachtige stembiljetten en die waartegen bezwaren zijn ingebracht, worden volgens de beslissing van het bureau gevoegd bij de categorie waartoe zij behoren.
  De stembiljetten van elke categorie worden achtereenvolgens door twee leden van het bureau geteld.
  (Het bureau stelt vervolgens het totale aantal geldige stembiljetten vast, dat van de blanco of ongeldige stembiljetten en, voor elke lijst, het aantal stembiljetten van elk van de (vier) in artikel 156, § 1, tweede lid, bedoelde subcategorieën, alsmede het aantal naamstemmen voor iedere kandidaat.) <W 05-04-1995, art. 6> <W 2002-12-13/41, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  Al die getallen worden in het proces-verbaal opgenomen.
  De ongeldig verklaarde en de betwiste, niet echter de blanco stembiljetten, worden door twee leden van het bureau en door een van de getuigen geparafeerd.
  Alle stembiljetten, ingedeeld zoals hierboven is bepaald, worden in afzonderlijke omslagen gesloten.

  Art. 160. In geval van gelijktijdige verkiezingen voor de Senaat en voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers geschieden de in de artikelen 155 tot 159 bepaalde verrichtingen afzonderlijk voor elke reeks omslagen, en wel zo dat alle verrichtingen voor de reeks omslagen betreffende de ene Kamer afgelopen zijn alvorens de omslagen betreffende de andere Kamer worden geopend.

  Art. 161. Het proces-verbaal van de verrichtingen wordt staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau en de getuigen ondertekend.
  (De uitslagen van de stemopneming worden erin vermeld in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel, op te maken door de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en door de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94 bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat.) <W 1993-07-16/31, art. 75, 1°>
  Deze tabel vermeldt het aantal in elke stembus gevonden stembiljetten, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten, het aantal geldige stembiljetten; zij vermeldt vervolgens voor elke lijst, gerangschikt naar haar volgnummer, (de resultaten van de stemopneming vastgesteld overeenkomstig artikel 159). <W 1995-04-05/31, art. 7, 1°>
  (Lid opgeheven) <W 1995-04-05/31, art. 7, 2°>
  Van deze tabel wordt onmiddellijk een dubbel opgemaakt.
  Dit stuk draagt als opschrift de naam van (de kieskring) en van het kieskanton, het nummer van het stemopnemingsbureau, de datum van de verkiezing en de vermelding : " Uitslag van de opneming der stembiljetten, ontvangen in de bureaus nrs... ". <KB 05-04-1994, art. 16>
  (Lid opgeheven) <W 05-07-1976, art. 58, 2°>
  Alvorens de verrichtingen voort te zetten, gaat de voorzitter van het stemopnemingsbureau met het proces-verbaal bij (de voorzitter van het kantonhoofdbureau) en legt hem het dubbel van de tabel voor. Indien deze voorzitter vaststelt dat de tabel in orde is, stelt hij er zijn paraaf op. In het tegenovergestelde geval verzoekt hij de voorzitter van het stemopnemingsbureau de tabel eerst door zijn bureau te doen aanvullen of verbeteren, en in voorkomend geval, het oorspronkelijk proces-verbaal te doen aanvullen of verbeteren. <W 05-07-1976, art. 58, 3°>
  (De voorzitter van het kantonhoofdbureau verzamelt de dubbels van de stemopnemingstabellen en geeft een ontvangstbewijs aan de voorzitters van de stemopnemingsbureaus.) <W 05-07-1976, art. 58, 4°>
  (Het kantonhoofdbureau schrijft, per opnemingsbureau op een verzamelstaat het aantal neergelegde stembiljetten over, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten, het aantal geldige stembiljetten en, voor elke lijst, gerangschikt naar haar volgnummer, het aantal stembiljetten van elk van de (vier) in artikel 156, § 1, tweede lid, bedoelde subcategorieën, alsmede voor elke (kandidaat-titularis of kandidaat-opvolger), het totaal van de door hem verkregen naamstemmen.) <W 1995-04-05/31, art. 7, 3°> <W 2002-12-13/41, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (Het kantonhoofdbureau totaliseert voor geheel het kanton al die rubrieken en voegt er het stemcijfer van elke lijst aan toe.) <W 05-07-1976, art. 58>
  (De voorzitter van het kantonhoofdbureau of de persoon die door hem wordt aangewezen deelt onverwijld via digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, aan de Minister van Binnenlandse Zaken het aantal neergelegde stembiljetten, het aantal geldige stembiljetten, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten mee, alsmede het stemcijfer van elke lijst, zoals dit bepaald is in artikel 166, en het aantal naamstemmen dat elke kandidaat-titularis of kandidaat-opvolger behaald heeft.) <W 2007-02-13/37, art. 22, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstuurt onverwijld via digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat een samenvattende tabel bevat, naar de voorzitter van het kieskringhoofdbureau wat de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, en naar de voorzitter van het in artikel 94bis, § 2, bedoelde provinciehoofdbureau wat de verkiezing van de Senaat betreft, die de ontvangst ervan bevestigen, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De dubbele exemplaren van de stemopnemingstabellen en een papieren versie van het proces-verbaal, dat de samenvattende tabel bevat, worden eveneens gestuurd naar de voorzitter van het kieskringhoofdbureau wat de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, en naar de voorzitter van het in artikel 94bis, § 2, bedoelde provinciehoofdbureau wat de verkiezing van de Senaat betreft.) <W 2007-02-13/37, art. 22, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  (Op aanvraag van de voorzitter van het kantonhoofdbureau stelt het college van burgemeester en schepenen van de hoofdplaats van het kanton hem het personeel en het materieel ter beschikking van zijn opdracht. Hetzelfde college bepaalt de vergoeding die door de gemeente aan de aangewezen personen zal worden betaald.) <W 05-07-1976, art. 58>

  Art. 161bis. <W 1993-07-16/31, art. 76> (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof wijzigingen vernietigd die aan onderhavig art. 16bis waren aangebracht bij artikel 10 van de W 2002-12-13/40. De W 2007-02-13/37, art. 23, toont dat de wetgever de vernietigde wijzigingen als niet bestaande beschouwt.) (Voor de verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren totaliseert het provinciehoofdbureau voor de gehele provincie de cijfers uit de samenvattende tabellen van de kantonhoofdbureaus op een verzamelstaat. De voorzitter van dat bureau stuurt onverwijld via de digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, naar de voorzitter van het collegehoofdbureau en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De tabellen die opgemaakt worden door de kantonhoofdbureaus en een papieren versie van het proces-verbaal, dat de samenvattende tabel bevat, worden eveneens bezorgd aan de voorzitter van het collegehoofdbureau.) <W 2007-02-13/37, art. 23, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde maakt twee verzamelstaten op : een in het Nederlands, waarin de uitslagen worden opgenomen die geregistreerd zijn op de tabellen, opgemaakt door de kantonhoofdbureaus en bestemd voor het Nederlandse collegehoofdbureau; het andere in het Frans, waarin de resultaten worden opgenomen die geregistreerd zijn op de tabellen, opgemaakt door de kantonhoofdbureaus en bestemd voor het Franse collegehoofdbureau.
  (De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde stuurt onverwijld via de digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, respectievelijk naar de voorzitter van het Nederlandse collegehoofdbureau en naar de voorzitter van het Franse collegehoofdbureau, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. Een papieren versie van de samenvattende tabellen en van het proces-verbaal wordt eveneens opgestuurd naar de voorzitter van het Nederlandse collegehoofdbureau en naar de voorzitter van het Franse collegehoofdbureau.) <W 2007-02-13/37, art. 23, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>

  Art. 162. (De voorzitter van het stemopnemingsbureau) doet in het proces-verbaal aantekenen dat de stemopnemingstabel is overhandigd en in voorkomend geval welke verbeteringen erin zijn aangebracht. <W 05-07-1976, art. 59, 1°>
  De uitslag, vastgesteld in de modeltabel bedoeld in artikel 161, tweede lid, wordt daarna door hem in het openbaar afgekondigd.
  Het proces-verbaal, waarbij het pak met de betwiste stembiljetten is gevoegd, wordt gesloten in een te verzegelen omslag, waarvan het opschrift de inhoud aangeeft. Deze omslag en de omslagen met de processen-verbaal van de stembureaus worden samen in een te verzegelen pak gesloten, dat (de voorzitter van het stemopnemingsbureau) binnen vierentwintig uren doet toekomen aan (de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat.) <W 05-07-1976, art. 59, 1°> <W 1993-07-16/31, art. 77>

  Art. 163. <W 1993-07-16/31, art. 78> De voorzitter van het provinciehoofdbureau stuurt zonder verwijl de bij artikel 162, derde lid, vermelde stukken naar de voorzitter van het collegehoofdbureau.

  Art. 164. In aanwezigheid van het bureau en van de getuigen maakt (de voorzitter van het (hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau)) de pakken met de stemopnemingstabellen open en het bureau telt onmiddellijk de stemmen. <W 05-07-1976, art. 61, 1° en 2°> <W 1993-07-16/31, art. 79, 1°>
  (Op aanvraag van de voorzitter van die bureaus stelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan die bureaus zich bevinden hun het personeel en het materieel ter beschikking dat zij nodig hebben voor het volbrengen van hun opdracht.) <W 1993-07-16/31, art. 79, 2°>
  (Hetzelfde college bepaalt de vergoeding die door de gemeente aan de aangewezen personen zal worden betaald.) <W 05-07-1976, art. 61, 2°>

  Art. 165. <W 1998-12-18/39, art. 13> De software die gebruikt wordt voor zowel de gedeeltelijke als algemene stemopneming en voor de verdeling van de zetels, zowel op het niveau van het kanton als op het niveau van de kieskring, de provincie of het college, moet erkend worden door de Minister van Binnenlandse Zaken (, na advies van het orgaan dat daartoe door de Koning erkend is bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad,) vóór de dag van de verkiezing waarvoor het gebruik voorzien is. <W 2000-08-12/42, art. 14, Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  HOOFDSTUK IVbis. - Gemeenschappelijke bepaling voor de zetelverdeling voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, ongeacht of er lijstenverbinding is, en van de Senaat. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/41, art. 16; Inwerkingtreding : 20-01-2003>

  Art. 165bis. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/41, art. 16; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Worden enkel toegestaan voor de zetelverdeling :
  1° voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers :
  a) de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben, zonder afbreuk te doen aan wat in b) en c) bepaald wordt voor de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven;
  b) de lijsten van Franssprekende kandidaten die in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van al deze lijsten behaald hebben;
  c) de lijsten van Nederlandssprekende kandidaten en de lijsten van kandidaten die in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en in de kieskring Leuven, minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van al deze lijsten behaald hebben.
  2° voor de verkiezing van de Senaat, de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van de lijsten die voorgedragen zijn voor het Nederlandse kiescollege of het Franse kiescollege, naargelang van het geval, behaald hebben.
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 16 van W 2002-12-13/41 vernietigd, in zoverre het voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers van toepassing is op de kiesringen Brussel-Halle-Vilvoorde, Leuven en Nijvel.)

  HOOFDSTUK V. - ZETELVERDELING VOOR DE VERKIEZING VAN DE SENAAT EN, BIJ AFWEZIGHEID VAN LIJSTENVERBINDING, VOOR DE VERKIEZING VOOR DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. <W 1993-07-16/31, art. 80>

  Art. 166. <W 1995-04-05/31, art. 8> Het totaal van de geldige stembiljetten waarop een stem voor een lijst is uitgebracht, vormt het stemcijfer van die lijst. Dit totaal wordt voor elke lijst verkregen door optelling van de stembiljetten van elke van de (vier) in artikel 156, § 1, tweede lid, bedoelde subcategorieën. <W 2002-12-13/41, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>

  Art. 167. <W 1993-07-16/31, art. 80> Het hoofdbureau van de kieskring of het collegehoofdbureau delen het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5, enzovoort, en rangschikken de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.
  Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.
  De verdeling over de lijsten geschiedt derwijze dat aan iedere lijst een aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat, behoudens toepassing van artikel 168.
  Indien een lijst meer zetels verkrijgt dan zij (kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers) telt, worden de niet toegekende zetels gevoegd bij die welke aan de andere lijsten toekomen; de verdeling over deze lijsten geschiedt door voortzetting, van de in het eerste lid omschreven bewerking, zodat voor ieder nieuw quotiënt een zetel wordt toegekend aan de lijst waartoe het behoort. <W 27-12-2000, art. 17> <W 2002-12-13/41, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>

  Art. 168. <W 1993-07-16/31, art. 80> Wanneer een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en, bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop de kandidaat voorkomt die onder de kandidaten wier verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of, subsidiair, de oudste in jaren is.

  HOOFDSTUK Vbis. - Zetelverdeling voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde, Leuven en Waals-Brabant. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/40, art. 11; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 11 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  Art. 168bis. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/40, art. 11; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Alvorens over te gaan tot de overdracht van de zetels in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, verdeelt het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde deze zetels tussen de lijsten van Nederlandssprekende kandidaten en de lijsten van Franssprekende kandidaten, op de wijze aangeduid in het volgende lid.
  Het bureau stelt een kiesdeler vast door het algemeen totaal van de geldige stembiljetten te delen door het getal van de in de kieskring toe te kennen zetels. Het deelt de totalen van de stemcijfers respectievelijk verkregen door de lijsten van Nederlandssprekende kandidaten en door de lijsten van Franssprekende kandidaten, door deze deler. Het bepaalt aldus voor elke lijstengroep zijn kiesquotiënt, waarvan de eenheden het aantal behaalde zetels aanduiden; de eventueel nog beschikbare zetel wordt toegekend aan de lijstengroep waarvan het quotiënt de hoogste breuk heeft. Bij gelijkheid van breuk, wordt de resterende zetel toegekend aan de lijstengroep waarvan het stemcijfer het hoogst is.
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 11 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  Art. 168ter. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/40, art. 11; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Met het oog op de verdeling van de zetels die toegekend moeten worden aan de lijsten van Nederlandssprekende kandidaten die voorgedragen zijn in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en in de kieskring Leuven, telt het hoofdbureau van de kieskring Leuven de stemcijfers die deze lijsten behaald hebben in Brussel-Halle-Vilvoorde en in Leuven, op.
  Het verdeelt vervolgens het totaal van de zetels die toekomen aan de lijsten van Nederlandssprekende kandidaten die voorgedragen zijn in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en in de kieskring Leuven, volgens de in de artikelen 167 en 168 vastgestelde procedure.
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 11 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  Art. 168quater. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/40, art. 11; Inwerkingtreding : 20-01-2003> De verdeling van de zetels die moeten worden toegekend aan de lijsten van Franstalige kandidaten die voorgedragen zijn in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en aan de lijsten van kandidaten die voorgedragen zijn in de kieskring Waals-Brabant geschiedt overeenkomstig de artikelen 169 tot 171.
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 11 van de W 2002-12-13/40 vernietigd)

  HOOFDSTUK VI. - ZETELVERDELING VOOR DE VERKIEZING VOOR DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS IN GEVAL VAN LIJSTENVERBINDING. <W 1993-07-16/31, art. 80>

  Art. 169. <W 1993-07-16/31, art. 80> In de kieskringen waar de kandidaten van een of meer lijsten de in artikel 132 bedoelde verklaring van lijstenverbinding hebben gedaan, stelt het hoofdbureau, in plaats van te handelen op de wijze vermeld in artikel 167, een kiesdeler vast door het algemeen totaal van de (geldige stembiljetten) te delen door het getal van de in de kieskring toe te kennen zetels. Het deelt de stemcijfers door deze deler en bepaalt aldus voor elke lijst haar kiesquotiënt, waarvan de eenheden het aantal onmiddellijk behaalde zetels aanduiden. <W 1995-04-05/31, art. 9>
  Daarna deelt het elk kiesquotiënt door 1, indien de lijst nog geen zetel, door 2 indien zij één zetel, door 3 indien zij twee zetels heeft verkregen, en zo vervolgens. Het eventuele recht van de lijst wordt op die wijze uitgedrukt door de breuk die men verkrijgt wanneer men haar kiesquotiënt deelt door het getal van de zetels die zij achtereenvolgens zou bezetten indien de aanvullende zetel haar telkens toegekend werd.
  Het proces-verbaal van die verrichtingen wordt dadelijk gezonden aan de voorzitter van het provinciaal centraal bureau en vanaf 1 januari 1995, in geval van toepassing van artikel 132, tweede lid, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde; alleen de overige in artikel 177 vermelde stukken worden aan de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers gestuurd.

  Art. 170. <W 1993-07-16/31, art. 80> Het provinciaal centraal bureau vergadert de dag na de stemming op het uur dat de voorzitter bepaalt. Indien het werk opgeschort is ten gevolge van een vertraging in de ontvangst van een of meer processen-verbaal van de hoofdbureaus van de kieskringen, kan de vergadering tijdelijk onderbroken worden. Zij wordt dezelfde dag of zo nodig de volgende dag hervat op het uur waarop de ontbrekende stukken worden verwacht. Het bureau stelt het stemcijfer van iedere groep vast door optelling van de stemcijfers van de lijsten die er deel van uitmaken. De andere lijsten behouden hun stemcijfer.
  Het bureau bepaalt door samenstelling van de eenheden van de ingevolge artikel 169 vastgestelde quotiënten hoeveel zetels de verschillende lijstengroepen en de alleenstaande lijsten voor de gehele provincie reeds hebben verkregen en hoeveel zetels aanvullenderwijs te verdelen zijn.
  Tot die aanvullende verdeling laat het alle lijstengroepen toe, behalve die welke in geen enkele kieskring (een stemcijfer) hebben verkregen, dat ten minste gelijk is aan (drieëndertig) ten honderd van de krachtens artikel 169, eerste lid, bepaalde kiesdeler. Het laat tot die verdeling eveneens de alleenstaande lijsten toe die dit percent hebben bereikt. <W 1993-12-30/31, art. 2> <W 1995-04-05/31, art. 10>
  Het bureau deelt de stemcijfers achtereenvolgens door 1, 2, 3, enzovoort, indien de lijst nog geen enkele zetel definitief heeft verkregen; door 2, 3, 4, enzovoort, indien zij slechts één zetel, door 3, 4, 5, enzovoort, indien zij reeds twee zetels heeft verkregen en zo vervolgens, in dier voege dat bij de eerste deling telkens gedeeld wordt door een cijfer gelijk aan het totaal van de zetels dat de groep of de lijst zou verkrijgen indien de eerste van de nog beschikbare zetels haar toegekend werd.
  Het bureau rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid totdat een aantal quotiënten gelijk aan het aantal beschikbare zetels is bereikt; elk in aanmerking komend quotiënt brengt de toekenning mee van een aanvullende zetel aan de betrokken groep of lijst.

  Art. 171. <W 1993-07-16/31, art. 80> Het bureau wijst vervolgens de kieskringen aan waar de verbonden lijsten de hun toekomende aanvullende zetel of zetels zullen verkrijgen.
  Voor de alleenstaande lijsten is de aanwijzing volkomen duidelijk en heeft de toekenning het eerst plaats, en wel te beginnen met de lijsten die de hoogste in aanmerking komende quotiënten hebben.
  Voor de verbonden lijsten geschiedt de aanwijzing als volgt :
  De volgorde van belangrijkheid van de in artikel 170, laatste lid, bedoelde quotiënten bepaalt de orde waarin elke groep achtereenvolgens aan de beurt komt om de nog toe te kennen zetel te bezetten.
  Samen met elke groep komt aan de beurt de kieskring waar de groep een zetel verkrijgt.
  Te dien einde schrijft het provinciaal centraal bureau onder elkaar, in evenveel kolommen als er groepen voor de verdeling aan de beurt komen, de breuken voor zeteltoewijzing vermeld in de bij artikel 169 bedoelde processen-verbaal van elke kieskring, rangschikt ze in de volgorde van hun belangrijkheid in dier voege dat de breuk die de eenheid het dichtst benadert, het eerst komt, en vermeldt tegenover elke breuk de naam van de kieskring waarop zij betrekking heeft.
  De groep waaraan de eerste zetel bij de aanvullende toekenning van de mandaten toekomt, verkrijgt hem in de kieskring die bovenaan staat in de aan die groep toegewezen kolom, en zo vervolgens. Heeft de aan de beurt komende kieskring het volle aantal zetels reeds verkregen, dan gaat de zetel die de aan de beurt komende groep toekomt, naar de kieskring die onmiddellijk volgt in dezelfde kolom, en in voorkomend geval naar de daarop volgende kieskring.
  Zijn alle zetels reeds toegekend in de kieskringen waar de groep kandidaten heeft, dan kan de aanvullende zetel hem niet worden toegekend en wordt het mandaat dat nog openstaat in de kieskring waar de groep geen kandidaten heeft, aan een andere lijst toegekend overeenkomstig het volgende lid.
  Wanneer, nadat de lijsten aan de beurt gekomen zijn en de kieskringen aangewezen zijn, bevonden wordt dat in een kieskring een lijst meer zetels verkrijgt (dan zij er kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers telt), voegt het provinciaal centraal bureau de niet toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten in dezelfde kieskring toekomen, en zet te dien einde de in artikel 170 omschreven bewerkingen voort; ieder nieuw quotiënt brengt toekenning mee van een zetel aan de betrokken groep of lijst die een toereikend aantal kandidaten telt in de kieskring. <W 2002-12-13/40, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 20-01-2003>

  HOOFDSTUK VII. - AANWIJZING VAN DE VERKOZENEN. <W 1993-07-16/31, art. 80>

  Art. 172. <W 2002-12-13/41, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Wanneer het aantal kandidaat-titularissen van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten gekozen.
  Is het eerste van die aantallen groter dan het tweede, dan worden de zetels toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij behaald hebben. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend. Alvorens de gekozenen aan te wijzen, kent het kieskring- of collegehoofdbureau aan de kandidaat-titularissen individueel de helft van het aantal stembiljetten toe ten gunste van de volgorde van voordracht van deze kandidaten. Deze helft wordt vastgesteld door het totaal van de stembiljetten die inbegrepen zijn in de subcategorieën bedoeld in artikel 156, § 1, tweede lid, 1° en 4°, te delen door twee. De toekenning van deze stembiljetten gebeurt door overdracht. Zij worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat-titularis van de lijst heeft behaald, voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, te bereiken. Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat-titularis, vervolgens aan de derde en zo verder, totdat de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten, uitgeput is.
  Het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst, wordt bereikt door het verkiezingscijfer van de lijst zoals het bepaald is in artikel 166, te delen door het aantal zetels dat toegekend is aan de lijst, vermeerderd met een eenheid.
  Wanneer het aantal kandidaat-titularissen van een lijst lager is dan dat van de aan de lijst toekomende zetels, zijn die kandidaten gekozen en worden de overblijvende zetels toegekend aan de kandidaat-opvolgers die als eerste voorkomen in de in artikel 173 aangeduide volgorde. Bij gebrek aan voldoende opvolgers, wordt de verdeling van het overschot geregeld overeenkomstig het laatste lid van artikel 167.

  Art. 172bis. (Opgeheven) <W 2002-12-13/41, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>

  Art. 173. <2002-12-13/41, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Voor elke lijst waarop één of meer kandidaten gekozen zijn krachtens artikel 172, worden de kandidaten voor de opvolging die het grootste aantal stemmen hebben behaald, of bij gelijk stemmenaantal, in de volgorde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde, enz. opvolger verklaard.
  Voorafgaandelijk aan hun aanwijzing gaat het hoofdbureau, nadat het de titularissen aangewezen heeft, over tot de individuele toekenning aan de kandidaat-opvolgers, van de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten. Deze helft wordt vastgesteld door het totaal van de stembiljetten die inbegrepen zijn in de subcategorieën bedoeld in artikel 156, § 1, tweede lid, 1° en 2°, te delen door twee.
  De toekenning van deze stembiljetten gebeurt door overdracht. Zij worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat-opvolger heeft behaald, voor wat nodig is om het in artikel 172, derde lid, bedoelde verkiesbaarheidscijfer te bereiken. Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat-opvolger, vervolgens aan de derde en zo verder, volgens de volgorde van voordracht, totdat de helft van het aantal stembiljetten die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van deze kandidaten, uitgeput is.
  Er wordt niets toegekend aan de kandidaten die tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger voorgedragen worden en die reeds aangewezen zijn als gekozenen bij de kandidaat-titularissen.

  Art. 173bis. <Ingevoegd bij W 2002-12-13/41, art. 22; Inwerkingtreding : 20-01-2003> De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt enerzijds door het totaal van de in de artikelen 172 en 173 bedoelde stembiljetten, die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht respectievelijk van de kandidaat-titularissen en van de kandidaat-opvolgers, te delen door twee, en anderzijds, door het kiescijfer van de lijst, bedoeld in artikel 166, te delen door het aantal plus één van de zetels die aan die lijst toekomen, om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor deze lijst, te bepalen, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht het feit of zij al dan niet 0,50 bereiken.

  Art. 174. <W 1993-07-16/31, art. 80> De uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de gekozenen worden in het openbaar afgekondigd.

  Art. 175. <W 1993-07-16/31, art. 80> Het provinciaal centraal bureau of het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wijzen de verkozenen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers aan overeenkomstig de artikelen 172 en 173.
  Het collegehoofdbureau vervult die functie voor de verkiezing van de Senaat.

  Art. 176. <W 1993-07-16/31, art. 80> De uitslag van de telling van de stemmen in de kieskringen waar gebruik is gemaakt van het recht van lijstenverbinding, de uitslag van de provinciale verdeling en de namen van de gekozenen worden in het openbaar afgekondigd.

  HOOFDSTUK VIII. - BIJZONDERE EN DIVERSE BEPALINGEN. <W 1993-07-16/31, art. 80>

  Art. 177. <W 1993-07-16/31, art. 80> (De voorzitter van het kieskringhoofdbureau en de voorzitter van het collegehoofdbureau sturen onverwijld via de digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van hun identiteitskaart, het proces-verbaal van hun bureau naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. Een papieren versie van dat proces-verbaal, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het kieskring- of collegehoofdbureau en door de getuigen, de processen-verbaal van de stembureaus en de stemopnemingsbureaus en de akten van voordracht en de betwiste stembiljetten worden eveneens binnen de vijf dagen opgestuurd naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat.) <W 2007-02-13/37, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  Aan ieder gekozene wordt een uittreksel uit dit proces-verbaal gezonden.

  Art. 178. <W 1993-07-16/31, art. 80> Wanneer een kandidaat vóór de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het bureau overeenkomstig de artikelen 172 en 173 tewerk, alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. (De overleden kandidaat mag niet gekozen verklaard worden en er wordt hem geen aandeel toegekend van het aantal stembiljetten ten gunste van de volgorde van voordracht. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal stembiljetten waarop uitsluitend naast zijn naam een stem is uitgebracht of bovenaan op de lijst en tegelijk naast zijn naam om het stemcijfer van de lijst te bepalen waarop hij zich kandidaat gesteld had.) <W 1995-04-05/31, art. 13>
  Wanneer een kandidaat op de dag van de stemming of daarna, maar vóór de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen vermeld in artikel 174 overlijdt, gaat het bureau overeenkomstig de artikelen 172 en 173 tewerk, alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij (...) gekozen is (tot kandidaat-titularis), moet de eerste opvolger van dezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben. <W 2000-12-27/36, art. 22> <W 2002-12-13/41, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
  De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de gekozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen vermeld in artikel 174 overlijdt.

  Art. 179. <W 1993-07-16/31, art. 80> De stembiljetten, de voor het aantekenen van de namen gebruikte kiezerslijsten, die behoorlijk ondertekend moeten zijn door de leden van het stembureau die de aantekening gedaan hebben, en door de voorzitter, alsook de ingevolge artikel 143, derde lid, en artikel 145 teruggenomen biljetten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank of subsidiair van het vredegerecht van het stemopnemingsbureau; zij blijven er berusten tot de tweede dag na de geldigverklaring van de verkiezing. De Kamer van Volksvertegenwoordigers of de Senaat kunnen zich deze stukken doen overleggen, indien zij het nodig achten.
  De niet-gebruikte biljetten worden onmiddellijk toegezonden aan de gouverneur der provincie, die het getal ervan vaststelt.
  De stembiljetten worden vernietigd nadat de verkiezing definitief geldig of ongeldig verklaard is.
  In voorkomend geval overhandigt de griffier aan de vrederechter desgevraagd de kiezerslijsten betreffende de kieskring waarover deze bevoegd is.

  TITEL IVBIS. - Stemming van de Belgen, die in buitenland verblijven. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Afdeling 1. - Principes. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180. <Hersteld bij W 2002-03-07/49, art. 4> Alle Belgen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters die bijgehouden worden in de Belgische diplomatieke of consulaire beroepsposten in het buitenland en die voldoen aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden bedoeld in artikel 1, zijn onderworpen aan de stemplicht.
  De in het eerste lid bedoelde personen laten zich inschrijven als kiezer in de Belgische gemeente van hun keuze.
  Zij oefenen hun stemrecht uit ofwel persoonlijk of bij volmacht in een stembureau op het grondgebied van het Koninkrijk, ofwel persoonlijk of bij volmacht in de diplomatieke of consulaire beroepspost waarbij zij ingeschreven zijn, ofwel per briefwisseling.
  Behalve als er een afwijking voorzien is in deze titel, zijn de bepalingen van het Kieswetboek van toepassing op de verrichtingen van de verkiezing, ongeacht de gekozen stemwijze.
  De diplomatieke of consulaire beroepsposten controleren de in artikel 1, § 1, opgesomde kiesbevoegdheidsvoorwaarden.

  Afdeling 2. - Formulier voor aanvraag tot inschrijving als kiezer Vaststelling en mededeling van de kiezerslijst. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180bis. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4> § 1. Tussen de eerste dag van de achtste maand en de vijftiende dag van de vijfde maand die voorafgaan aan de datum die vastgesteld is voor de gewone vernieuwing van de federale Wetgevende Kamers, bezorgt elke diplomatieke of consulaire beroepspost aan de Belgen die er ingeschreven zijn een formulier voor de aanvraag tot inschrijving, waarvan het model bepaald wordt door de Koning.
  § 2. Aan de hand van dat formulier wijst de in het buitenland verblijvende Belg de manier waarop hij zijn stemrecht wil uitoefenen en de Belgische gemeente waarin hij als kiezer ingeschreven wenst te worden, aan.
  Als de in het buitenland verblijvende Belg een stemwijze bij volmacht kiest, vult hij bovendien de bij het formulier gevoegde volmacht in. Het model van de volmacht wordt bepaald door de Koning.
  § 3. Ten laatste op de eerste dag van de vierde maand vóór die van de verkiezing dient de in het buitenland verblijvende Belg persoonlijk het naar behoren ingevulde, gedagtekende en ondertekende formulier en, in voorkomend geval, de naar behoren ingevulde, gedagtekende en ondertekende volmacht, in bij of stuurt hij ze per post naar de diplomatieke of consulaire beroepspost waarbij hij ingeschreven is.
  § 4. Nadat de diplomatieke of consulaire beroepsposten de kiesbevoegdheidsvoorwaarden uit hoofde van de aanvrager gecontroleerd hebben, overeenkomstig artikel 180, vijfde lid, bezorgen zij, uiterlijk op de eerste dag van de derde maand vóór die van de verkiezingen, het formulier en, in voorkomend geval, de daarbij gevoegde volmacht, via het Ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de gemeente waarvoor de in het buitenland verblijvende Belg gekozen heeft.
  Van zodra de gemeente de formulieren ontvangen heeft, schrijft zij de in het buitenland verblijvende Belg in op de kiezerslijst, waarbij ze de gekozen wijze van stemmen erin vermelden.
  Van zodra de kiezerslijst vastgesteld is, overeenkomstig artikel 10, § 1, eerste lid, stuurt het college van burgemeester en schepenen een kopie van de lijst van de Belgische kiezers in het buitenland die voor de stemming per briefwisseling en voor de persoonlijke stemming of de stemming bij volmacht in de diplomatieke of consulaire beroepsposten gekozen hebben naar de voorzitter van het kieskringhoofdbureau en naar de voorzitter van het provinciehoofdbureau, alsmede naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
  De in het buitenland verblijvende Belgen die op de kiezerslijst staan, worden daarvan geschrapt wanneer zij, tussen de dag waarop de lijst vastgesteld wordt en de dag van de verkiezing, ofwel niet langer voldoen aan de voorwaarde Belg te zijn, ofwel komen te overlijden.
  De in het buitenland verblijvende Belgische kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.
  § 5. Wanneer de diplomatieke of consulaire beroepspost weigert een in het buitenland verblijvende Belg te erkennen als kiezer, betekent hij schriftelijk zijn met redenen omklede beslissing aan de betrokkene en deelt een afschrift van deze beslissing, via het Ministerie van Buitenlandse Zaken, mede aan de Belgische gemeente waarin de betrokkene de wens heeft uitgedrukt als kiezer te worden ingeschreven.
  Binnen dertig dagen na die betekening kan de betrokkene schriftelijk een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarin hij verklaart heeft te willen ingeschreven worden als kiezer.
  Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak binnen vijftien dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift en zijn beslissing wordt onmiddellijk schriftelijk betekend aan de betrokkene via de diplomatieke of consulaire beroepspost waar hij ingeschreven is.
  De betrokkene kan beroep instellen tegen deze beslissing voor het hof van beroep van Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de betekening.
  Na het verstrijken van deze termijn is de beslissing van het college van burgemeester en schepenen definitief.
  Het beroep wordt ingesteld door een verzoekschrift dat bezorgd wordt aan de procureur-generaal bij het hof van beroep van Brussel. Die brengt het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente daar dadelijk van op de hoogte.
  De partijen beschikken over een termijn van twintig dagen te rekenen vanaf de bezorging van het verzoekschrift, om nieuwe conclusies in te dienen. Na die termijn verstuurt de procureur-generaal binnen twee dagen het dossier, waarbij eventueel de nieuwe stukken of conclusies gevoegd zijn, naar de hoofdgriffier van het hof van beroep van Brussel, dat ontvangst bericht.
  De artikelen 28 tot 39 zijn van toepassing.
  § 6. In het geval dat voorzien wordt in artikel 106, wordt de lijst van de Belgische kiezers die in het buitenland verblijven, vastgesteld op de vijftiende dag vóór de dag van de verkiezing.
  De kiezers worden echter tot de stemming opgeroepen op basis van de lijst die opgesteld is voor de gewone vergadering van de kiescolleges, wanneer de ontbinding van de kamers of één daarvan plaatsvindt na de tachtigste dag vóór de datum van de gewone vergadering van de kiescolleges, wat als gevolg heeft dat er een verkiezing georganiseerd moet worden vóór de voorziene datum.
  De bepalingen van de artikelen 15 en 93 zijn van toepassing, onder voorbehoud van de volgende wijzigingen :
  1° in het eerste lid van artikel 15 worden de woorden " artikel 10 vermelde kiezerslijst is opgemaakt " vervangen door de woorden " artikel 10 en de in artikel 180bis , § 6, eerste lid, vermelde kiezerslijsten opgemaakt zijn ";
  2° in artikel 93 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : " Voor de Belgen die in het buitenland verblijven voert de gouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar deze zending uit ten minste twaalf dagen vóór de verkiezing. "
  De verrichtingen die vermeld worden in de paragrafen 1 tot 4 van dit artikel, met inbegrip van de ontvangst van de formulieren door de gemeenten, moeten vervuld zijn op de vijftiende dag vóór de datum van de verkiezing.
  De provinciegouverneurs of de door hem aangewezen ambtenaar draagt er zorg voor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste tien dagen voor de dag van de verkiezing aan elke in het buitenland verblijvende Belgische kiezer een oproepingsbrief zendt via de diplomatieke of consulaire beroepspost waar hij is ingeschreven.

  HOOFDSTUK II. - De verschillende wijzen van stemmen. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Afdeling 1. - De persoonlijke stemming in een Belgische gemeente. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180ter. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4> Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarvoor de in het buitenland verblijvende Belg gekozen heeft, stuurt, via de diplomatieke of consulaire beroepspost waar hij is ingeschreven, naar diens verblijfplaats een oproepingsbrief volgens de modaliteiten die voorgeschreven worden in artikel 107.
  Om toegelaten te worden tot de stemming in een Belgische gemeente, kan de in het buitenland verblijvende Belg, in afwijking van artikel 142, tweede lid, zijn identiteit aantonen door een ander document dan de identiteitskaart voor te leggen.

  Afdeling 2. - De stemming bij volmacht in een Belgische gemeente. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180quater. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4> § 1. Aan de hand van de volmacht die bij het formulier bedoeld in artikel 180bis gevoegd is, wijst de in het buitenland verblijvende Belg die de stemming bij volmacht in een Belgische gemeente gekozen zal hebben, een gemachtigde aan onder de kiezers van de gemeente waarvoor hij gekozen heeft om er ingeschreven te worden als kiezer.
  § 2. Elke gemachtigde mag slechts over één volmacht beschikken.
  § 3. De volmacht getekend door de mandaatgever vermeldt de naam, voornamen, geboortedatum en adres van de volmachtgever en de gemachtigde.
  § 4. Wanneer het college van burgemeester en schepenen de gemachtigde die aangewezen is door de in het buitenland verblijvende Belgische kiezer, oproept tot de stemming, voegt het bij de oproepingsbrief een uittreksel van de volmacht die hem machtigt om in naam van zijn volmachtgever te stemmen.
  § 5. Om toegelaten te worden te stemmen in naam van zijn volmachtgever, geeft de gemachtigde de volmacht aan de voorzitter van het stembureau, en legt hij hem zijn eigen identiteitskaart en zijn eigen oproepingsbrief voor, waarop de voorzitter " heeft bij volmacht gestemd " vermeldt.

  Afdeling 3. - De persoonlijke stemming in de diplomatieke of consulaire beroepsposten. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180quinquies. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4> § 1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente die gekozen is door de in het buitenland verblijvende Belg, stuurt, via de diplomatieke of consulaire beroepspost waar hij is ingeschreven, naar diens verblijfplaats een oproepingsbrief volgens de modaliteiten die voorgeschreven worden in artikel 107.
  § 2. Ten laatste op de twaalfde dag vóór die van de verkiezing sturen de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, en de voorzitter van het provinciehoofdbureau bedoeld in artikel 94bis , § 2, voor de verkiezing van de Senaat, de stembiljetten voor elk van de twee wetgevende kamers naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
  Van zodra de stembiljetten, vergezeld van een kopie van de kiezerslijst die die manier van stemmen gekozen hebben, ontvangen worden, worden zij door het Ministerie van Buitenlandse Zaken opgestuurd naar de diplomatieke of consulaire beroepsposten.
  De diplomatieke of consulaire beroepsposten die gevestigd zijn in een Lidstaat van de Europese Unie, organiseren de stemming op de zaterdag vóór de dag van de verkiezing op het grondgebied van het Koninkrijk, van 8 tot 13 uur, plaatselijke tijd.
  De diplomatieke of consulaire beroepsposten die gevestigd zijn in een Staat die geen deel uitmaakt van de Europese Unie, organiseren de stemming op de vrijdag vóór de dag van de verkiezing op het grondgebied van het Koninkrijk, van 8 tot 13 uur, plaatselijke tijd.
  § 3. De Koning stelt de lijst op van de diplomatieke of consulaire beroepsposten waarin overeenkomstig artikel 90 één of meerdere stembureaus gevormd worden.
  Een stembureau wordt samengesteld uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris.
  Het hoofd van de post, of de persoon die hij aanwijst, vervult de functie van voorzitter van het stembureau van de diplomatieke of consulaire beroepspost.
  De bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters worden aangewezen door de voorzitter van het stembureau van de diplomatieke of consulaire beroepspost, minstens twaalf dagen vóór de verkiezing in de post, onder de leden van de diplomatieke of consulaire beroepspost en onder de Belgische kiezers die ingeschreven zijn bij de diplomatieke of consulaire beroepspost en die op de dag van de verkiezing minstens dertig jaar zijn en kunnen lezen en schrijven.
  De secretaris wordt aangewezen door de voorzitter van het stembureau van de diplomatieke of consulaire post, onder de leden van de diplomatieke of consulaire beroepspost en onder de kiezers die ingeschreven zijn bij de diplomatieke of consulaire beroepspost.
  De voorzitter van het stembureau van de diplomatieke of consulaire beroepspost treft de nodige maatregelen opdat het publiek de lijst met de samenstelling van het stembureau kan raadplegen.
  § 4. Binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt er, minstens negenenzeventig dagen vóór de dag van de verkiezing, een speciaal bureau opgericht dat belast is met de opneming van de stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgen die gekozen hebben voor de persoonlijke stemming in de diplomatieke of consulaire beroepsposten.
  In het geval voorzien in artikel 106, wordt het speciale stemopnemingsbureau samengesteld op de datum van het koninklijk besluit dat de datum van de verkiezing vaststelt.
  Het speciale stemopnemingsbureau wordt samengesteld uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris.
  Het speciale stemopnemingsbureau wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel of, indien hij afwezig is, door de magistraat die hij daartoe aangewezen zal hebben.
  De leden van het speciale stemopnemingsbureau worden aangewezen onder de ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
  (De voorzitter van het speciale stemopnemingsbureau kan, op basis van het aantal in het buitenland verblijvende Belgen dat ervoor gekozen heeft te stemmen in de diplomatieke of consulaire beroepspost of per briefwisseling in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, de samenstelling van dat bureau uitbreiden, zo nodig met ambtenaren van andere federale overheidsdiensten.) <W 2007-02-13/37, art. 25, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  § 5. Het speciale stemopnemingsbureau gaat over tot de stemopneming vanaf 14 uur op de dag van de verkiezing op het grondgebied van het Koninkrijk.
  Van zodra de stembureaus die gevormd zijn in de diplomatieke of consulaire beroepsposten, gesloten zijn, worden de stembiljetten bezorgd aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken door de persoon die daartoe aangewezen is door de voorzitter van het stembureau.
  De stembiljetten worden bewaard onder gesloten omslag tot het begin van de stemopnemingsverrichtingen.
  (De stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde worden opgenomen door het speciale stemopnemingsbureau bedoeld in artikel 180quinquies, § 4.) <W 2007-02-13/37, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  De stembiljetten moeten bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken aankomen ten laatste op het sluitingsuur op het grondgebied van het Koninkrijk van de stembureaus.
  Met de stembiljetten die buiten de in het vorige lid voorziene termijn toekomen op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, wordt geen rekening gehouden, en zij worden vernietigd door de voorzitter van het speciale stemopnemingsbureau.
  § 6. Het speciale stemopnemingsbureau stelt, voor elk van de kieskringen, wat de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, en voor elk van de colleges, wat de verkiezing van de Senaat betreft, een tabel op waarin de resultaten van de telling van de stemmen vermeld worden, in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel die opgesteld moet worden door hetzij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, hetzij de voorzitter van het provinciehoofdbureau bedoeld in artikel 94bis , § 2.
  De resultaten van de stemopneming van de stemmen van de in het buitenland verblijvende Belgen worden door de voorzitter van het speciale stemopnemingsbureau, of door de personen die daartoe door hem aangewezen zijn, opgestuurd naar hetzij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, hetzij de voorzitter van het collegehoofdbureau, naargelang het gaat om de resultaten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers of de resultaten voor de Senaat. De voorzitter van het speciale stemopnemingsbureau neemt alle nodige maatregelen opdat deze resultaten tijdig bij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau en de voorzitter van het collegehoofdbureau toekomen.
  De resultaten van de stemopneming van de stemmen van de in het buitenland verblijvende Belgen die in een diplomatieke of consulaire beroepspost gestemd hebben, worden opgenomen in het geheel van de stemmen die uitgebracht zijn in de kieskring of in het college.
  § 7. De bepalingen van artikel 104 zijn van toepassing op de stembureaus die gevestigd zijn in de diplomatieke of consulaire beroepsposten en op het speciale stemopnemingsbureau, die bedoeld worden in paragraaf 3 en 4 van dit artikel.

  Afdeling 4. - De stemming bij volmacht in de diplomatieke of consulaire beroepsposten. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180sexies. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4> § 1. Aan de hand van de volmacht die bij het formulier bedoeld in artikel 180bis , gevoegd is, wijst de in het buitenland verblijvende Belg die ervoor gekozen zal hebben om bij volmacht te stemmen in de diplomatieke of consulaire beroepspost waarbij hij ingeschreven is, een gemachtigde aan onder de kiezers die in diezelfde post ingeschreven zijn.
  § 2. Elke gemachtigde mag slechts over één volmacht beschikken.
  § 3. De volmacht vermeldt de naam, voornamen, geboortedatum en adres van de volmachtgever en de gemachtigde.
  § 4. Wanneer het college van burgemeester en schepenen de gemachtigde die aangewezen is door de in het buitenland verblijvende Belgische kiezer, oproept tot de stemming, voegt het bij de oproepingsbrief een uittreksel van de volmacht die hem machtigt te stemmen in naam van zijn volmachtgever.
  § 5. Om toegelaten te worden om te stemmen in naam van zijn volmachtgever, geeft de gemachtigde de volmacht aan de voorzitter van het stembureau van de diplomatieke of consulaire beroepspost, en legt hij hem zijn eigen identiteitsstuk en zijn eigen oproepingsbrief voor, waarop de voorzitter " heeft bij volmacht gestemd " vermeldt.
  § 6. De opneming en de verdeling van die stemmen gebeuren volgens de procedure voorzien in artikel 180quinquies , §§ 4 tot 6.

  Afdeling 5. - De stemming per briefwisseling. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4>

  Art. 180septies. <Ingevoegd bij W 2002-03-07/49, art. 4> § 1. Ten laatste op de twaalfde dag vóór de dag van de verkiezing, sturen de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, en de voorzitter van het provinciehoofdbureau bedoeld in artikel 94bis , § 2, voor de verkiezing van de Senaat, via de diplomatieke of consulaire beroepspost waar zij ingeschreven zijn, aan de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers die ervoor gekozen hebben per briefwisseling te stemmen, een kiesomslag die het volgende omvat :
  1° een retouromslag A, met het adres van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring waartoe de in het buitenland verblijvende Belg behoort, ofwel op het adres van de voorzitter van het provinciebureau waartoe hij behoort;
  2° een neutrale omslag B, met een stembiljet van de gekozen kieskring of college van aansluiting, op de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de datum van de verkiezing alsmede de vermelding " stemming van Belgen in het buitenland ";
  3° een formulier dat de kiezer verzocht wordt te ondertekenen nadat hij het heeft ingevuld met de vermelding van zijn naam, voornamen, geboortedatum en volledig adres;
  4° de onderrichtingen voor de kiezer conform de bij dit Wetboek gevoegde modellen Ibis -a en Ibis -b.
  Voor de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde kiesomslagen, baseren de kieskringhoofdbureaus en de provinciehoofdbureaus zich op de kiezerslijsten die hen zijn meegedeeld door de Belgische gemeenten van inschrijving met toepassing van artikel 180bis , § 4, derde lid.
  Het model van de omslagen en van het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken bepaald.
  § 2. De in het buitenland verblijvende Belg brengt zijn stem uit op het stembiljet dat zich bevindt in de neutrale omslag B, bedoeld in § 1, eerste lid, 2°. Hij plaatst het behoorlijk dichtgevouwen stembiljet in die omslag, welke hij sluit.
  In de retouromslag A die de in het buitenland verblijvende Belgische kiezer bezorgt aan de kieskring- en provinciehoofdbureaus, steekt hij eensdeels de neutrale omslag B, die het stembiljet bevat en anderdeels, het door hem behoorlijk ingevulde formulier bedoeld in § 1, eerste lid 3°.
  § 3. Met de retouromslagen die aan de in § 2, tweede lid, bedoelde bureaus toekomen na de sluiting van de in België ingestelde stembureaus, wordt geen rekening gehouden en zij worden vernietigd door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau en door de voorzitter van het provinciehoofdbureau.
  § 4. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau of de voorzitter van het provinciehoofdbureau naargelang het gaat om de verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers of voor de Senaat, openen deze omslagen naarmate zij inkomen. De namen van de kiezers worden op de lijsten die door de colleges van burgemeesters en schepenen meegedeeld zijn, aangestipt, nadat de overeenstemming van de gegevens in die lijsten met de vermeldingen van het formulier bedoeld in § 1, eerste lid, 3°.
  De neutrale omslagen B met de stembiljetten worden behoorlijk gesloten bewaard tot bij het begin van de stemopnemingsverrichtingen.
  § 5. Op de dag van de verkiezing, bij de sluiting van de stembureaus, laten de voorzitter van het kieskringhoofdbureau en de voorzitter van het provinciehoofdbureau tot de opneming van de stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgen, overgaan door deze stembiljetten te verdelen onder de stemopnemingsbureaus van het kanton waarvan de hoofdplaatsgemeente van de kieskring of van de provincie deel uitmaakt.
  De in het vorige lid bedoelde stemopnemingsbureaus kunnen pas beginnen met hun verrichtingen nadat de stembiljetten afkomstig van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers gemengd zijn met de stembiljetten bedoeld in artikel 149, eerste lid.
  Ingeval het in het eerste lid bedoelde kanton volledig geautomatiseerd is, verdelen de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, en de voorzitter van het provinciebureau de stembiljetten die afkomstig zijn van de in het buitenland verblijvende Belgen onder de stemopnemingsbureaus van een ander kanton van deze kieskring of van deze provincie.
  (De stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde worden opgenomen door het speciale stemopnemingsbureau bedoeld in artikel 180quinquies, § 4.) <W 2007-02-13/37, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
  In de provincies waar de stemming volledig geautomatiseerd gebeurt, stuurt de voorzitter van het provinciehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat, de stembiljetten die afkomstig zijn van de Belgen in het buitenland, naar de voorzitter van het collegehoofdbureau die deze stembiljetten verdeelt onder de provincies van het college waar de stemming niet volledig geautomatiseerd gebeurt.
  Ingeval de kieskring of het college volledig geautomatiseerd is, vormen de voorzitter van het kieskringhoofdbureau en de voorzitter van het collegehoofdbureau één of meerdere manuele stemopnemingsbureaus, overeenkomstig hetgeen bepaald is in de artikelen van dit Wetboek.

  TITEL V. - STRAFFEN.

  Art. 181. (Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, rechtstreeks of onrechtstreeks, zelfs bij wijze van weddenschap, hetzij geld, waarden of enig voordeel, hetzij steun geeft, aanbiedt of belooft onder voorwaarde van stemverlening, stemonthouding of verlening van volmacht als bedoeld in (artikel 147bis), dan wel op voorwaarde dat de verkiezing een bepaalde uitslag oplevert.) <W 08-07-1970, art. 6> <W 05-07-1976, art. 67>
  Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die het aanbod of de belofte aanneemt.

  Art. 182. Met de straffen, in het vorige artikel bepaald, wordt gestraft hij die onder de aldaar vermelde voorwaarden een aanbod of belofte van een openbare of particuliere betrekking doet of aanneemt.

  Art. 183. Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een kiezer tot stemonthouding over te halen of op zijn stemming invloed uit te oefenen, zich jegens hem schuldig maakt aan feitelijkheden, gewelddaden of bedreigingen, of hem doet vrezen voor het verlies van zijn betrekking of voor een nadeel in zijn persoon, zijn familie of zijn vermogen.

  Art. 184. Met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank wordt gestraft hij die aan kiezers, onder voorwendsel van reis- of verblijfsvergoeding, een som geld of enige waarde geeft, aanbiedt of belooft.
  Dezelfde straf wordt ook toegepast op hem die ter gelegenheid van een verkiezing aan kiezers eetwaren of drank geeft, aanbiedt of belooft.
  Dezelfde straf wordt ook toegepast op die kiezer die een gift, aanbod of belofte aanneemt.
  Herbergiers, drankslijters of andere handelaars zijn niet ontvankelijk om in rechte betaling te vorderen van verbruikskosten die ter gelegenheid van de verkiezing gemaakt zijn.

  Art. 185. Als dader van de wanbedrijven, in de vier vorige artikelen omschreven, wordt gestraft hij die geld geeft om ze te plegen, wetend waarvoor het moet dienen, of opdracht geeft om in zijn naam het aanbod, de belofte of de bedreiging te doen.

  Art. 186. Indien de schuldige, in de gevallen bedoeld in de vijf vorige artikelen, een openbaar ambtenaar is, wordt het maximum van de straf uitgesproken en kunnen de gevangenisstraf en de geldboete verdubbeld worden.

  Art. 187. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank wordt gestraft ieder lid of bediende van een onderstandscommissie of liefdadigheidscomité, ieder lid of bediende van een openbaar liefdadigheidsbestuur, die aan een of meer behoeftigen, al dan niet rechtstreeks, blijvende, tijdelijke of buitengewone steun aanbiedt, belooft of geeft onder voorwaarde van stemverlening of stemonthouding.
  Hetzelfde geldt voor de voormelde leden of bedienden die enige steunverlening ontzeggen of schorsen omdat de behoeftige weigert op zijn stemming invloed te laten uitoefenen of zich van stemming te onthouden.
  Hij die, onder bedreiging in een bepaalde zin te stemmen, steun of steunverhoging vraagt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.

  Art. 188. Hij die personen, zelfs ongewapende, aanwerft, bijeen brengt of opstelt derwijze dat de kiezers vrees wordt aangejaagd of de orde verstoord, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig frank tot vijfhonderd frank.
  Zij die wetens van aldus ingerichte benden of groepen deel uitmaken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank.

  Art. 189. Zij die door samenscholing, geweld of bedreiging een of meer burgers beletten hun politieke rechten uit te oefenen, worden gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot duizend frank.

  Art. 190. Zij die met geweld binnendringen of pogen binnen te dringen in een kiescollege om de kiesverrichtingen te belemmeren, worden gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot tweeduizend frank.
  Wordt de stemming geschonden, dan wordt het maximum van die Straffen uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.
  Indien de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd frank tot drieduizend frank, in het tweede geval met opsluiting en met geldboete van drieduizend frank tot vijfduizend frank.

  Art. 191. Wanneer deze feiten gepleegd worden door ingerichte benden of groepen als bedoeld in artikel 188, worden zij die de daarvan deel uitmakende personen aangeworven, bijeengebracht of opgesteld hebben, gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot duizend frank.

  Art. 192. Als daders worden gestraft zij die hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, hetzij door woorden of kreten in openbare bijeenkomsten of plaatsen, hetzij door aangeplakte plakkaten, hetzij door al dan niet gedrukte geschriften die verkocht of rondgedeeld zijn, het plegen van de in de artikelen 189 en 190 omschreven feiten rechtstreeks hebben uitgelokt.
  Is de uitlokking zonder gevolg gebleven, dan worden zij gestraft met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank.

  Art. 193. Leden van een kiescollege die zich gedurende de vergadering schuldig maken aan smaad of geweld, hetzij tegen het stembureau, hetzij tegen een van de leden ervan, tegen een van de getuigen, of die door feitelijkheden of hetzij bedreigingen de kiesverrichtingen vertragen of verhinderen, worden gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot duizend frank.
  Wordt de stemming geschonden, dan wordt het maximum van die straffen uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.
  Indien de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot tweeduizend frank, in het tweede geval met opsluiting en met geldboete van drieduizend frank tot vijfduizend frank.

  Art. 194. Als schuldig aan valsheid in private geschriften worden gestraft zij die de handtekening van iemand anders of van verdichte personen plaatsen op akten van kandidaatstelling, van bewilliging in de kandidaatstelling of van getuigenaanwijzing.

  Art. 195. Hij die, met het oogmerk om zich op een kiezerslijst te doen inschrijven, wetens valse verklaringen aflegt of schijnakten overlegt, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank.
  Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een burger op deze lijsten te doen inschrijven of schrappen, wetens dezelfde kunstgrepen aanwendt.
  Vervolging kan echter maar worden ingesteld, wanneer de vraag tot inschrijving of schrapping verworpen is bij een definitief geworden beslissing die gegrond is op bedroginhoudende feiten.
  Zulke beslissingen van de colleges van burgemeester en schepenen of van de hoven van beroep, alsmede de desbetreffende stukken en inlichtingen, worden door de provinciegouverneur doorgezonden aan het openbaar ministerie, dat ze ook ambtshalve kan eisen.
  De vervolging verjaart door verloop van drie volle maanden na de beslissing.

  Art. 196. Hij die in enigerlei hoedanigheid met het voorbereiden of het opmaken van de (...) kiezerslijsten belast is en, met het oogmerk om een kiezer te doen schrappen, bij dit werk wetens gebruik maakt van stukken of bescheiden welke hetzij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, hetzij valselijk opgemaakt zijn, of die opzettelijk, met hetzelfde oogmerk, de gegevens van de stukken of bescheiden welke voor het opmaken van de lijsten kunnen dienen, door verandering, toevoeging of weglating onjuist overneemt op de kiezerslijsten, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank. Wordt dit wanbedrijf gepleegd met het oogmerk om aan een burger kiesrecht te verschaffen, dan is de gevangenisstraf acht dagen tot een maand en de geldboete vijftig frank tot vijfhonderd frank. <W 05-07-1976, art. 68, 1°>
  Wat de bij dit artikel omschreven misdrijven betreft, begint de in artikel 204 bepaalde verjaring van zes maanden eerst te lopen van de dag dat de (...) kiezerslijsten en de desbetreffende stukken (aan de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar of, wat de gemeenten Komen-Waasten en Voeren betreft, respectievelijk aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren) gezonden zijn. <W 05-07-1976, art. 68, 2°> <W 30-07-1991, art. 43>

  Art. 197. Ieder lid van een college van burgemeester en schepenen, ieder gemeenteraadslid, dat bij het uitoefenen van de rechtsmacht in kieszaken, op zijn verslag ten onrechte hetzij een aanvraag tot inschrijving op de lijsten doet verwerpen, hetzij de inschrijving of schrapping van een kiezer doet bevelen en te dien einde stukken of bescheiden inroept of gebruikt, ofschoon hij weet dat zij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, of dat zij valselijk opgemaakt of denkbeeldig zijn, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
  Vervolging kan echter maar worden ingesteld, wanneer op beroep tot inschrijving of schrapping van de kiezer een definitief geworden beslissing is gewezen die gegrond is op de bedroginhoudende feiten.
  De in artikel 204 bepaalde verjaring begint te lopen vanaf deze beslissing.

  Art. 197bis. <W 30-07-1991, art. 44> Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van duizend frank tot twintigduizend frank of met slechts één van die straffen wordt gestraft degene die als dader, mededader of medeplichtige, met schending van artikel 17 van dit Wetboek, hetzij exemplaren of afschriften van de kiezerslijst heeft afgegeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen, hetzij die exemplaren heeft medegedeeld aan derden na ze regelmatig te hebben ontvangen, hetzij van de gegevens uit de kiezerslijst gebruik heeft gemaakt voor andere dan verkiezingsdoeleinden.
  De straffen die de medeplichtigen van de in het eerste lid vermelde strafbare feiten oplopen, mogen niet meer bedragen dan twee derde van de straffen die hun zouden zijn opgelegd indien zij de dader van die strafbare feiten waren.

  Art. 198. Namaak van stembiljetten wordt gestraft als valsheid in openbare geschriften.

  Art. 199. Iedere voorzitter, bijzitter of secretaris van een bureau en iedere getuige, die het geheim van de stemming kenbaar maakt, wordt gestraft met geldboete van vijfhonderd frank tot drieduizend frank.

  Art. 200. Met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig frank tot tweeduizend frank wordt gestraft ieder lid van een bureau of iedere getuige die bij de stemming of bij de stemopneming betrapt wordt op bedrieglijke verandering, op wegneming of op bijvoeging van biljetten, of die wetens minder of meer stembiljetten of stemmen aantekent dan hij werkelijk te tellen heeft gekregen.
  Ieder ander persoon die schuldig is aan de in het vorige lid omschreven feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot duizend frank.
  Van de feiten wordt onmiddellijk melding gemaakt in het proces-verbaal.

  Art. 201. <W 08-07-1970, art. 7> Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot duizend frank wordt gestraft hij die, buiten de gevallen bepaald in (artikel 147bis), stemt of zich ter stemming aanmeldt onder naam van een andere kiezer. <W 05-07-1976, art. 67>
  Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, op enigerlei wijze, een of meer officiële stembiljetten wegneemt of achterhoudt.
  Met geldboete van zesentwintig frank tot duizend frank wordt gestraft :
  1. hij die, op grond van (artikel 147bis), volmacht heeft gegeven terwijl hij de desbetreffende voorwaarden niet vervulde; <W 05-07-1976, art. 67>
  2. hij die volmacht heeft gegeven en zijn gemachtigde heeft laten stemmen, terwijl hij zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;
  3. hij die wetens in naam van zijn lastgever heeft gestemd terwijl deze overleden was of zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;
  4. hij die meer dan één volmacht heeft aangenomen of gegeven op grond van (artikel 147bis.) <W 05-07-1976, art. 67>

  Art. 202. Hij die in een kiescollege stemt (met schending van de artikelen 6 tot 9bis en 142, zesde en zevende lid van dit Wetboek) (wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank.) <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 41> <W 30-07-1991, art. 45>

  Art. 203. Hij die op de dag van de stemming wanorde veroorzaakt hetzij door een herkenningsteken te aanvaarden, te dragen of te vertonen, hetzij op enige andere wijze, wordt gestraft met geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank.

  Art. 204. De vervolging van de in dit wetboek omschreven misdaden en wanbedrijven, alsmede de burgerlijke rechtsvordering, verjaren door verloop van zes volle maanden vanaf de dag waarop de misdaden en wanbedrijven zijn gepleegd.

  Art. 205. Bij samenloop van verscheidene in dit wetboek omschreven wanbedrijven worden alle straffen samen opgelegd, zonder dat zij evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste straf mogen te boven gaan.
  Bij samenloop van een of meer van deze wanbedrijven met een van de misdaden in dit wetboek omschreven, wordt alleen de op de misdaad gestelde straf uitgesproken.

  Art. 206. Wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn kunnen de rechtbanken de straf van opsluiting door gevangenisstraf van ten minste drie maanden vervangen en de gevangenisstraf tot beneden acht dagen, de geldboete tot beneden zesentwintig frank verminderen.
  Zij kunnen een van die straffen afzonderlijk uitspreken, zonder dat deze echter lager mag zijn dan een politiestraf.

  TITEL VI. - SANCTIE OP DE STEMPLICHT.

  Art. 207. Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording, aan de vrederechter doen kennen.
  (Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan de stemming te kunnen deelnemen.) <W 05-07-1976, art. 69>

  Art. 208. <W 18-07-1991, art. 7> Er wordt geen vervolging ingesteld wanneer deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter, in overeenstemming met de procureur des Konings.

  Art. 209. (Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van de gekozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en wier verschoning niet is aangenomen.) <W 18-07-1991, art. 8>
  (Deze kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank, die, het openbaar ministerie gehoord, beslist zonder mogelijkheid van hoger beroep.) <W 05-07-1976, art. 70>

  Art. 210. Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naar gelang van de omstandigheden gestraft met berisping of met geldboete (van vijf tot tien frank.) <W 30-07-1991, art. 46, 1°>
  (Bij herhaling is de geldboete tien frank tot vijfentwintig frank.) <W 30-07-1991, art. 46, 2°>
  Vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken.
  (Lid opgeheven) <W 30-07-1991, art. 46, 3°>
  (Onverminderd de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, indien de niet gewettigde onthouding ten minste vier maal voorkomt binnen vijftien jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid.) <W 30-07-1991, art. 46, 4°>
  In de gevallen van dit artikel kan (geen uitstel van de tenuitvoering van de straf worden verleend.) <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 42>
  Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden gedaan bij eenvoudige verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis.

  TITEL VII. - VERKIEZING VAN DE GEMEENSCHAPSSENATOREN EN VAN DE SENATOREN DOOR DE SENAAT. <W 1993-07-16/31, art. 81>

  HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALING. <W 1993-07-16/31, art. 82>

  Art. 210bis. (Opgeheven) <W 1998-12-18/39, art. 14>

  HOOFDSTUK II. - VERKIEZING VAN DE GEMEENSCHAPSSENATOREN. <W 1993-07-16/31, art. 83>

  Art. 211. <W 1993-07-16/31, art. 84> § 1. De griffier van de Senaat deelt aan de voorzitter van (het Vlaams Parlement en aan de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap, ieder wat dat Parlement betreft), het aantal zetels voor de gemeenschapssenatoren mee die overeenkomstig § 2 toegekend zijn aan elke politieke formatie die vertegenwoordigd is : <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  1° door ten minste één rechtstreeks gekozen senator en;
  2° in (het betrokken Parlement), door ten minste evenveel (parlementsleden) als er zetels voor gemeenschapssenatoren zijn waarop zij recht heeft. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 2. Voor het Vlaamse kiescollege en het Franse kiescollege worden de in § 1 bedoelde zetels bepaald door de quotiënten vermeld in artikel 167, die in dalende volgorde volgen op die welke in aanmerking genomen worden voor de rechtstreekse verkiezing van de senatoren.
  Indien één van de quotiënten een politieke formatie betreft die geen zetel van rechtstreeks verkozen senator heeft, wordt dat quotiënt niet in aanmerking genomen. Dat geldt ook als de politieke formatie geen zetel van (parlementslid in het Vlaams Parlement of in het Parlement van de Franse Gemeenschap, naar gelang van het geval, heeft, of als zij geen zetel van parlementslid) meer heeft om die zetel van senator te bezetten, onverminderd het bepaalde in artikel 168. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 3. Elke senaatsfractie zendt aan de voorzitter van de Senaat een lijst met de naam van de leden van (het Vlaams Parlement of het Parlement van de Franse Gemeenschapsraad), naar gelang van het geval, die tot dezelfde (parlementsfractie) behoren en die tot dezelfde politieke formatie behoren als de rechtstreeks gekozen senatoren waaruit de betrokken senaatsfractie bestaat. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006> <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Deze lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van de rechtstreeks verkozen senatoren waaruit de betrokken senaatsfractie bestaat en door de meerderheid van hen wier naam in deze verklaring wordt vermeld.
  De griffier van de Senaat voegt de lijsten bij de in § 1 bedoelde mededeling, nadat de voorzitter van de Senaat zich vergewist heeft of de voorwaarden voor het opmaken ervan vervuld zijn.
  § 4. (Elke parlementsfractie zendt aan de voorzitter van het Vlaams Parlement of aan de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap), naar gelang van het geval, een lijst met zoveel namen van haar leden uit de lijst bedoeld in § 3, eerste lid, die zij aanwijst tot gemeenschapssenator als er zetels van gemeenschapssenator aan de fractie toekomen overeenkomstig § 1. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van (de parlementsleden waaruit de betrokken parlementsfractie bestaat). <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Nadat hij zich ervan vergewist heeft of de voorwaarden voor het opmaken van de lijsten vervuld zijn, betekent de voorzitter van (het Vlaams Parlement of de voorzitter van het Parlement van de Franse gemeenschap), naar gelang van het geval, aan de griffier van de Senaat deze lijsten binnen tien dagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde mededeling. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 5. Indien de verkiezing voor (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) plaats vindt op dezelfde dag als de verkiezing voor de Senaat, betekent de voorzitter van (het Vlaams Parlement of de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap), naar gelang van het geval aan de griffier van de Senaat de lijsten, bedoeld in § 4, binnen tien dagen na het onderzoek van de geloofsbrieven van (het betrokken Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 6. Indien een (parlementsfractie) geen lijst of een lijst met een onvoldoende aantal namen, bedoeld in § 4, eerste lid, zendt aan de voorzitter van (het Vlaams Parlement of aan de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap), naar gelang van het geval, worden de zetels waarin niet werd voorzien, toegekend aan de politieke formaties die betrokken zijn door de quotiënten die volgen op het laatste quotiënt dat overeenkomstig § 2 in aanmerking werd genomen. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 7. In geval van vacature van een zetel van gemeenschapssenator wordt erin voorzien door de aanwijzing, volgens de modaliteiten bepaald in de vorige paragrafen, van een lid van (het Vlaams Parlement of het Parlement van de Franse Gemeenschap), naar gelang van het geval, dat tot de (parlementsfractie) behoort waaraan de vacant geworden zetel toegekend was. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt of worden de rechtstreeks verkozen senator of senatoren die op eenzelfde lijst verkozen is of zijn, geacht een senaatsfractie te vormen.
  § 9. Voor de toepassing van dit artikel worden geacht een (parlementsfractie) te vormen, de leden van (het Vlaams Parlemet of de leden van het Parlement van de Franse Gemeenschap), naar gelang van het geval, die verkozen zijn op lijsten onderling verenigd overeenkomstig artikel 25 van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Een (parlementsfractie) worden ook geacht te vormen de niet in het eerste lid bedoelde leden van (het betrokken Palement) die op een zelfde lijst verkozen zijn. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Zij die op grond van artikel 24, § 1, eerste lid, 2° en § 3, eerste lid 2° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen lid zijn van respectievelijk (het Vlaams Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap), maken van een (parlementsfractie) deel uit als zij daartoe gemachtigd zijn door twee van de vijf (parlementsleden) bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en door twee van de vijf (parlementsleden) bedoeld in artikel 10, § 1, tweede lid, van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop (het Brussels Hoofdstedelijk Parlement) wordt verkozen. <W 2006-03-27/34, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 212. <W 1993-07-16/31, art. 85> Binnen tien dagen die volgen op de uitnodiging die de griffier van de Senaat hem heeft gezonden, maakt de Voorzitter van (het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap) hem de naam bekend van de gemeenschapssenator die door de Raad (NOTA van Justel : de woorden "de Raad" dienen waarschijnlijk vervangen te worden door "het Parlement"; zie Franse versie van de wijzigingsbepaling 2006-03-27/34, art. 6) bij volstrekte meerderheid werd verkozen. <W 2006-03-27/34, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Hetzelfde geldt in geval van een vacature.

  Art. 213. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 86>

  Art. 214. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 2°>

  Art. 215. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 2°>

  Art. 216. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 2°>

  Art. 217. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 2°>

  HOOFDSTUK III. - VERKIEZING VAN SENATOREN DOOR DE SENAAT. <W 1993-07-16/31, art. 87>

  Art. 218. De door de Senaat te benoemen senatoren worden eerst aangewezen nadat de geloofsbrieven van alle rechtstreeks door het kiezerskorps gekozen leden (en van de gemeenschapssenatoren gekozen door (het Vlaams Parlement en door het Parlement van de Franse Gemeenschap) ) zijn onderzocht. <Vernummerd bij W 05-07-1976, art. 72> <W 1998-12-18/39, art. 15> <W 2006-03-27/34, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 219. Wanneer een of meer zetels wegens ongeldigverklaring, optie, overlijden of anderszins voorlopig toe te kennen blijven, wordt de stemming verdaagd, indien ten minste een derde van de in functie zijnde leden het vraagt. <Vernummerd bij W 05-07-1976, art. 72>

  Art. 220. <W 1993-07-16/31, art. 89> § 1. Onmiddellijk na het in artikel 218 bedoelde onderzoek van de geloofsbrieven, deelt de griffier van de Senaat aan de leden van de Senaat het aantal zetels voor de gecoöpteerde senatoren mee die overeenkomstig § 2 toegekend zijn aan elke politieke formatie die vertegenwoordigd is door ten minste één rechtstreeks gekozen senator.
  § 2. Het aantal wordt bepaald volgens de volgorde van de quotiënten vastgesteld overeenkomstig artikel 167, vanaf het eerste quotiënt dat voor elk college, bedoeld in artikel 87bis, volgt op dat wat in laatste instantie gebruikt werd voor de aanwijzing van de gemeenschapssenatoren, rekening houdend, indien nodig, met de bepalingen van artikel 211, § 6, en onverminderd de bepalingen van artikel 168.
  § 3. Elke politieke formatie zendt, ten laatste vijf dagen voor de zitting, waarop de aanwijzing plaats heeft, aan de griffier van de Senaat een lijst over met zoveel namen van kandidaten die zij aanwijst als er zetels van gecoöpteerd senator aan de politieke formatie toekomen overeenkomstig § 1.
  De lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van de rechtstreeks gekozen senatoren en de gemeenschapssenatoren die tot dezelfde politieke formatie behoren.

  Art. 221. <W 1993-07-16/31, art. 90> Wanneer een gecoöpteerd senator vóór het verstrijken van zijn mandaat ophoudt van de Senaat deel uit te maken wordt in zijn vervanging voorzien door de rechtstreeks gekozen senatoren en de gemeenschapssenatoren die tot de politieke formatie behoren waaraan, met toepassing van artikel 220, de vacante zetel van gecoöpteerde senator oorspronkelijk was toegekend en volgens de modaliteiten van de voorafgaande artikelen.

  Art. 222. (Opgeheven) <W 1993-07-16/31, art. 97, 2°>

  TITEL VIII. - VERKIESBAARHEID (...) <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 44>

  Art. 223. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 8°>

  Art. 224. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 8°>

  Art. 225. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 54, 8°>

  Art. 226. (Opgeheven) <W 30-07-1991, art. 97, 2°>

  Art. 227. <W 30-07-1991, art. 50> Aan de verkiesbaarheidsvereisten moet voldaan zijn uiterlijk de dag van de verkiezing.
  Het bewijs van de woonplaats van verkiesbaarheid vloeit voort uit de inschrijving in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente.
  Niet verkiesbaar voor de Wetgevende kamers zijn :
  1° zij die door veroordeling ontzet zijn van het recht om gekozen te worden;
  2° zij die krachtens artikel 6 van het kiesrecht uitgesloten zijn;
  3° zij die ingevolge artikel 7 in de uitoefening van het kiesrecht geschorst zijn.

  Art. 228. (Opgeheven) <W 06-08-1931, art. 9>

  Art. 229. (Opgeheven) <W 06-08-1931, art. 9>

  TITEL IX. - DIVERSE BEPALINGEN.

  Art. 230. <W 30-07-1991, art. 51> Wanneer de provinciegouverneur, met toepassing van de artikelen 15, 15bis, 91, 93, 93bis, 102 en 107 van dit Wetboek, één of meerdere ambtenaren aanwijst om in zijn plaats de bevoegdheden uit te oefenen die hem bij die bepalingen zijn toegewezen, stelt hij de gemeenten van zijn provincie op de hoogte van die aanwijzingen.

  Art. 231. Alleen de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat doen uitspraak, zowel wat hun leden als wat de opvolgers betreft, over de geldigheid van de kiesverrichtingen.
  Bij nietigverklaring van een verkiezing moeten alle formaliteiten, met inbegrip van de kandidaatstellingen, opnieuw worden vervuld.

  Art. 232. Elk bezwaar tegen de verkiezing moet vóór het onderzoek van de geloofsbrieven worden ingebracht.

  Art. 233. (§ 1.) De niet aftredende volksvertegenwoordiger of senator die zich kandidaat heeft gesteld bij een parlementsverkiezing en gekozen is, wordt geacht zijn vorig mandaat te hebben neergelegd op de dag van de geldigverklaring van zijn nieuw mandaat van titularis of op de dag van het in artikel 235 bedoelde aanvullend onderzoek van de geloofsbrieven. <W 1993-07-16/31, art. 91, 3°>
  (De volksvertegenwoordiger die tot (...) gecoöpteerd senator gekozen is, verliest zijn hoedanigheid van volksvertegenwoordiger zodra hij de eed aflegt als senator. De (...) gecoöpteerde senator die door opvolging een mandaat van een volksvertegenwoordiger verkrijgt verliest zijn hoedanigheid als senator zodra hij de eed aflegt in de Kamer.) <W 30-07-1991, art. 52> <W 1993-07-16/31, art. 91, 1° en 2°>
  (§ 2. De volksvertegenwoordiger, rechtstreeks gekozen senator of gecoöpteerd senator die tot (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement) gekozen is of door opvolging een mandaat van een (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement) voleindigt, verliest zijn hoedanigheid van respectievelijk volksvertegenwoordiger, rechtstreeks gekozen senator of gecoöpteerd senator zodra hij de eed aflegt als (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement). <W 2006-03-27/34, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Het lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad die tot volksvertegenwoordiger of rechtstreeks gekozen senator gekozen is, die door opvolging een mandaat van een volksvertegenwoordiger of van een rechtstreeks gekozen senator voleindigt, of die tot gecoöpteerd senator aangewezen is, verliest zijn hoedanigheid van lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad zodra hij de eed aflegt van volksvertegenwoordiger of senator.) <W 1993-07-16/31, art. 91, 4°>

  Art. 234. Wanneer de Kamers vergaderd zijn, hebben alleen zij het recht de ontslagaanvraag van hun leden te ontvangen. Wanneer zij niet vergaderd zijn, mag de ontslagaanvraag ter kennis worden gebracht van de minister van Binnenlandse Zaken (...). <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 46>

  Art. 235. Wanneer een plaats openvalt door optie, overlijden, ontslag of anderszins, voleindigt de nieuwe senator of volksvertegenwoordiger het mandaat van zijn voorganger.
  Indien kandidaten die tot dezelfde lijst als het te vervangen lid behoren, bij de verkiezing van dit lid opvolgers verklaard werden, aanvaardt de eerst in aanmerking komende opvolger zijn ambt. Vooraleer hij als volksvertegenwoordiger of senator geïnstalleerd wordt, verricht de bevoegde Kamer echter een aanvullend onderzoek van zijn geloofsbrieven, uitsluitend om na te gaan of hij nog aan de verkiesbaarheidsvereisten voldoet.

  Art. 236. De nieuw gekozen volksvertegenwoordigers en senatoren aanvaarden hun ambt zodra het onderzoek van hun geloofsbrieven en hun eedaflegging hebben plaatsgehad.
  De volksvertegenwoordigers en de senatoren die bij een algehele vernieuwing tot gekozenen uitgeroepen werden door de voorzitters van de kiescolleges, door de voorzitters (van de (Gemeenschapsparlementen) ) of door de voorzitter van de Senaat, onderzoeken echter de geloofsbrieven van hun collega's en nemen deel aan de stemming daarover, zelfs vooraleer zij de eed hebben afgelegd. <W 1993-07-16/31, art. 92> <W 2006-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  (De griffiers van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat kunnen zich, met het oog op het onderzoek van de geloofsbrieven door hun respectieve assemblees, door de administratieve overheden kosteloos de stukken doen overleggen die zij nodig achten.) <W 1995-04-05/31, art. 14>

  Art. 237. De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden voor vier jaar gekozen.
  De Kamer wordt om de vier jaar vernieuwd.

  Art. 238. <W 1993-07-16/31, art. 93> De senatoren bedoeld in artikel 53, § 1, 1° en 2°, van de Grondwet, worden verkozen voor vier jaar. De senatoren bedoeld in artikel 53, § 1, 6° en 7°, van de Grondwet, worden aangewezen voor vier jaar. De Senaat wordt om de vier jaar geheel vernieuwd.
  De verkiezing van de senatoren bedoeld in artikel 53, § 1, 1° en 2°, van de Grondwet, valt samen met de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

  Art. 239. Het mandaat van de leden der Wetgevende Kamers eindigt normaal :
  Voor de rechtstreeks gekozen leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat, op de dag bij artikel 105 vastgesteld voor de gewone vergadering van de kiescolleges die in vervanging van de aftredende volksvertegenwoordigers en senatoren moeten voorzien;
  (Voor de door de (Gemeenschapsparlementen) aangewezen senatoren, op de dag overeenkomstig artikel 211 bepaald voor hun vervanging.) <W 1993-07-16/31, art. 94> <W 2006-03-27/34, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Voor de door de Staat gekozen senatoren, daags voor de eerste gewone of buitengewone zitting van de vernieuwde Senaat.

  Art. 240. <W 1993-07-16/31, art. 96> De gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad vervult voor dit arrondissement de taken die dit Wetboek toewijst aan de provinciegouverneur.

  Art. 241. Opgeheven worden :
  1. De titels IV tot XI van het Kieswetboek (...); <W 30-07-1932, art. 2>
  2. De wet van 21 oktober 1921, tot regeling van de verkiezing der rechtstreeks door de Senaat gekozen senatoren en van deze door de provincieraden genoemd;
  3. Alle met deze wet strijdige bepalingen.

  BIJLAGEN.

  Art. N. TABEL (bedoeld in artikel 87)
  (Niet opgenomen)
  Gewijzigd bij :
  <W 1993-07-16/31, art. 98>
  <W 2002-12-13/40, art. 2, Inwerkingtreding : 20-01-2003; B.S. 10-01-2003, p. 782>

  Art. N1. <W 2002-12-13/41, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Bijlage I. Onderrichtingen voor de kiezer (model I bedoeld in de artikelen 112, 127, tweede lid, en 140 van het kieswetboek).
  1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 uur tot 13 uur.
  Kiezers die zich echter vóór 13 uur in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten.
  2. De kiezer kan, enerzijds voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en anderzijds voor de Senaat een stem uitbrengen voor één of meerdere kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers, van eenzelfde lijst.
  3. De kandidaten worden per lijst in eenzelfde kolom van het stembiljet geplaatst. De naam en voornaam van de kandidaten voor de effectieve mandaten worden eerst ingeschreven volgens de orde van de voordrachten en worden, onder de vermelding " opvolgers " gevolgd door de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers, die ook volgens de orde van de voordrachten worden gerangschikt.
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in stijgende volgorde van het nummer dat aan elk van de lijsten bij trekking werd toegekend.
  4. Kan de kiezer zich verenigen met de orde van voordracht van kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst, dan vult hij in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te zijner beschikking gestelde potlood.
  Kan hij zich enkel verenigen met de orde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers voor wie hij stemt in te vullen.
  Kan hij zich enkel verenigen met de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij de orde van voordracht van de titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-titularis(sen) van zijn keuze in te vullen.
  Kan hij zich ten slotte niet verenigen met de orde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers en wil hij deze volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor de kandidaat-titularis(sen) alsook voor de kandidaat-opvolger(s) van zijn keuze die tot de door hem gesteunde lijst behoren.
  Het kiescijfer van een lijst wordt samengesteld door de optelling van het aantal stembiljetten waarop een stem is uitgebracht bovenaan op deze lijst en van het aantal stembiljetten ten gunste van één of meerdere kandidaat-titularissen en/of opvolgers.
  5. Nadat de voorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van de kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem in ruil voor de oproepingsbrief een stembiljet voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en een stembiljet voor de Senaat.
  Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter zijn rechthoekig in vieren gevouwen stembiljetten, respectievelijk voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat, met de stempel aan de buitenzijde en steekt ze in elk van de stembussen waarin ze respectievelijk moeten worden gestoken; vervolgens laat hij zijn oproepingsbrief afstempelen door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal.
  In geval van gelijktijdige verkiezing voor de Wetgevende Kamers en (het Vlaams Parlement), ontvangt de kiezer bovendien een stembiljet voor de verkiezing van die raad dat hij, na zijn stem te hebben uitgebracht, in de daartoe aangewezen stembus steekt. <W 2006-03-27/34, art. 11, 011; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  6. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stembiljet in te vullen.
  7. Zijn ongeldig :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2° zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen stem is uitgebracht;
  b) als er meer dan één lijststem of naamstemmen, hetzij voor de mandaten van titularis, hetzij voor de opvolging, op verschillende lijsten zijn uitgebracht;
  c) als een stem bovenaan een lijst en tegelijk een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen en/of -opvolgers van een andere lijst is uitgebracht;
  d) als een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen van een lijst en voor één of meerdere kandidaat-opvolgers van een andere lijst is uitgebracht;
  e) als hun vorm en afmetingen veranderd zijn of als zij, binnenin een papier of enig voorwerp bevatten;
  f) als er een doorhaling, een teken of een merk niet toegelaten door de wet op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.
  8. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of zonder geldige volmacht in de plaats van een ander stemt, is strafbaar.

  Art. N2. <W 2002-12-13/41, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Bijlage II. - Onderrichtingen voor de Belgische kiezer die in het buitenland verblijft en die gekozen heeft om zijn stem per briefwisseling uit te brengen.
  (Modellen Ibis-a en Ibis-b bedoeld in artikel 180septies, § 1, eerste lid, 4°, van het Kieswetboek)
  Model Ibis-a.
  Verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers van...........
  Geachte mevrouw, geachte heer,
  Wij verzoeken u uw stem uit te brengen volgens de hierna vastgestelde procedure :
  1. De u toegezonden kiesomslag bevat :
  - een retouromslag A gericht aan het adres van de voorzitter van het kieskringhoofdbureau waartoe u behoort;
  - een neutrale omslag B die het stembiljet van uw kieskring van aansluiting bevat, naar behoren afgestempeld;
  - een formulier dat u verzocht wordt te ondertekenen nadat u het ingevuld heeft met vermelding van uw naam, voornamen, geboortedatum en volledig adres.
  2. U dient uw stem uit te brengen op het stembiljet dat zich in de neutrale omslag B bevindt, rekening houdend met de volgende onderrichtingen :
  a) U mag voor de Kamer van volksvertegenwoordigers een stem uitbrengen voor één of meerdere kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers, van eenzelfde lijst.
  De kandidaten worden per lijst in eenzelfde kolom van het stembiljet geplaatst. De naam en voornaam van de kandidaten voor de effectieve mandaten worden eerst ingeschreven volgens de orde van de voordrachten en worden, onder de vermelding " opvolgers " gevolgd door de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers, die ook volgens de orde van de voordrachten worden gerangschikt.
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in stijgende volgorde van het nummer dat aan elk van de lijsten bij trekking werd toegekend.
  b) Kan U zich verenigen met de orde van voordracht van kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door u gesteunde lijst, dan vult U in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te uwer beschikking gestelde potlood.
  Kan U zich enkel verenigen met de orde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil U de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft U een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers voor wie U stemt in te vullen.
  Kan U zich enkel verenigen met de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil U de orde van voordracht van de titularissen wijzigen, dan geeft U een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-titularis(sen) van uw keuze in te vullen.
  Kan U zich ten slotte niet verenigen met de orde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers en wil U deze volgorde wijzigen, dan brengt U een naamstem uit voor de kandidaat-titularis(sen) alsook voor de kandidaat-opvolger(s) van uw keuze die tot de door u gesteunde lijst behoren.
  Het kiescijfer van een lijst wordt samengesteld door de optelling van het aantal stembiljetten waarop een stem is uitgebracht bovenaan op deze lijst en van het aantal stembiljetten ten gunste van één of meerdere kandidaat-titularissen en/of opvolgers.
  c) Ongeldig is :
  - elk ander stembiljet dan het zich in de neutrale omslag B bevindend stembiljet;
  - laatstgenoemd biljet ook :
  - als u daarop geen stem uitbrengt;
  - als u meer dan één lijststem of naamstemmen, hetzij voor de mandaten van titularis, hetzij voor de opvolging, op verschillende lijsten uitbrengt;
  - als u een stem bovenaan een lijst en tegelijk een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen en/of -opvolgers van een andere lijst uitbrengt;
  - als u een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen van een lijst en voor één of meerdere kandidaat-opvolgers van een andere lijst uitbrengt;
  - als vorm en afmetingen ervan veranderd zijn of als het, binnenin, een papier of enig voorwerp bevat;
  - als een doorhaling, een teken of een bij de wet niet geoorloofd merk aangebracht zijn waardoor de kiezer herkend kan worden.
  d) U bent strafbaar indien u stemt zonder dat u de kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervult.
  3. Na uw stem te hebben uitgebracht, plaatst u het behoorlijk gevouwen stembiljet in de neutrale omslag B, die u sluit.
  4. Steek vervolgens afzonderlijk in de retouromslag A de neutrale omslag B die het stembiljet bevat en het door u behoorlijk ondertekende en ingevulde formulier bedoeld in punt 1. Uw stem zal ongeldig worden verklaard als het stembiljet niet vergezeld gaat van dit formulier of als dit formulier niet behoorlijk ingevuld en ondertekend is.
  5. De retouromslag A moet uiterlijk de dag van de verkiezing in België, om 13 uur, bij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau toekomen. Na die termijn wordt uw stem niet meer in aanmerking genomen.
  Voor het kieskringhoofdbureau,
  De Voorzitter, De Secretaris,
  Model Ibis-b.
  Verkiezing van de Senaat van...
  Geachte mevrouw, geachte heer,
  Wij verzoeken u uw stem uit te brengen volgens de hierna vastgestelde procedure :
  1. De u toegezonden kiesomslag bevat :
  - een retouromslag A gericht aan het adres van de voorzitter van het provinciehoofdbureau waartoe u behoort;
  - een neutrale omslag B die het stembiljet van uw kieskring van aansluiting bevat, naar behoren afgestempeld;
  - een formulier dat u verzocht wordt te ondertekenen nadat u het ingevuld heeft met vermelding van uw naam, voornamen, geboortedatum en volledig adres.
  2. U dient uw stem uit te brengen op het stembiljet dat zich in de neutrale omslag B bevindt, rekening houdend met de volgende onderrichtingen :
  a) U mag voor de Senaat een stem uitbrengen voor één of meerdere kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers, van eenzelfde lijst.
  De kandidaten worden per lijst in eenzelfde kolom van het stembiljet geplaatst. De naam en voornaam van de kandidaten voor de effectieve mandaten worden eerst ingeschreven volgens de orde van de voordrachten en worden, onder de vermelding " opvolgers " gevolgd door de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers, die ook volgens de orde van de voordrachten worden gerangschikt.
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in stijgende volgorde van het nummer dat aan elk van de lijsten bij trekking werd toegekend.
  b) Kan U zich verenigen met de orde van voordracht van kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door u gesteunde lijst, dan vult U in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te uwer beschikking gestelde potlood.
  Kan U zich enkel verenigen met de orde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil U de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft U een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers voor wie U stemt in te vullen.
  Kan U zich enkel verenigen met de orde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil U de orde van voordracht van de titularissen wijzigen, dan geeft U een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-titularis(sen) van uw keuze in te vullen.
  Kan U zich tenslotte niet verenigen met de orde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers en wil U deze volgorde wijzigen, dan brengt U een naamstem uit voor de kandidaat-titularis(sen) alsook voor de kandidaat-opvolger(s) van uw keuze die tot de door u gesteunde lijst behoren.
  Het kiescijfer van een lijst wordt samengesteld door de optelling van het aantal stembiljetten waarop een stem is uitgebracht bovenaan op deze lijst en van het aantal stembiljetten ten gunste van één of meerdere kandidaat-titularissen en/of opvolgers.
  c) Ongeldig is :
  - elk ander stembiljet dan het zich in de neutrale omslag B bevindend stembiljet;
  - laatstgenoemd biljet ook :
  - als u daarop geen stem uitbrengt;
  - als u meer dan één lijststem of naamstemmen, hetzij voor de mandaten van titularis, hetzij voor de opvolging, op verschillende lijsten uitbrengt;
  - als u een stem bovenaan een lijst en tegelijk een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen en/of -opvolgers van een andere lijst uitbrengt;
  - als u een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen van een lijst en voor één of meerdere kandidaat-opvolgers van een andere lijst uitbrengt;
  - als vorm en afmetingen ervan veranderd zijn of als het, binnenin, een papier of enig voorwerp bevat;
  - als een doorhaling, een teken of een bij de wet niet geoorloofd merk aangebracht zijn waardoor de kiezer herkend kan worden.
  d) U bent strafbaar indien u stemt zonder dat u de kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervult.
  3. Na uw stem te hebben uitgebracht, plaatst u het behoorlijk gevouwen stembiljet in de neutrale omslag B, die u sluit.
  4. Steek vervolgens afzonderlijk in de retouromslag A de neutrale omslag B die het stembiljet bevat en het door u behoorlijk ondertekende en ingevulde formulier bedoeld in punt 1. Uw stem zal ongeldig worden verklaard als het stembiljet niet vergezeld gaat van dit formulier of als dit formulier niet behoorlijk ingevuld en ondertekend is.
  5. De retouromslag A moet uiterlijk de dag van de verkiezing in België, om 13 uur, bij de voorzitter van het provinciehoofdbureau toekomen. Na die termijn wordt uw stem niet meer in aanmerking genomen.
  Voor het provinciehoofdbureau,
  De Voorzitter,
  De Secretaris,

  Art. N3. (oud art.N2) <W 2002-12-13/41, art. 25, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003> Modellen van stembiljet (modellen IIa tot IIg ).
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 10-01-2003, p. 821-834).
  (NOTA : Bij arrest nr 73/2003 van 26 mei 2003, B.S. 06-06-2003, p. 30897-30905, heeft het Arbitragehof artikel 25 van W 2002-12-13/41 vernietigd, in zoverre het betrekking heeft op het bijzonder model van stembiljet voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kiesring Brussel-Halle-Vilvoorde.)
  Gewijzigd bij :
  <KB 2003-02-04/35, art. 1, Inwerkingtreding : 07-03-2003; B.S. 25-02-2003, p. 9028>
  <W 2007-02-13/37, art. 27, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007; B.S. 07-03-2007, p. 11178-86>

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
BEELD :
  • WET VAN 19-02-2003 GEPUBL. OP 21-03-2003
  • (GEWIJZIGDE ART. : 119SEX;123;128;128TER)
    (GEWIJZIGDE ART. : 115BIS;115TER;116;118;118BIS)
    BEELD :
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-02-2003 GEPUBL. OP 25-02-2003
  • (GEWIJZIGD ART. : ANN)
    BEELD :
  • WET VAN 13-12-2002 GEPUBL. OP 10-01-2003
  • (GEWIJZIGDE ART. : 72;172BIS;173;173BIS;178)
    (GEWIJZIGD ART. : ANN.)
    BEELD :
  • WET VAN 13-12-2002 GEPUBL. OP 10-01-2003
  • (GEWIJZIGDE ART. : 87;94;115;116;132;133;134)
    (GEWIJZIGDE ART. : 137;161BIS;168BIS-168QUA;171)
  • WET VAN 13-12-2002 GEPUBL. OP 10-01-2003
  • (GEWIJZIGDE ART. : 115BIS;116;117;117BIS;118)
    (GEWIJZIGDE ART. : 123BIS;126;127;128;144;156)
    (GEWIJZIGDE ART. : 157;159;161;165BIS;166;167)
    2002012842;2002-08-28
  • WET VAN 18-07-2002 GEPUBL. OP 28-08-2002
  • (GEWIJZIGDE ART. : 117BIS;123)
    2002000288;2002-05-08
  • WET VAN 07-03-2002 GEPUBL. OP 08-05-2002
  • (GEWIJZIGDE ART. : 1;2;11;147BIS;180-180SEPT)
    (GEWIJZIGDE ART. : 107TER;147TER)
    2001003600;2001-12-22
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-2001 GEPUBL. OP 22-12-2001
  • (GEWIJZIGD ART. : 102)
    2001000028;2001-01-24
  • WET VAN 27-12-2000 GEPUBL. OP 24-01-2001
  • (GEWIJZIGDE ART. : 115BIS;116;117;117BIS;123)
    (GEWIJZIGDE ART. : 126;127;128;133;144;156;157)
    (GEWIJZIGDE ART. : 159;161;166;167;171;172)
    (GEWIJZIGDE ART. : 172BIS;173;178;BIJL.)
    2000021467;2000-10-26
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 04-10-2000 GEPUBL. OP 26-10-2000
  • (GEWIJZIGD ART. : 147TER)
    2000000649;2000-08-25
  • WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 25-08-2000
  • (GEWIJZIGD ART. : 165)
    1999000167;1999-03-23
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 02-03-1999 GEPUBL. OP 23-03-1999
  • (GEWIJZIGDE ART. : 94BIS;94TER)
    1998000797;1998-12-31
  • WET VAN 18-12-1998 GEPUBL. OP 31-12-1998
  • (GEWIJZIGDE ART. : 2;11;107TER;147TER)
    1998000798;1998-12-31
  • WET VAN 18-12-1998 GEPUBL. OP 31-12-1998
  • (GEWIJZIGDE ART. : 10;115BIS;115TER;116;128)
    (GEWIJZIGDE ART. : 128TER;142;165;210BIS;218)
    1998000800;1998-12-31
  • WET VAN 18-12-1998 GEPUBL. OP 31-12-1998
  • (GEWIJZIGD ART. : 163)
    1998000744;1998-12-10
  • WET VAN 19-11-1998 GEPUBL. OP 10-12-1998
  • (GEWIJZIGD ART. : 163)
    1995000377;1995-04-15
  • WET VAN 10-04-1995 GEPUBL. OP 15-04-1995
  • (GEWIJZIGD ART. : 116)
    1995000225;1995-04-15
  • WET VAN 05-04-1995 GEPUBL. OP 15-04-1995
  • (GEWIJZIGDE ART. : 236;BIJL.)
    (GEWIJZIGDE ART. : 161;166;169;170;172;173;178)
    (GEWIJZIGDE ART. : 144;147BIS;149;156;157;159)
    1995021479;1995-01-12
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 22-12-1994 GEPUBL. OP 12-01-1995
  • (GEWIJZIGD ART. : 156)
    1994021468;1994-12-23
  • WET VAN 21-12-1994 GEPUBL. OP 23-12-1994
  • (GEWIJZIGD ART. : 7)
    1994000367;1994-07-01
  • WET VAN 24-05-1994 GEPUBL. OP 01-07-1994
  • (GEWIJZIGDE ART. : 117BIS;119QUIN;123)
    1994000272;1994-05-25
  • WET VAN 19-05-1994 GEPUBL. OP 25-05-1994
  • (GEWIJZIGDE ART. : 94TER;107;116;119TER)

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 60 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies